CO2-bijdrage: doorgedreven controles?

In een rapport van oktober 2014, heeft het Rekenhof gewezen op een aantal onregelmatigheden bij de controle op de CO2-bijdrage van bedrijfsvoertuigen. De controles van de RSZ zouden in de toekomst sterk kunnen toenemen op voorwaarde dat… ook het staatsapparaat in gang zou schieten.

Wanneer een werkgever een voertuig ter beschikking stelt van een werknemer voor andere dan louter beroepsdoeleinden, moet hij een solidariteitsbijdrage storten aan de RSZ waarvan het bedrag is gekoppeld aan de uitstoot en aan het type brandstof van dat voertuig. “Deze bijdrage is ongeveer gelijk aan een derde van de sociale bijdragen die die werkgever zou moeten betalen voor een loonsverhoging die overeenstemt met de cataloguswaarde van het voertuig gespreid over de gemiddelde gebruiksduur ervan”, berekende het Rekenhof.

“Er wordt geschat dat het globaal beheer voor de werknemersregeling jaarlijks meer dan 413 miljoen euro misloopt.”

De jacht op het bedrijfsvoertuig is dus opnieuw geopend. In het rapport van het Rekenhof krijgt de overheidsadministratie, waar de RSZ deel van uitmaakt, ook een veeg uit de pan. Bij de RSZ was niemand bereid om op onze vragen te antwoorden.spotlight - Copy-lowres

Wat doet de administratie?

Het Rekenhof heeft becijferd dat de RSZ in 2012 250,7 miljoen euro heeft geïnd op een totaal van bijna 380.000 voertuigen. In juni van 2011 waren er echter 770.321 bedrijfsvoertuigen in omloop. Dit wezenlijk verschil kan verklaard worden door het fenomeen van vlootvoertuigen die niet onderhevig zijn aan de solidariteitsbijdrage en de voertuigen die niet bij de RSZ werden aangegeven. Onder vlootvoertuigen dient men die voertuigen te verstaan waarvan de werkgever kan bewijzen dat ze niet uitsluitend voor beroepsdoeleinden worden gebruikt. Zo zouden er 400.000 van die vlootvoertuigen in omloop zijn… Amai!

Om de bijdrage correct te kunnen innen, moet de RSZ het aantal werkgevers en het aantal betrokken voertuigen in kaart kunnen brengen en op basis daarvan het bedrag kunnen berekenen. In de audit van het Rekenhof kunnen we lezen dat dit behoorlijk problematisch is, met name wat betreft de werkgevers die gebruik maken van operationele leasingcontracten. Deze problematiek werd reeds in 2005 aan het licht gebracht. Het signaal dat de RSZ blijkbaar nodig had om dit fenomeen grondig te onderzoeken. Zo werden er 74.398 nummerplaten gecontroleerd, op basis van de gegevens van 30 leasingmaatschappijen. Resultaat: “48.861 of 64% van de nummerplaten die onder de loep werden genomen, bleken niet aangegeven te zijn bij de DMFA (de multifunctionele aangifte),” aldus het Rekenhof. “Ondertussen heeft de RSZ niets ondernomen om deze scheve situatie recht te trekken”. Nochtans voorziet de wetgeving dat de RSZ toegang heeft tot de databanken van de FOD Financiën en de DIV om de noodzakelijke gegevens op te vragen met het oog op de correcte inning van deze bijdrage. Het Rekenhof stelt verder dat “het koninklijk besluit dat de hierboven vermelde gegevensoverdracht moest regelen, nooit werd ondertekend. Bovendien heeft de RSZ het vertikt om een aanvraag in te dienen bij de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer om toegang te krijgen tot de gegevens”.

In afwachting van de Kruispuntbank

In de praktijk heeft de DIV de gegevens overgemaakt aan de RSZ tot en met het laatste kwartaal van 2011. Sindsdien is het dus niet meer mogelijk om deze gegevens te vergelijken met de gegevens van de DMFA. En dat is nu precies wat de RSZ nodig heeft om te controleren of de bijdrages al dan niet betaald werden. Wat stellen we nu vast sinds de stopzetting van de gegevensuitwisseling? Van de 266 miljoen die in 2009 werden geïnd, is dit cijfer in 2013 teruggevallen op 245 miljoen. Nog volgens het Rekenhof vallen de aangegeven bijdrages sinds 2011 lager uit dan de vooropgestelde doelstellingen van de regering. Bij de hervormingen in 2005 werd een streefcijfer van 256 miljoen per jaar beoogd, op een totaal van minstens 300.000 voertuigen.

Mob

In 2010 werd de Kruispuntbank van de Voertuigen belast met het bijhouden van het voertuigenbestand van de FOD Mobiliteit. De opdracht van deze kruispuntbank bestaat uit verschillende facetten: de identificatiegegevens verzamelen van de werkelijke eigenaar van elk voertuig in België, het instaan voor de gegevensuitwisseling met alle betrokkenen m.b.t. de in België ingeschreven voertuigen in het kader van de uitvoering van hun respectievelijke taken en ten slotte het instaan voor de traceerbaarheid van elk voertuig. Renta, de beroepsorganisatie van voertuigverhuurders, is één van de partners die voor de nodige input zou kunnen zorgen. Om maar te zeggen dat er wel degelijk een oplossing bestaat voor het technisch probleem van de RSZ. Men moet er uiteraard ook iets mee doen. Het volstaat dat de RSZ een aanvraag indient om toegang te verkrijgen tot de databank. Uit het rapport van het Rekenhof blijkt dat deze aanvraag nog niet werd ingediend. Het zou natuurlijk best kunnen dat dit inmiddels wel gebeurd is. Joost mag het weten… We hebben verschillende keren tevergeefs geprobeerd om iemand te pakken te krijgen bij de RSZ.

Bedragen en sancties

De RSZ wordt met een bijkomend probleem geconfronteerd: de huidige aangifteprocedure maakt het bijzonder moeilijk om de aangeven bedragen te controleren. Dit is bijvoorbeeld het geval voor vloten van verschillende voertuigen. De werkgever is immers niet verplicht om elk voertuig apart aan te geven. Het Rekenhof heeft dan zelf maar een mogelijke uitweg aangereikt. “Om te vermijden dat de aangegeven bijdrages onjuist zijn, hebben we een gemiddelde bijdrage per voertuig vastgelegd. Bovendien hebben we een vork bepaald waarbinnen dit gemiddelde zich mag bewegen.” Bij de toepassing van deze berekeningsmethode heeft het Hof vastgesteld dat 4% van de globale bijdragen niet correct zijn. Eind juli van 2014 zou de RSZ dan toch zijn toevlucht genomen hebben tot dit systeem, al was het maar om de meest absurde gevallen een halt toe te roepen.

Het is best mogelijk dat de controle-inspanningen in de toekomst flink zullen toenemen. Het aantal sancties zal logischerwijs volgen. Naast de traditionele administratieve boetes, komt de sanctie overeen met het dubbele van de ontweken bijdrage. Werkgevers die geen of foutieve aangiftes hebben gedaan, komen in het vizier. Het Rekenhof is van oordeel dat de RSZ de door het reglement voorziene sancties, correct toepast…

Dan toch iets dat naar behoren functioneert. Maar voor hoelang? In de allerlaatste zin van het rapport van het Rekenhof lezen we namelijk het volgende:

“Gelet op de complexiteit van deze solidariteitsbijdrage en het aantal betrokken partijen, beveelt het Hof als prioriteit aan de solidariteitsbijdrage te evalueren om dit wettelijke instrument af te toetsen met de doelstellingen die worden nagestreefd.” Een veelzeggende passage…