Federaal Planbureau: “Bedrijfswagens kosten 905 miljoen per jaar”

bpf

“Het fiscaal regime dat van toepassing is op bedrijfswagens vormt een interessante alternatieve verloning voor de onderneming en de werknemer in vergelijking met het brutoloon. Dat regime vormt echter ook een belangrijke subsidie voor het bezit en het gebruik van de wagen als vervoermiddel, met gevolgen op economisch, milieu- en sociaal vlak”, opent het persbericht op de site van het Federaal Planbureau.

Het gaat over een studie die de gedragseffecten in kaart heeft gebracht van het bezit en het gebruik van de wagen die voortvloeien uit het huidig fiscaal regime. Aan de hand van de BELDAM-enquête met betrekking tot de mobiliteit van de Belgische huishoudens, kwantificeert ze die effecten nadat rekening is gehouden met de impact van andere factoren (zoals de samenstelling van het huishouden, de verblijfplaats, de inkomens, de locatie en aard van het werk van de actieve gezinsleden, of de toegang tot het openbaar vervoer). Op basis daarvan wordt de globale impact van het huidig fiscaal regime op het vlak van de maatschappelijke welvaart geraamd.

Volgens deze studie zet het fiscaal voordeel huishoudens ertoe aan duurdere wagens aan te houden (stijging van de waarde van +62%), en de auto intensiever te gebruiken voor woon-werk verplaatsingen en voor private doeleinden. Jaarlijks worden zo volgens het Federaal Planbureau 6000 kilometer extra per wagen afgelegd. Deze overconsumptie zou zich vertalen in een maatschappelijk verlies van meer dan 2300 euro per salariswagen.

Meer en duurdere wagens …

Het bezit van een bedrijfswagen heeft een grote invloed op de keuzes van de huishoudens: huishoudens met een bedrijfswagen hebben meer en duurdere wagens in hun bezit. In de huishoudens met een bedrijfswagen heeft de grootste wagen een gemiddelde cilinderinhoud die groter is dan 5 % en een waarde die hoger is dan 62 % ten opzichte van de huishoudens met vergelijkbare kenmerken die enkel over privéwagens beschikken. Bedrijfswagens gaan ook gepaard met een sterke stijging van de gemiddelde grootte van het wagenpark van de huishoudens. De kans dat het aantal wagens in een huishouden groter is dan één neemt toe met 24 procentpunt (pp) voor de huishoudens met een bedrijfswagen met gelijkaardige kenmerken.

Tabel 1
Een frequenter gebruik van de wagen en een groter aantal gereden kilometers …

Het bezit van een bedrijfswagen betekent dat huishoudens nagenoeg uitsluitend gebruikmaken van de wagen als vervoermiddel voor pendelverkeer en dat zij vaker gebruikmaken van de wagen voor privéverplaatsingen. Zo begeeft 93 % van de personen met een bedrijfswagen zich met de wagen naar het werk. Dat cijfer ligt 16 procentpunt hoger dan het aandeel werknemers met gelijkaardige kenmerken dat niet over een bedrijfswagen beschikt. Door die verschillende modale keuze wordt de impact van het fiscaal regime op de afgelegde kilometers met de wagen voor pendelverkeer op meer dan 58 km per week geraamd, of ongeveer 2 800 km per jaar. Personen die over een bedrijfswagen beschikken, maken ook vaker gebruik van de wagen voor privéverplaatsingen en voor grotere afstanden. De impact van het fiscaal regime bedraagt meer dan 8 km per dag, of 2 990 km per jaar.

Negatieve gevolgen voor de maatschappelijke welvaart.

De kosten die verbonden zijn aan het fiscaal regime bedragen 905 miljoen euro per jaar, of 0,23 % van het bbp. Die kosten omvatten het economisch verlies door een overmatig bezit van de wagen: huishoudens worden aangemoedigd meer en duurdere wagens te bezitten, iets wat ze niet uit eigen beweging zouden doen. Dat vertaalt zich in een misallocatie van middelen. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de bijkomende milieu- en externe congestiekosten die veroorzaakt worden door een overmatig gebruik van de wagen, vooral in de spitsperiode.Tabel 2
Renta: show us the money

Frank Van Gool, Algemeen Directeur Renta, reageerde ondertussen al bij de redactie van FLEET: “De studie is gebaseerd op een Beldam enquête uit 2010, cijfers van een KPMG-studie uit 2012 schuiven 2.000 km extra naar voor in plaats van 6.000. Voorts stellen wij ons vragen bij het bedrag van 905 miljoen euro.  De studie internaliseert een aantal externe kosten, de ‘theoretische’ kost van de files etc. Er ligt niet plotseling 900 miljoen ergens op tafel als je morgen de bedrijfswagen afschaft. Dit is een zuiver academisch-theoretisch werk. Met andere woorden: show us the money. Voorts wordt er bijna verwijtend gesteld dat firmawagens ‘groter en duurder’ zijn dan andere wagens. Men zou hier op zijn twee knieën dankbaar voor moeten zijn als maatschappij voor alle extra gegenereerde economische meerwaarde.”

Ook de extra afgelegde kilometers vindt Frank Van Gool niet correct gekaderd: “Dat een firmawagen meer kilometer aflegt, zal wel. In privé-context zal de vrijetijdskilometer in de regel met een firmawagen afgelegd worden. Die kilometers zouden zonder firmawagen ook vaak gereden worden: als er op zondag naar schoonmoeder gereden moet worden en er staat een privéwagen en een firmawagen voor de deur: met welk voertuig zal het gezin rijden? Dat er meer woon werk kilometers worden gereden met firmawagens, bewijst alleen maar hun nut. En iemand die op 100m van zijn werk woont heeft wellicht minder behoefte aan een firmawagen en zal er dus ook geen hebben. De firmawagen creëert ook meer participatie aan het economische welvaart voor de gebruiker: verbeterde mobiliteit schept mogelijkheden om dingen te doen die mensen anders niet zouden doen (uitstapjes,…).”

Frank Van Gool besluit als volgt: “Het mobiliteitsbudget is een concept dat wij ondersteunen maar de bedrijfswagen moet hier integraal in passen. Geen anti-bedrijfswagen maatregel maar een aanmoediging om alternatieven ook te gebruiken.”