Een nieuwe kijk op onze mobiliteit

De opkomst van de elektrische aandrijving zal een verandering teweegbrengen in onze kijk op de mobiliteit in het algemeen en de auto in het bijzonder. Nieuwe verplichtingen, maar ook nieuwe mogelijkheden voor de ingenieurs en designers. De weg ligt open…

Frédéric De Backer

Zich in stilte verplaatsen in een elektrisch voertuig dat 1,2 m breed en 2,3 m lang is, waarin de passagier achter de bestuurder zit, aan weerszijde geflankeerd door het stadsverkeer. Nog niet zo lang geleden was dat een sciencefictionbeeld, maar vandaag is het realiteit. Stap gewoon de dichtstbijzijnde Renault-showroom binnen om er een Twizy te bestellen, met of zonder rijbewijs, afhankelijk van de motorversie.

De Franse constructeur is de eerste om zich aan het avontuur te wagen, maar zal zeker niet de laatste zijn. Kijk maar naar de prototypes die de laatste tijd gepresenteerd werden, en het wordt meteen duidelijk. Peugeot met zijn BB1, Opel met de RAK e, Volkswagen met de NILS of Suzuki met zijn Q Concept. Ze gaan allemaal dezelfde richting uit en maken volop gebruik van de nieuwe mogelijkheden die de elektrische aandrijving biedt voor een nieuwe stadsmobiliteit.

Compact en rationeel

De stadsvoertuigen van morgen zullen veeleer gemotoriseerde vierwielers zijn dan echte personenwagens.
De stadsvoertuigen van morgen zullen veeleer gemotoriseerde vierwielers zijn dan echte personenwagens.

Een elektrische motor is tegelijk eenvoudig, schoon, compact en licht. Hij neemt weinig plaats in en laat zich makkelijk inpassen in verschillende structuurtypes. Dat geldt echter niet voor de batterijen, die zwaar en omvangrijk blijven, ondanks de snelle evolutie van de technologie.

Om deze handicap te compenseren en een toereikende verhouding tussen prestaties en rijbereik te garanderen moet het voertuig dus lichter en compacter worden. En misschien moet het concept ‘auto’ zelfs helemaal herdacht worden. Dat komt trouwens goed uit, want door de verzadiging van de stadscentra worden compactere en meer rationele voertuigen een noodzaak.

Meer sensaties

Smaller, lager, korter. De stadsvoertuigen van morgen zullen veeleer gemotoriseerde vierwielers zijn dan echte personenwagens. Een kruising tussen de auto en de motorfiets. Net zoals bij de Twizy van Renault zullen de wielen niet langer in het koetswerk zitten. Bij de snelheden waarmee deze voertuigen zich verplaatsen, is de stroomlijn namelijk van secundair belang, in tegenstelling tot de veiligheid.

Ook de gewichtsverdeling verandert, met het oog op een grotere wendbaarheid. Met een gewicht van minder dan 500 kilo en smalle bandjes hoeft een energievretende stuurbekrachtiging ook al niet meer. Dat levert meteen ook een directer contact op met de weg, zonder filter. En dus ook meer sensaties. Een positieve evolutie…