Berichtgeving rond VAA: wetgeving is niet aangepast!

De voorbije dagen kon u in verschillende kranten lezen dat de wetgeving rond het Voordeel Alle Aard werd aangepast en dat de chauffeurs van een bedrijfswagen daardoor op jaarbasis honderden euro’s konden besparen.

Door verschillende bronnen, o.a. bij Renta, FEDERAUTO en KPMG wordt ons bevestigd dat van een wetswijziging echter geen sprake is. De FOD Financiën heeft op 1 oktober op zijn website in de rubriek Frequently Asked Questions wel een aantal verduidelijkingen geplaatst, wat sommige media geïnterpreteerd hebben als een aanpassing van de regelgeving ter zake.

Niets is echter minder waar. Het gaat enkel om het explicieter stellen van bepaalde antwoorden in deze Frequently asked questions. FAQ’s kunnen de fiscale wetgeving echter niet wijzigen. Veel van de geciteerde principes over optiepakketten, onderhoudscontract of tankkaarten werden trouwens al bij de vorige versie van FAQ’s vastgelegd. We geven u hieronder enkele van die verduidelijkingen mee.

1. Als een merk een promotie voert, die zowel voor particulieren als voor bedrijfswagens geldt, dan mag die korting afgetrokken worden van de catalogusprijs. De (tijdelijk) verlaagde prijs dient dan wel daadwerkelijk te worden opgenomen als een nieuwe catalogusprijs in de prijslijsten. Met alle andere kortingen mag geen rekening gehouden worden voor de berekening van het voordeel van alle aard.Het is maar de vraag in hoeverre dat een realistische piste is voor de constructeurs. Fleetkortingen zijn doorgaans flink hoger dan voor de particuliere markt, indien deze voor iedereen gelden, smelten de al krappe marges als sneeuw voor de zon.

2. Constructeurs bieden vaak opties aan in de vorm van een pakket. Het pakket is dan meestal goedkoper dan de som van de samenstellende delen. Als dat pakket ook voor particulieren beschikbaar is en als het door de constructeur zelf (niet door de dealer) wordt aangeboden aan een door hem vastgestelde officiële prijs, mag het worden verrekend. Ook hier kan men enkele vraagtekens bij plaatsen. Fleetpacks worden specifiek voor de markt van de bedrijfwagens samengesteld, dit praktisch en prijsmatig ook voor de particuliere markt ter beschikking stellen, zal een hele krachttoer worden voor de constructeurs.

3. Het principe dat voor de berekening van het VAA rekening wordt gehouden met ‘ de catalogusprijs van het voertuig in nieuwe staat bij verkoop aan een particulier’ blijft overeind, maar wordt nu genuanceerd met het begrip ‘prijsgarantie’. Het is immers mogelijk dat tussen het moment van bestelling en de eigenlijke inschrijving de prijs nog daalt of stijgt. Indien er bij de bestelling dergelijke prijsgarantie wordt gegeven, geldt deze laatste als catalogusprijs voor het VAA. Indien dergelijke prijsgarantie niet kan gegeven worden, wordt de catalogusprijs op het ogenblik van facturatie als berekeningsbasis gebruikt.

4. Btw bij aankoop tweedehandswagen: Als er een tweedehandswagen wordt gekocht, moet rekening gehouden worden met de btw die werkelijk is betaald op het ogenblik van de tweedehandsverkoop en niet met de btw bij de aankoop van de wagen in nieuwe staat.

5. Een tankkaart is geen bijkomend voordeel van alle aard. Ze wordt niet extra belast. Maar als de werkgever er een vergoeding voor aanrekent, mag ze afgetrokken worden van het belastbaar voordeel.

6. Als de werkgever bij het afsluiten van de leasingovereenkomst ook een onderhoudscontract afsluit, wordt dat contract niet als een optie aanzien. De vergoeding die ervoor betaald wordt, moet dus niet bij de cataloguswaarde van de wagen worden geteld en beïnvloedt het voordeel van alle aard dus niet.

7. Als de werkgever het privégebruik van de wagen beperkt tot een bepaald aantal kilometer per jaar, en voor het gebruik boven dit maximum een vergoeding aanrekent, dan mag die vergoeding in mindering worden gebracht van het belastbaar voordeel. In de limiet kan dat voordeel daardoor tot nul worden herleid.

8. Het degressieve percentage dat op de cataloguswaarde wordt toegepast in functie van het aantal maanden dat verstreken zijn sinds de eerste inschrijving, was ook al een gegeven. Nu wordt expliciet bevestigd dat deze regeling ook van toepassing is op de door de werkgever betaalde accessoires, voor voertuigen die eerst in het buitenland werden ingeschreven en voor directie- of demowagens die op handelaarsplaten reden. Voor deze laatste geldt de datum van inschrijving in het bijzonder BTW-register voor directiewagens. Voor ‘buitenlandse’ wagens wordt echter wel de Belgische catalogusprijs van het voertuig als basis gebruikt, op voorwaarde dat het model ook hier te koop was. Is dat niet het geval, dan wordt rekening gehouden met de buitenlandse catalogusprijs.

Op de vraag of nu alle vragen van de baan zijn antwoordt Frank Vancamp van KPMG Belastingconsulenten : ‘Wellicht niet , toepassing van de regeling in de praktijk, bv op (grote) vloten blijft complex, het inbouwen van bepaalde materialiteitsgrenzen vooraleer men tot herberekening moet overgaan zou voor veel werkgevers en –nemers een welkome verademing bieden.’