19 juni: met de motor en scooter naar het werk

Al sinds 25 jaar is de derde maandag van juni de internationale ‘Ride to Work Day’, een initiatief dat erin bestaat zoveel mogelijk gebruikers aan te zetten om met de motor of de scooter naar het werk te gaan. Dit jaar valt de Ride to Work Day op 19 juni. Febiac is het initiatief genegen: Meer motoren en scooters in het woon-werk-verkeer betekenen een vermindering van de verkeersdruk.

In ons land zijn er zo’n 475.000 motoren en scooters ingeschreven, goed voor zo’n 6% van het totaal aantal ingeschreven voertuigen. Maar slechts 1,2% van de in totaal 100,3 miljard kilometers die in ons land per jaar worden afgelegd, worden met de motor of scooter gereden (cijfers 2015). Voor veel motor- en scooterrijders is hun gemotoriseerde tweewieler vooral een vrijetijds-object. Een – weliswaar groeiende – minderheid gebruikt de motor of scooter als een handig vervoermiddel in het woon-werk-verkeer.

Dat is niet alleen in ons land het geval, het is een algemeen fenomeen in de westerse wereld. Om de gemotoriseerde tweewieler als vervoermiddel te promoten is er sinds 1992 de internationale Ride to Work Day, geïnspireerd op de ‘Work to Ride – Ride to Work’ marketingcampagne van een Amerikaanse fabrikant van motorkledij. De Ride to Work Day is inmiddels van een Amerikaans initiatief uitgegroeid tot een internationale beweging waaraan ook de FIM (Fédération Internationale de Motocyclisme) haar steun verleent. Miljoenen rijders over de hele wereld nemen de laatste jaren deel aan die Ride to Work Day.

Positieve rol

Stijn Vancuyck, adviseur gemotoriseerde tweewielers bij FEBIAC, benadrukt de positieve rol van motoren en scooter in het huidige drukke verkeer. Studies hebben al uitgewezen dat als er meer automobilisten naar een tweewieler overstappen de verkeersdruk vermindert, de files korter zijn en ook eerder opgelost raken. Motor- en scooterrijders mogen immers tussen de rijen auto’s rijden indien de snelheid van de file minder dan vijftig kilometer per uur is en als het snelheidsverschil tussen de gemotoriseerde tweewieler en de auto’s niet meer dan 20 kilometer per uur bedraagt.

Maar om te kunnen spreken van een duurzamere oplossing van fileproblemen zouden motor- en scooterrijders niet één keer per jaar, maar zo veel mogelijk dagen per jaar met de gemotoriseerde tweewieler het woon-werk-traject af moeten leggen. Bovendien is de milieu-impact van motoren minder groot omdat ze voltter door het verkeer kunnen dan een auto die langzaam in de file rijdt of met draaiende motor stilstaat.

Parkeren

Een voordeel van motoren en scooters is ook dat ze minder parkeerruimte innemen dan auto’s. Op de 10 tot 12 vierkante meter die een autoparkeerplaats doorgaans groot is, kunnen drie tot vier motoren geplaatst worden. FEBIAC vraagt dan ook dat gemeenten bij het inrichten van parkeerplaatsen (zeker in de binnensteden) meer rekening houden met gemotoriseerde tweewielers en ook dat in parkeergarages motoren en scooters toegelaten kunnen worden (in de praktijk blijkt dat niet alle parkeergarages toegankelijk zijn voor gemotoriseerde tweewielers). Op die manier kan ook het gebruik van de motor en scooter als vervoermiddel gepromoot worden.

In sommige Belgische steden zijn al speciale parkeerplaatsen voor motoren en scooters aangeduid, maar in vergelijking met het buitenland (Zwitserland, Groot-Brittannië en Frankrijk) en de grote steden daar  is dat aantal nog betrekkelijk klein. In het kader van de Ride to Work Day doen de organisatoren ook een oproep naar stadsbesturen op om het evenement te ondersteunen door het beschikbaar stellen van gratis motor- en scooterparkeerplaatsen op gemeentelijke grond.