Groen en Ecolo: “Eens aan de macht veranderen we alles”

Groen en Ecolo zitten grotendeels op dezelfde lijn als het gaat over mobiliteit en autogrelateerde fiscaliteit. Groen baseert zich voor zijn mobiliteitsplannen op het STOP-principe: eerst stappers, dan trappers, dan openbaar vervoer en pas op de laatste plaats de personenwagen. De groenen kijken vooral naar de gunstige fiscale behandeling van de bedrijfswagens als oorzaak van de huidige mobiliteitsknoop.

De partij liet berekenen hoeveel staatssteun er in Europa naar het woon- en werkverkeer vloeit, in het bijzonder de bedrijfswagens. En de cijfers zijn volgens hen zeer duidelijk. België is Europees koploper wanneer het gaat over de “subsidiëring” van bedrijfswagens: 1,2% van ons BBP (Bruto Binnenlands Product) gaat richting woon-werkverkeer, met als grootste slokop de bedrijfswagen. Ter vergelijking: bij nummer 2 Duitsland is dat slechts 0,9%.

Het gevolg daarvan is dat er heel wat bedrijfswagens op onze wegen rijden. En dat zorgt volgens Groen en Ecolo voor economische schade en is ook nefast voor de volksgezondheid. Groen liet becijferen dat het fiscale gunstbeleid voor bedrijfswagens ons land zowat 905 miljoen euro per jaar kost. Dat cijfer omvat zowel het economisch verlies als de bijkomende milieu- en externe congestiekosten die veroorzaakt worden door een overmatig gebruik van de wagen, vooral in de spitsperiode.

Gedragsverandering door fiscale hervorming

Toch gaat men vanuit het groene kamp de bedrijfs- en salariswagens niet afschaffen, noch bepalen hoe werknemers naar hun werk gaan. Ze wil daarentegen via een belastingkrediet de werknemer de mogelijkheid geven om zelf zijn mobiliteitsnoden in te richten. De subsidie van de bedrijfswagen zou worden teruggebracht naar 0,9% en hiermee wordt het belastingkrediet gefinancierd. De 0,3% winst zou terugvloeien naar de schatkist voor andere projectenHet probleem met het huidige belastingstelsel is voor de groene partijen het zogenaamde Matheuseffect. Nu is de bedrijfswagen vaak een gunst van de werkgever, dus enkel de mensen met een sterke onderhandelingspositie krijgen er een. Dat betekent dat de ‘sterkere’ (lees: rijkere) werknemers sterker worden, want zij krijgen een bedrijfswagen. De zwakkeren worden dan weer zwakker, want zij krijgen er geen. Die ongelijkheid willen de groenen en Ecolo duidelijk uitvlakken.

Groen ziet de afschaffing van het bedrijfswagenvoordeel in een breder kader van een belastingkrediet dat zo goed als neutraal is. Enige uitzonderingen zijn enkele ecologische maatregelen die de partij wel genegen is. Voorbeelden hiervan zijn de fiets- en dichtbijwoonbonus. Deze laatste maatregel draait rond de woon-werkafstand van de Belg. Die wil het liefst binnen de 45 minuten afstand van zijn werk wonen. Dit kan echter niet altijd en verhuizen is vaak kostelijk door de hoge registratierechten en de belasting op notaris. Door deze belastingen te verlagen, hopen Groen en Ecolo dat meer mensen dichter bij hun werkplaats komen wonen, waardoor ze minder tijd aan woon-werkverkeer spenderen.

Picture: Viapass

Slimme kilometerheffing en mobiliteitsbudget

Daarnaast wil Groen ook een aantal maatregelen lanceren om autogebruik te ontmoedigen. Een slimme kilometerheffing is er daar een van. Wie meer rijdt, betaalt meer is het principe achter die heffing. Met deze strategie zou de partij rechtstreeks ingrijpen op het marktmechanisme (lees meer belasten) en mensen minder doen autorijden. Ook het bijproduct van veel wagens op de baan, namelijk vervuiling en files, verdwijnt hiermee. Groen wil echter de belastingdruk niet verhogen. Daarom wil de partij met de opbrengst van de kilometerheffing de belastingen verlagen. Zo zal bijvoorbeeld alleen de eerste inverkeerstelling belast worden.

Ook in het mobiliteitsbudget willen de groenen snoeien. Dat is immers, zoals hierboven vermeld, niet budgetneutraal. In het systeem van Groen zou de opbrengst van de kilometerheffing rechtstreeks naar de schatkist gaan. Dat betekent dat elke werknemer elk jaar tussen de 700 en 2780 euro belastingkrediet krijgt, waabij het plafond genoeg is om een voledig dekkend openbaar vervoer abonnement te kopen. Hierbij geldt dat dit berekend wordt aan de hand van een fictieve verbinding met het openbaar vervoer, en dat werkenmers niet hoeven te bewijzen hoe ze zich naar het werk verplaatsen.

Uit deze standpunten kan je concluderen dat, wat de regering nu ook doet met de mobiliteitshervorming, Groen het sowieso zal willen omvormen als het aan de macht komt. De plannen die nu op tafel liggen, grijpen immers niet genoeg in op het marktmechanisme en zullen de verkeersknopen volgens de partij nooit oplossen.

Pittig detail: Groen laat weten dat het hoofd van de FOD financiën zei dat het teksten van hun partij had gezien die voor paniek op zijn dienst hadden gezorgd. Ze leken immers enorm op interne nota’s over toekomstig beleid en hij vreesde dat ze gelekt waren. Dit bewijst volgens Groen dat de administratie op dezelfde lijn zit, alleen de minister wil niet mee.