Jan Deknuydt (J&T Autolease) : “Alleen op de fiets kan ik het werk loslaten”

Jan Deknuydt staat sinds 2008 aan het hoofd van J&T Autolease. Hij heeft een passie voor auto’s en leasing, had net zo goed journalist kunnen worden en leeft zich in zijn vrije tijd uit op de mountainbike. Tijd voor een gesprek!

Welke opleiding hebt u gevolgd?

Een klassieke opleiding, Latijns-Grieks en daarna communicatiewetenschappen in Leuven. Ik wou eigenlijk journalist worden. Maar de passie voor auto’s was toch groter en daarom heb ik dat beroep nooit uitgeoefend.

En hoe bent u dan in de autosector terecht gekomen?

Op de een of andere manier hebben zich altijd kansen aangeboden op het juiste moment. Zo ben ik in 1991 begonnen bij Hertz korte termijn, toen de marktleider. Daar ben ik vijf jaar gebleven. Van 1996 tot 2000 bij Lease Concept, waar ik het prospectievak onder de knie heb gekregen. Vervolgens ging Lease Concept  over in LeasePlan en daar ben ik gebleven tot ik in 2008 de overstap maakte naar J&T Autolease. Ik heb eigenlijk veel geluk gehad omdat ik bij al mijn vorige werkgevers – maar zeker bij LeasePlan – op veel departementen heb kunnen werken en veel kansen heb gekregen.

Er wordt gezegd dat de leasingmarkt in België matuur is, wat eigenlijk een ander woord is voor verzadigd. J&T Autolease kan echter jaar na jaar groeicijfers voorleggen. Wat is het geheim van uw succes?

We hebben dat voor een deel te danken aan onze schaalgrootte, die we gestadig opgebouwd hebben. Hetzij door organische groei, hetzij door overnames zoals onlangs met Leasense. Daardoor hebben we genoeg aankoopkracht om op het vlak van pricing competitief te zijn. Anderzijds hebben wij een lichtere structuur dan de echt grotere spelers en dat laat ons toe om net iets korter op de bal te spelen. Wij hebben geen compliancy-regels zoals een aantal concurrenten – waar we overigens met respect naar kijken – die wel hebben. Het blijft een servicemarkt en dan is snel reageren zeer belangrijk. En we merken dat klanten dat heel fel waarderen.

Verschillen jullie ook qua aanbod met de andere spelers?

We hebben van in het begin ingezet op bestelwagens en dat is een groeiende markt. Er is een groeiende economie, er wordt heel veel online besteld  … en veel vervoerders doen aan downscaling omdat ze geen kilometerheffing voor vrachtwagens willen betalen. Wij hebben die kaart van in het begin getrokken en dat helpt omdat we veel kennis opgedaan hebben over wat klanten willen en welke voertuigen ze moeten hebben.

J&T Autolease heeft onlangs Leasense overgenomen. Hoe groot is de vloot die u erbij krijgt?

Die moet je eigenlijk opsplitsen in twee delen. Er komen 851 contracten operationele leasing bij en 3194 servicecontracten. Vooral dat laatste was iets waar we met jaloerse ogen naar keken omdat het dienstverlening is aan klanten die resoluut niet voor leasing kiezen. Maar wij kunnen ze wel alle diensten garanderen die we ook aan onze operationele leaseklanten geven.

Hoe groot is de gecombineerde vloot ondertussen?

Die van J&T Autolease telt 7.684 voertuigen en met die van Leasense erbij komen we dus al aan ruim 8.500voertuigen, plus natuurlijk de servicecontracten.

Daarmee bent u ondertussen al een middelgrote speler. Bestaat het gevaar niet dat u een deel van die reactiviteit en flexibiliteit moet inleveren door de schaalgrootte?

Nee, om de eenvoudige reden dat we daar zelf over waken door op elk terrein vaste titularissen te hebben. We willen geen beheer in pool of in de massa doen, elke klant heeft nog steeds een vast aanspreekpunt.

Hoe zal de integratie van Leasense in J&T Autolease gebeuren? Blijft het bestaan als afzonderlijke entiteit of zal het volledig opgaan in het grotere geheel?

Op dit ogenblik bestaat Leasense nog steeds als vennootschap omdat die rijdende vloot daar is. De nieuwe contracten voor klanten die al bij Leasense waren, vallen nu wel onder J&T Autolease. Dus op het vlak van operationele leasing komen alle voertuigen in de toekomst onder de J&T Autolease-vlag. Bijgevolg zal voor die activiteit de naam Leasense niet meer gebruikt worden. Maar ook voor de servicecontracten zal die naam verdwijnen. Hij staat voor ‘The Essence of leasing’, maar aangezien het louter om servicecontracten gaat, dekt de vlag de lading niet echt. De integratie van Leasense is trouwens een positief verhaal. Wij zijn heel blij met de expertise die onze nieuwe collega’s brengen en vice versa kunnen zij ook van ons zaken leren. Er zijn ook gelijkenissen: een goede werkkracht en spirit van mensen die hun klanten goed omringen. Naar integratie toe is dat een verhaal met meerwaarde.

Welk type manager bent u?

Met 40 mensen zijn we nog altijd een vrij kleine organisatie. En die schaalgrootte laat mij toe om zelf nog veel zaken voor te doen, zowel algemene zaken als het commerciële gedeelte. Ik merk bij mezelf dat ik dat moeilijk kan loslaten. Ik heb geen persoonlijke assistent en doe dus veel zaken zelf. Een werkpunt voor mezelf is dat ik vrij eigenzinnig ben en zeer gedetailleerd werk. Op zich zou je dat een pluspunt kunnen noemen maar men moet mij er soms aan herinneren dat iedereen het sterkst is op zijn eigen manier. Als ik dan een dossier van een collega bekijk, wil ik graag dat dit even gedetailleerd bekeken wordt … maar dat is vaak niet de aanpak van de mensen zelf. Nu we steeds groter worden als organisatie merk ik wel dat het nodig is om de mensen meer ruimte te laten … en de toegevoegde waarde te zien van een andere aanpak. Onze Operations Manager Marcel de Lange is bijvoorbeeld iemand die heel sterk is in processen terwijl mijn focus dan weer op resultaten en cijfers ligt. Dat rijmt wel met elkaar. Niettemin moet ik toegeven dat ik soms wel ongeduldig kan zijn. Het mag best snel en resultaatgericht gaan voor mij. We worden als organisatie ook zo aangestuurd door ons Nederlands moederhuis en ik voel mij daar opperbest in thuis. Onze Nederlandse aandeelhouders zijn een retailorganisatie en die is zeer aantallen-gestuurd. Wij hebben die cultuur voor een stuk mee omdat alles toch begint met het aantal bestellingen. Ik voel mij als een vis in het water in dergelijke omgeving maar het helpt dat ik een collega heb zoals Marcel die voor een evenwicht zorgt. Maar bovenal heb ik het geluk van een heel sterk en matuur team te hebben dat er iedere dag voor gaat.

Zowat alle grote leasingsmaatschappijen profileren zich vandaag als mobility provider. J&T Autolease vooralsnog niet. Is dat omdat er geen vraag is bij uw klanten naar mobiliteitsdiensten?

Op dit moment zijn we meer een volger dan een leider in het mobiliteitsgebeuren. J&T Autolease Nederland staat daar wel iets verder in, binnen de groep hebben we dus wel die expertise waar we een beroep op kunnen doen.  Maar ik moet er volledigheidshalve aan toevoegen dat we pas onlangs voor het eerst een klantenvraag hebben gehad naar een mobiliteitsoplossing met fietsen. We hebben voor die klant een A tot Z-oplossing uitgewerkt in samenwerking met een externe partner. Het was dan ook een vereiste om het contract binnen te halen. Dat zijn onze eerste voorzichtige stapjes richting mobility provider. Verwacht nu niet van ons dat we de komende maanden met een pasklare formule naar de markt komen met een abonnement voor het openbaar vervoer. We blijven onze filosofie van oplossingen op maat ook in deze context trouw. Maar laten we het er toch maar op houden dat we bij J&T Autolease in de eerste plaats ‘auto-mensen’ blijven. Ons volledige budget is opgemaakt op de aantallen auto’s. Mobility provider is vandaag voor geen enkele leasingmaatschappij een verdienmodel. Maar de trend is wel ingezet en als de marktvraag groter wordt, zullen we daar toch moeten op inspelen om te kijken hoe we dat op een goede en rendabele manier kunnen doen. Niettemin zie ik het nooit als een echte vervangmarkt. De auto zal altijd de hoeksteen blijven en ik zie daar de komende jaren zeker geen grote verandering in komen.

U volgt ongetwijfeld de hele saga rond het mobiliteitsbudget vs cash for car. Uw mening daarover?

Indien het richting cash for car gaat, vind ik het een gemiste kans. Dat voordeel zou alleen aangeboden worden aan werknemers die al een bedrijfswagen hebben en bovendien is er geen incentive om dat geld voor mobiliteit te gebruiken. Integendeel, de kans dat we meer occasiewagens zullen zien, lijkt me vrij groot. Dus is er milieutechnisch geen winst en op het vlak van mobiliteit evenmin. Bovendien kan het een pervers effect hebben omdat het vooral interessant is voor mensen met een laag VAA en bestuurders die al weinig rijden. Men zou meer tijd moeten nemen om in overleg met de sector een echt mobiliteitsbudget uit te werken dat toekomstgericht is.

Wat we opvangen uit de geruchtenmolen: men zou beginnen met cash for car om het dan de komende jaren te laten evolueren naar een mobiliteitsbudget …

Voor de sector is dat allerminst een goede zaak. Dat zorgt voor onzekerheid en aan klantenzijde merken we dan dat ze een afwachtende houding aannemen. Over wat er tot nog toe gebeurd is tijdens deze legislatuur mogen we eigenlijk niet klagen omdat het tenminste stabiel was. Ik denk dat men er zich in regeringskringen ook wel van bewust is hoeveel de bedrijfswagen in het algemeen, maar zeker ook de leasewagen, teruggeeft aan btw en taksen allerhande.

Los van het mobiliteitsvraagstuk beweegt er ook een en ander op het vlak van de vloten, en dan meer bepaald een switch naar alternatieve vormen van aandrijving. Merkt u dat ook in uw eigen vloot?

Ja, en 2017 lijkt het jaar waarop dat momentum toeneemt. Tot vorig jaar hadden wij nog klanten die 10.000 km per jaar reden en toch – vooral omwille van de prijs – voor diesel kozen. Wij hebben vorig jaar al de restwaardes van de benzines en diesels op gelijke hoogte gebracht en daarvan zie je het effect nu duidelijk. De diesel zal nog een tijdje dominant blijven maar de trend naar elektrificatie en hybridisering is onomkeerbaar.

Maar, zo heb ik mij laten vertellen, u bent wel fan van de geur van benzine?

(lacht) Ja, ik kan niet ontkennen dat ik een echte autofan ben en zeker van vintage cars. Vooral de periode eind jaren 50 en de jaren 60 spreekt mij aan. Die auto’s ademen de naoorlogse sfeer uit van alles is mogelijk. Men bouwde toen auto’s met acht- en twaalfcilinders, met middenmotors op 14 duims banden die tot 290 km/u konden rijden. Een vertaling van het fenomenaal geloof in een toekomst die steeds verder en harder kan gaan. Het referentiemodel voor mij uit die periode is de Iso Rivolta Grifo met een zevenliter uit 1968, mijn geboortejaar. Maar ik kan net zo goed met bewondering kijken naar de technologie in de huidige generatie auto’s, vooral de vele rijhulpsystemen die toch een echte meerwaarde vormen in het drukke hedendaagse verkeer. Voor mij is een auto nooit zomaar een object, het doet altijd een beetje dromen en ik denk dat veel mensen ook een emotionele band hebben met wagens. Mijn passie voor auto’s is wellicht een van de redenen dat ik nooit iets buiten de autosector heb willen doen.

Stel, dat u – hypotetisch dan – toch in een andere sector zou terechtkomen. Welke zou dan uw voorkeur hebben?

De journalistiek alvast niet omdat de digitale revolutie alles veranderd heeft en ik waarschijnlijk niet meer mee zou kunnen. Ik ben toch vooral gebeten door de commerciële microbe en ik heb wel een zekere fascinatie voor de immobiliënsector. Ik denk dat ik in die sector ook wel iets zou kunnen bijdragen. Maar toch blijft het vooral hypothetisch hoor. Ik voel me nog steeds prima in deze sector. En als ik kijk naar het parcours dat we met J&T Autolease al afgelegd hebben en wat er nog mogelijk is in de toekomst, dan ben ik vooral enthousiast over wat er nog komen gaat. Voor inspiratie kijk ik dikwijls naar onze activiteiten in Nederland en zonder een copy-paste te doen, ben ik er zeker van dat een aantal van die activiteiten er ook in België gaan komen. Ik heb het dan over de aanvulling van de leasingactiviteiten met eigen carrosserieherstelling en eigen dealerships. Zo kunnen we in de toekomst een grotere beheersing hebben van de volledige ketting. J&T Autolease is allesbehalve aan het einde van zijn groeicurve.

Zoals we vandaag hebben gezien, houdt u ook van tweewielers. Is het vooral een vorm van ontspanning of schuilt er toch een competitiebeest in u?

Ik heb vroeger altijd met een wegfiets gereden, maar omwille van rugproblemen ben ik overgestapt op de mountainbike. Het is de fysieke inspanning die me aanspreekt, dat ontspant mij omdat het een mooi contrast is met de geestelijke inspanning tijdens het werk. De resultaten op het werk en de successen van de collega’s geven mij ook een grote voldoening maar het is toch anders. Zo ga ik ook regelmatig zwemmen en geniet ik van werken in de tuin. Als ik dan ’s avonds op mijn terras zit en ik kijk naar het resultaat van mijn werk, dan ben ik een tevreden man. Maar het fietsen is zeker niet competitief. Ik hou er vooral van om in het weekend samen met mijn zoon het bos in te duiken. Hij rijdt dan voorop en ik probeer vooral te volgen en niet te vallen (lacht).

Ik heb me ook laten vertellen dat u een fan bent van New Wave muziek! Bent u een nostalgicus?

Ik hoorde onlangs een muziekpsycholoog – blijkbaar bestaat dat –  op de radio en die vertelde dat het niet abnormaal is dat mensen blijven hangen in de muziek van hun jeugd. Maar ik geeft wel toe dat het bij mij redelijk extreem is. Als een van die artiesten nog een plaat uitbrengt, dan koop ik die en dat blijft goed, ook al ligt hun glorieperiode al 20 jaar achter de rug. Een voorbeeld is Gary Numan, die zijn eigen nummers covert en toch een totaal nieuwe dimensie toevoegt. Het leuke is dat mijn tienerkinderen mij af en toe nieuwe muziek laten horen en dan kan ik fijntjes zeggen: dat is een cover van de jaren 80 (lacht). Dus ben ik een nostalgicus? Ik hou van vintage cars en new wave, maar voor de rest ben ik helemaal up-to-date. (lacht)