FOD Mobiliteit: cash-for-car is gemakkelijkste oplossing

Op de FOD Mobiliteit is men al geruime tijd aan het brainstormen over het mobiliteitsbudget. Zoals uit recente berichtgeving blijkt, zal dat er wellicht niet komen en wordt het een cash-for-car scenario. De vele fiscale en technische struikelblokken van een echt mobiliteitsbudget lijken de FOD Mobiliteit af te schrikken.

Het is ondertussen geen geheim meer dat de regering uitdrukkelijk naar cash-for-car kijkt maar bij de FOD Mobiliteit is een mobiliteitsbudget zeker geen taboe. Er bestaat geen wens bij de overheid om het bedrijfswagenstelsel zelf aan te pakken maar er moet wel een alternatief komen. De FOD Mobiliteit zou een mobiliteitsbudget berekenen op de gemiddelde prijs van een bedrijfswagen en dan belasten als een soort fictieve bedrijfswagen. Dus eigenlijk vergelijkbaar met het Voordeel Alle Aard voor de werknemer. Hoe het fiscale plaatje oogt aan werkgeverszijde is dan weer minder duidelijk. Bij een bedrijfswagen wordt de fiscale aftrek berekend op basis van de CO2-uitstoot maar dergelijk instrument kan men niet gebruiken bij een mobiliteitsbudget.

Budgetneutraliteit wordt moeilijk

Foto : SNCB/NMBS

Of het nu cash-for-car wordt of mobiliteitsbudget, de overheid streeft naar budgetneutraliteit voor zowel zichzelf als de werkgevers en werknemers. In de wandelgangen luidt het dat dit voor de overheid alvast een moeilijke opdracht wordt. Budgetneutraliteit is moeilijk haalbaar voor de overheid omdat de alternatieve vormen van mobiliteit een pak lager belast worden dan de ‘automobiliteit’.

Men vreest ook misbruiken en het gebrek aan instrumenten om die afdoende te counteren. In het geval van cash-for-car dreigt ook fiscale chaos. Zo wordt het voorbeeld aangehaald van een werknemer die met zijn cash-for-car de trein neemt. Dan kan hij geen vergoeding meer krijgen voor woon-werkverkeer als hij toch eens de auto neemt. En bovendien bestaat de vrees dat cash-for-car nauwelijks een sturende functie zal hebben op de mobiliteit van werknemers. Last but not least is extra cash uitkeren ook geen vanzelfsprekendheid. Men verwijst daarvoor naar de discussie rond de ecocheques en wacht eigenlijk op het parlement om die knoop door te hakken.

Wat zeker ook meespeelt: een mobiliteitsbudget of cash-for-car zou alleen toegekend worden aan werknemers die minstens al een jaar een bedrijfswagen hebben. Aangezien dit eerder een voordeel is voor de hogere inkomens (sic), vindt men dat niet echt eerlijk. Tegelijkertijd is een mobiliteitsbudget of cash-for-car voor alle werknemers zeker een budgettair onhaalbare kaart. Dus ondanks de bezwaren over ongelijkheid, komt dat er zeker niet.

Cash-for-car is goedkoper is voor de regering en moet minder fiscale valkuilen omzeilen dan een mobiliteitsbudget

Cash-for-car een noodoplossing?

Uit zowat alles blijkt dat de FOD Mobiliteit eigenlijk voorstander is van een mobiliteitsbduget maar dat men gemakshalve toch kiest voor cash-for-car omdat het goedkoper is voor de regering en omdat het minder fiscale valkuilen moet omzeilen dan een mobiliteitsbudget. B budgetneutraliteit lastig haalbaar is voor de overheid omdat de alternatieve vormen van mobiliteit een pak lager belast zijn dan de automobiliteit?

Toch – zo luidt het bij de FOD Mobiliteit – bestaat de mogelijkheid dat men begint met cash-for-car om het dan later te laten evolueren naar een echt mobiliteitsbudget. Of dat nog deze legislatuur is, valt echter te betwijfelen …

Voor 400 à 600 euro de auto aan de kant?

De FOD Mobiliteit liet een kleine enquête uitvoeren bij 70 personen om te onderzoeken voor hoeveel geld de mensen hun bedrijfswagen laten staan voor een mobiliteitsbudget: tussen de 300/400€ en 700/800€, afhankelijk van het type auto. De regering denkt zelf aan een bedragen tussen de 400-600€.