Studenten en stedelingen laten de auto meer en meer aan de kant

Uit een nieuwe studie van het Federaal Planbureau en de FOD Mobiliteit en Vervoer blijkt dat de trend van het toenemende autogebruik voor twee specifieke categorieën van weggebruikers gebroken is: personen uit een grootstedelijke omgeving en jonge volwassenen voor het woon-werk- en woon-schoolverkeer. Dit is een gelijkaardige evolutie als in andere ontwikkelde landen.

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het openbaar vervoer een echte uitdager voor het gebruik van de auto. Hoewel het gebruik van de auto voor het woon-werkverkeer algemeen gesproken onaantastbaar lijkt met 73 %, is het beeld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest anders. Het autogebruik is hier gedaald naar 48% en het gebruik van het openbaar vervoer gestegen tot 44%.

Studenten kiezen dan weer voor hun trajecten naar school meer en meer voor een waaier aan alternatieven: in 2001 gebruikte nog 33% van de studenten de wagen op weg naar de les, maar nu is het percentage gedaald tot 22% (in BHG zelfs tot 8%).

Het Federaal Planbureau en de FOD Mobiliteit en Vervoer hebben een samenwerkingsakkoord afgesloten dat leidt tot een aantal studies en working papers over de evolutie van de mobiliteit in België. Recent publiceerden beide organisaties een nieuwe “working paper” over “Modal choice for travel to work and school – Recent trends and regional differences in Belgium”.

Grafiek 1In deze studie wordt gekeken naar de tendensen in het gebruik van vervoersmiddelen voor het woon-werkverkeer en het woon-schoolverkeer in België en zijn regio’s en deze resultaten worden vergeleken met een gelijkaardige studie uit 2001. Drie vaststellingen uit dit onderzoek zijn opvallend:

Algemeen gesproken blijft de auto ruimschoots het populairste vervoersmiddel voor het algemene verkeer en het woon-werkverkeer. Uit het onderzoek blijkt zelfs een stijging van 3 procentpunten ten opzichte van 2001 van 70% naar 73%.

Op deze algemene tendens zien we twee belangrijke uitzonderingen die consistent lijken te zijn met studies in andere ontwikkelde landen:

personen die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werken;

  • studenten op weg naar hun college.

Woon-werkverkeer naar het Brussels Hoofdstedelijk GewestGrafiek 2

De algemene keuze van de Belgische werknemer voor een vervoersmiddel voor zijn woon-werkverkeer is de afgelopen 13 jaar niet significant veranderd. De enige uitzondering op dit beeld zijn de werknemers die hun werkplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben. Bij de vorige studie koos nog 57% voor de auto als het vervoersmiddel. Dit was in het huidige onderzoek gedaald tot 48%.

Voor het openbaar vervoer zien we een omgekeerd beeld. In 2001 koos 35% voor dit vervoersmiddel voor het woon-werkverkeer naar Brussel en in het huidige onderzoek was dit gestegen tot 44%. De kloof tussen beide vervoersmiddelen is dus nagenoeg gedicht.

Studenten op weg naar het college

Ook bij studenten was een stijgende trend van het autogebruik merkbaar tot het begin van deze eeuw. Tussen 2001 en 2013 merken wij in België en in andere ontwikkelde landen een verandering.

In 2001 koos nog 1 op 3 studenten voor de auto op zijn dagelijkse weg naar het college. Vandaag is het aandeel van autogebruik gedaald tot iets meer dan 1 op 5 (22%). In het Brussels Hoofdstedelijk was de daling nog meer uitgesproken, van 23% in 2001 naar nog slechts 8% vandaag.

Grafiek 3

Onderzoekers zien een brede waaier aan oorzaken voor deze twee opvallende vaststellingen:

  • beleidsbeslissingen om autogebruik in de stad te ontmoedigen;
  • stijgende brandstofprijzen;
  • overvolle wegen;
  • een wijzigende houding van jongere generaties ten opzichte van autogebruik met daaraan gekoppeld dalend eigendom van voertuigen bij deze generaties en de opkomst van fenomenen zoals autodelen.

In de toekomst kan ook ITS (Intelligent Transport Systems) voor een stimulans voor alternatieve vervoersmiddelen zorgen door geïntegreerde e-tickets, routeplanners en real time verkeersinformatie.