Michel Martens (FEBIAC) : “Cijfers over bedrijfswagens van de pot gerukt.”

Michel MartensDeze morgen verscheen in De Standaard een artikel waarin de bedrijfswagen flink werd aangepakt op basis van een recent OESO-rapport. Michel Martens, directeur van de studiedienst bij FEBIAC, maakt brandhout van het artikel en noemt de cijfers “manifest onjuist” en “van de pot gerukt”.

De Standaard schreef deze morgen dat 41% van de auto’s in België bedrijfswagens zijn. Het artikel werd ook nog gelardeerd met cijfers over zogenaamde subsidiëring van de bedrijfswagen, over CO2-uitstoot en kilometrages. Michel Martens weerlegt deze cijfers als volgt:

“Het totale wagenpark in België bedraagt 5,4 miljoen voertuigen. Daarvan zijn er 15% bedrijfswagens en 5% zijn ingeschreven op naam van zelfstandigen. In totaal gaat het dus om ongeveer 1 miljoen voertuigen, wat dus 20% is en geen 41% zoals beweerd wordt in het artikel. Die 20% ligt trouwens in lijn met de andere OESO-landen, waar het artikel zo graag mee schermt. Waarschijnlijk heeft de journalist van De Standaard de jaarlijkse inschrijvingen verwisseld met de totale rijdende vloot in België. Dat percentage van 41% bedrijfswagens klopt wat betreft de jaarlijkse inschrijvingen, maar dat is ook logisch omdat die wagens om de vier jaar vervangen worden. Dat is positief want dat wagenpark van bedrijfswagens is zuiniger, veiliger en ecologischer dan de privé-wagens. Het artikel stelt ook dat diesels meer CO2 uitstoten dan benzinewagens. Ook manifest onjuist: de uitstoot van een nieuwe dieselwagen ligt gemiddeld 10% lager dan die van een vergelijkbare benzinewagen.”

Als het gaat over de gereden kilometers, heeft Michel Martens het over appelen met peren vergelijken: “Er wordt gesteld in het artikel dat een bedrijfswagen bijna dubbel zoveel kilometers zou rijden als een privé-wagen. Als je personen die hun privé-voertuig gebruiken voor woon-werk verkeer en beroepsverplaatsingen vergelijkt met chauffeurs van bedrijfswagens, dan blijkt er helemaal niet zo’n groot verschil te zijn. Dat ligt voor de chauffeurs van privé-voertuigen ook gemiddeld rond de 25.000 km of meer, wat nauwelijks minder is dan de chauffeurs van bedrijfswagens. Neem je gepensioneerden en andere niet-beroepsactieve personen als vergelijkingsbasis, dan is dat verschil wel groter. Maar dat is geen eerlijke vergelijking . Appelen met peren vergelijken, heet dat.”

In het artikel in De Standaard wordt beweerd dat een bedrijfswagen in België maandelijks voor 230 euro gesubsidieerd wordt. Michel Martens heeft zo zijn bedenkingen bij het woord “subsidiëring”: “Het woord subsidiëring is gewoonweg stemmingmakerij, want bedrijfswagens worden in België helemaal niet gesubsidieerd. Een bedrijfswagen wordt in België niet op dezelfde manier belast als een brutoloon, maar dat is om de hoge lasten op arbeid in dit land te compenseren. Om dan de bedrijfswagen met de vinger te wijzen, dat is wel heel kort door de bocht en ook populistisch. Laat ons ook niet vergeten dat chauffeurs van bedrijfswagen een voordeel van alle aard betalen voor de prive-gereden kilometers met hun voertuig.”

Michel Martens besluit als volgt: “Ik ben verbaasd dat een artikel met manifest onjuiste cijfers en beweringen zomaar gepubliceerd wordt in een kwaliteitskrant als De Standaard.”