Europese KMO’s en hun wagenparkbeheer

Het Observatorium voor Bedrijfswagens (Corporate Vehicle Observatory, afgekort CVO) heeft een enquête uitgevoerd bij Europese KMO’s. Het doel van de rondvraag was een beeld te krijgen van de samenstelling van hun vloot en van hun gewoontes rond financiering. Wij bieden u een overzicht van de belangrijkste conclusies.

Profiel van het wagenpark

90% van de KMO’s beschikt over een vloot, bestaande uit één tot negen voertuigen. Deze voertuigen blijven gemiddeld zes jaar in het bedrijf om daarna vervangen te worden.

Goed nieuws voor de fleetsector: de bevraagde KMO’s gaan ervan uit dat hun vloot gestaag zal toenemen.

Financiering

Het is niet echt verrassend: 57% van de KMO’s is eigenaar van hun voertuigen. In 45% van de gevallen gaat het om een financiering uit eigen middelen. 12% van de bedrijven ging een banklening aan. Financiële leasing (met aankoopoptie dus) is goed voor 30% van de aankopen.

 Het CVO stelt echter vast dat de eerste twee formules terrein aan het verliezen zijn en dat lange termijn huur (wat ook wel als ‘operationele leasing’ omschreven wordt) aan een opmars begonnen is. Sinds 2013 neemt het aandeel van operationele leasing jaarlijks met 2% toe om tot het huidige marktaandeel van 14% te komen.

“KMO’s voelen zich meer en meer aangesproken door lange termijn huur omdat ze de kosten op die manier duidelijker kunnen inschatten, onder meer aan de hand van een vaste huurprijs per maand”, aldus een woordvoerder van het Observatorium. “De leveringstermijnen van de voertuigen spelen eveneens een doorslaggevende rol in hun beslissing.”

Operationele leasing was vroeger vooral in trek bij grote bedrijven, maar is ondertussen een doorwinterd begrip geworden bij 60% van de bedrijven op de belangrijkste Europese markten.

Gevoeligheden per land

Het CVO is ook op zoek gegaan naar gemeenschappelijke kenmerken bij de Europese KMO’s:

  • Bij de keuze tussen de verschillende financieringsmethodes, blijkt de leveringstermijn van de voertuigen een cruciale factor te zijn.
  • De maandelijkse huurprijs is (vanzelfsprekend) ook een belangrijk criterium.

In het Verenigd Koninkrijk zijn de leveringstermijnen en het correct inschatten van de kosten belangrijker dan het bedrag zelf.

De studie legt ook verschillen bloot over de reden waarom kleine en middelgrote ondernemingen aangesproken worden door lange termijn huur:

  • Belgische, Franse, Nederlandse en Spaanse KMO’s kiezen voor verhuur op lange termijn omwille van de voorspelbaarheid van de kosten.
  • Italiaanse bedrijven hebben dan weer een voorkeur voor de betaling in functie van het gebruik en laten de aankoop zelf liever over aan de verhuurder.
  • De Britten hebben op hun beurt een sterke behoefte om regelmatig van voertuig te veranderen.

Gebruik van telematica zit in stijgende lijn

Volgens het CVO willen meer dan 10% van de Europese KMO’s gebruik maken van telematica.  In Nederland en het Verenigd Koninkrijk gaat het zelfs om 20%.

Waarom? Het antwoord van het CVO was perfect voorspelbaar: “Om hun voertuigen te kunnen opsporen bij diefstal, voor meer veiligheid aan het stuur en om de tijd achter het stuur en de reiswegen te kunnen optimaliseren.” Uit de rondvraag is ook gebleken dat kleine en middelgrote ondernemingen nog meer aandacht voor deze technologie zouden hebben, mocht het ook bijdragen tot lagere verzekeringspremies.

Zwaktes van de studie?

Laat het ons eerst over de schaalgrootte hebben. Terwijl er in Europa meer dan 20 miljoen KMO’s zijn, heeft het Observatorium voor Bedrijfswagens slechts… 98 KMO’s ondervraagd, gespreid over België, Nederland, Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Het CVO benadrukt dat de betrokken KMO’s actief zijn in diverse sectoren zoals de bouw, de industrie, de dienstensector en de distributie.

Wij brengen vervolgens nog even in herinnering dat het CVO een initiatief is van leasingmaatschappij Arval. Dit verklaart ongetwijfeld waarom er zoveel aandacht werd besteed aan operationele leasing en telematica. Dit laatste is het stokpaardje van de verhuurder (Arval Active Link). Dit is uiteindelijk niet zo erg, maar wel een interessant weetje omdat het bepaalde resultaten of bepaalde invalshoeken van het onderzoek in perspectief plaatst…