Bestuurders en ondernemingen: de wijzigingen rond het VAA vanaf 2018.

Zoals u ongetwijfeld weet, wordt de CO2-uitstoot voor de berekening van het Voordeel Alle Aard (VAA) jaarlijks herbekeken. Het VAA wordt aangerekend aan de bestuurders van een bedrijfswagen.

Er is fantastisch nieuws voor de bestuurders van een benzinewagen: net zoals in 2017 wordt de CO2-drempel gehandhaafd op 105 g. Rekening houdend met de leeftijdscoëfficiënt van het voertuig, waar we later nog op terugkomen, zullen deze bestuurders dus minder VAA betalen dan in 2017.

Voor de bezitters van een dieselwagen, zal de CO2-waarde verlaagd worden van 87 naar 86 g.

VAA voor de chauffeurs

 Voor diesel:

Catalogusprijs x [5,5 + ((CO2-86) x 0,1)]% x 6/7 x leeftijdscoëfficiënt van het voertuig

Voor benzine, LPG en aardgas:

Catalogusprijs x [5,5 + ((CO2-105) x 0,1)]% x 6/7 x  leeftijdscoëfficiënt van het voertuig

Voor elektrische wagens:

Catalogusprijs x 4% x 6/7 x leeftijdscoëfficiënt van het voertuig

Het minimumbedrag van het VAA is nog niet bekend.

Geheugensteuntjes

Om uw geheugen eventjes op te frissen: de cataloguswaarde is de catalogusprijs van het voertuig in nieuwe staat bij de verkoop aan een particulier, inclusief opties en btw. Hierbij wordt geen rekening gehouden met kortingen, verminderingen, aftrekposten of terugbetalingen.

In onderstaande tabel worden de coëfficiënten vermeld in functie van de leeftijd van het voertuig.

VAA voor de onderneming

De verhoging van het VAA zal dus slechts voor enkele werknemers van toepassing zijn. Het zijn vooral de werkgevers die getroffen worden, via de niet-aftrekbare onkosten.

Hierin komen veranderingen vanaf 1 januari 2018: indien uw bedrijf een tankkaart ter beschikking stelt aan de werknemer voor privéverplaatsingen, zal het percentage van de niet-aftrekbare onkosten verhoogd worden van 17% naar 40%.

Het is echter mogelijk om hetzelfde niveau van 17% te behouden. Op welke manier? Door gebruik te maken van het zogenaamde ‘split bill’-systeem. In dit systeem mag de werknemer zijn tankkaart enkel gebruiken voor professionele doeleinden OF moet er een zeer strikt onderscheid gemaakt kunnen worden tussen privéverplaatsingen en verplaatsingen voor het werk, waarbij de werknemer het gedeelte voor het privégebruik terugbetaalt aan de werkgever.

Een voorbeeld: op het minimumbedrag van het VAA (€ 1.260), liggen de niet-aftrekbare kosten momenteel op 214,20 euro (zijnde 17%). Tel daarbij de vennootschapsbelasting aan het huidige percentage van 33,99%, en je komt aan 72,80 euro. Door het percentage voor de niet-aftrekbare kosten op te trekken naar 40%, ziet de onderneming dit bedrag stijgen naar 183,55 euro, zijnde 33,99% op 504 euro. Dit betekent dat de fiscale kost van de werkgever met 110,75 euro per jaar stijgt (wat neerkomt op 9,23 euro per maand).