Mobiliteitsbudget en tankkaarten: alles wat u misschien gemist heeft!

De federale regering heeft beslist om de autofiscaliteit vanaf 2017 grondig te herzien. De voorbije dagen deed het thema al behoorlijk wat stof opwaaien in de algemene pers… en op FLEET.BE! Hieronder krijgt u de belangrijkste evoluties in een notedop, mocht u alle ontwikkelingen niet op de voet gevolgd hebben. Dit overzicht zal verder aangevuld worden wanneer er nieuwe informatie opduikt.

  1. Het concept uitgeklaard door de regering: 450 euro krijgen in naam van COP21…
  2. 100.000 bedrijfswagens minder: de uitdaging van Charles Michel
  3. Brandstof: wat als de aftrekbaarheid van 75 naar 60 daalt? (Renta)
  4. TRAXIO bezorgd: “Rentabiliteit en jobs in gevaar”
  5. En u… wat denkt u ervan?

file-securex-web

450 euro krijgen in naam van COP21…

“De energetische overgangsperiode en de COP21 (nvdr: klimaatconferentie van Parijs 2015 van VN) leiden ons naar een aanpassing van onze strategie op het vlak van mobiliteit. Bovendien hebben we beslist de fiscale hervorming op de tankkaart te starten ten opzichte van de werkgever. We wensen eveneens de vrije keuze voor de werknemers te implementeren: een bedrijfswagen, een ander transportmiddel of extra nettoloon. Het gaat ons niet om het gebruik van de wagen te bestraffen, maar om de mogelijkheid om andere transportmodi aan te moedigen.”

Dat is, woord voor woord, het standpunt van de eerste minister Charles Michel dat hij verdedigde voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

De twee zijn rechtstreeks met mekaar verbonden, benadrukt het hoofd van de regering: “De fiscale hervorming op de tankkaart te starten ten opzichte van de werkgever. We wensen eveneens de vrije keuze voor de werknemers te implementeren: een bedrijfswagen, een ander transportmiddel of extra nettoloon.”

450 euro als u uw bedrijfswagen inlevert

Vice-Premier Didier Reynders bevestift dat er niet geraakt wordt aan het fiscale regime van de bedrijfswagen. “Geen bijkomende belastingen”, luidt het. “Het zou daarentegen ook wel mogelijk worden om de bedrijfswagen te vervangen door een verhoging van het nettoloon. “Het zou om een bedrag gaan van ongeveer 450 euro.”

Deze maatregel zou de staatskas met 100 miljoen spijzen.

Dit is geen mobiliteitsbudget

Wie vrijheid in mobiliteitskeuze zegt, zegt in feite mobiliteitsbudget.

Reeds enkele weken geleden verklapte Miel Horsten, voorzitter van de Belgische Federatie van Voertuigenverhuurders (Renta), het al: “Johan Van Overtveldt verzekerde ons tijdens een onderhoud met Renta, Traxio en FEBIAC dat het mobiliteitsbudget tijdens deze legislatuur niet meer op tafel komt”.

De belangrijkste reden: de verschillende gewesten in ons land maken het moeilijk om tot een uniform wettelijk kader te komen. Binnen twee jaar is het alweer verkiezingen en blijkbaar heeft niemand zin om zich te verbranden aan dit dossier. Het mobiliteitsbudget stond nochtans met zoveel woorden in de regeringsverklaring van de federale regering.

Hoewel het momenteel lijkt dat Miel Horsten de mist in ging met deze verklaring, is het tegendeel waar. Want momenteel is het dossier nog steeds een lege doos.

Het doel is nochtans om deze nieuwe maatregel in te voeren vanaf 1 januari 2017.

100.000 bedrijfswagens minder: de uitdaging van Charles Michel

Picture : www.premier.be
Picture : www.premier.be

Deze verklaring ontketende een levendig debat in het Parlement.

Het stond in de originele regeerverklaring twee jaar geleden maar daarna werd er stoïcijns over gezwegen: het mobiliteitsbudget.

Maar nu haalt Charles Michel het weer van onder het stof en volgens hem moet dat er als volgt uitzien: “Onze doelstelling is om een keuze te geven: de werknemer die nu al een bedrijfswagen heeft, moet in de toekomst kunnen kiezen voor een ander transportmiddel of een netto loonsverhoging.”

Wat de premier daarna zei, kunnen we omschrijven als ‘interessant’.

650.000 bedrijfswagens in België

“Er zijn 650.000 bedrijfswagen in België. Volgens schattingen zouden 100.000 personen bereid zijn om een alternatieve vorm van transport te overwegen.”

In zijn besluit is Charles Michel wel voorzichtiger: “Het is moeilijk om voor dit soort hervormingen voorspellingen te doen, we zullen dus nog meer studiewerk moeten doen voor we tot een sluitende regelgeving komen.”

Wat ons betreft lijkt 100.000 personen gewoon een cijfer dat uit de lucht gegrepen is. Er is nog geen enkele enquête of studie gevoerd die dergelijk cijfer kan bevestigen of verantwoorden. De krant De Tijd citeerde ook al KBC Securities, dat ervan uitgaat dat een kwart van alle werknemers met een bedrijfswagen voor het netto-loonvoordeel gaan kiezen. Ook hier wordt niet gezegd op wat soort studiewerk dit cijfer gebaseerd is.

Tijdens het debat deed ook Johan Van Overtveldt zijn zegje: “Dit project zal in nauw overleg met de ministers bevoegd voor mobiliteit op federaal en regionaal vlak uitgewerkt worden. Ik benadruk dat de werknemer de keuze moet krijgen zonder dat hij ook maar iets verliest.”

Frank Van Gool (Renta): de aftrekbaarheid van brandstof van 75 naar 60 %?

van-gool

Renta heeft bij monde van zijn algemeen directeur Frank Van Gool gereageerd op de regeringsverklaring. De Belgische Federatie van  Voertuigen Verhuurders is van mening dat de “bedrijfswagen niet afgeslacht wordt” maar toch vraagt men snel verduidelijking over de inhoud van de maatregelen.

Doordat het akkoord i.v.m. de verlaging van de vennootschapsbelasting uitblijft, is de aanpassing van de aftrekbaarheid van de autokosten niet doorgevoerd, dat is volgens Renta logisch. Minder logisch is dat de verlaagde aftrekbaarheid van de tankkaarten toch ‘blijven plakken’ is. De regering mikt op 100 miljoen inkomsten uit deze maatregel.

Tankkaarten: 110 euro per voertuig per jaar

Renta maakte zelf een berekening van de impact die de verlaagde aftrekbaarheid van tankkaarten zal hebben. Men gaat daarbij uit van 900.000 kaarten die in omloop zijn.

“Als we veronderstellen dat er per jaar met een bedrijfswagen voor ongeveer 2000 à 2500 euro wordt getankt, ligt er een gemiddelde supplementaire verwerping van brandstofkosten van tussen de 10 en 15% op de plank. Dat is nu voor 75% aftrekbaar, maar het zal wellicht dus zakken naar 60%, tenzij er nog een extra berekening komt in functie van de CO2-uitstoot. Volgens ons komt dat uit op een gemiddelde meerkost van 110 euro per wagen per jaar voor de bedrijven”, zegt Frank Van Gool.

Mobiliteitsbudget: onduidelijkheid troef

DSC_0160-optimized

Wat het mobiliteitsbudget betreft, blijft Renta duidelijk op zijn honger zitten.

Frank Van Gool: “Momenteel is er nog maar heel weinig bekend over hoe men invulling wil geven aan dit concept, maar wat we tot nu toe weten doet ons grote ogen trekken. Men zou als bedrijfswagengebruiker kunnen kiezen voor een maandelijkse netto vergoeding als men zijn bedrijfswagen inlevert. Hoe lang men al met een bedrijfswagen moet rijden, tot wanneer men zou kunnen rekenen op de netto-vergoeding, of dit bedrag dan aan mobiliteit moet gespendeerd worden of niet … dat is allemaal onduidelijk.

Dit lijkt op een complexe fiscale koterij en veraf te staan van wat een mobiliteitsbudget zou moeten zijn. Wel is duidelijk dat in dit concept vooral de werknemers die weinig privé (en woon-werk) kilometers doen interesse zullen tonen en met plezier een meer vervuilende nieuwe of tweedehandswagen op de baan zullen zetten als dat voordeliger is dan de cash compensatie die hen te wachten staat.

Met andere woorden: met deze maatregel zullen vooral zuinige en moderne bedrijfswagens die weinig kilometers doen van de baan worden gehaald. Uit eerdere studies blijkt dat meer dan 85% van de bedrijfswagengebruikers een ander voertuig zouden gebruiken om hun woon-werk verkeer te doen als ze dit voordeel zouden verliezen.

Een compensatie voor de bedrijfswagen geven, heeft enkel zin als deze aan andere mobiliteitsmiddelen wordt aangewend, al de rest lijkt ons weinig efficiënt en weinig rechtvaardig. Waarom zouden andere extralegale voordelen dan niet omgezet worden naar onbelaste cash? Wij rekenen erop dat de modaliteiten hierover nog besproken kunnen worden, ook al om te vermijden dat werkgevers worden geconfronteerd met werknemers die hun bedrijfswagen wensen in te leveren maar waarvoor zij contractueel gebonden zijn of het wederverkooprisico dragen.”

TRAXIO: “Rentabiliteit en jobs in gevaar”

mise-a-jour-logicielle-bosch

Ook TRAXIO, de federatie van de autosector en de aanverwante sectoren, heeft haar mening de wereld ingestuurd betreffende het ‘mobiliteitsbudget’ dat de regering momenteel op tafel heeft gegooid.
“Het blijft wachten op de concrete uitwerking van verschillende beslissingen in de begroting en de hervormingen in de rand ervan, maar een aantal concrete, aangekondigde  beslissingen worden door de autohandel en -reparatie  met enige bezorgdheid benaderd.
Voor TRAXIO als sectorale werkgeversfederatie en vertegenwoordiger in zowel het paritair comité voor de garagebedrijven, de koetswerkbedrijven en de metaalhandel, zijn wij bang van de arbeidsmarktontwikkeling binnen de autohandel en -reparatie en haar aanverwante sectoren.

Rentabiliteit

Het spreekt voor zich dat de economische en sociale realiteit achter de bedrijfswagens bij de vele garagebedrijven ligt. Het werd in de pers al aangehaald dat de autoverdelers van de premiummerken vanaf volgend jaar de mogelijke verkoopdaling of afname van leasewagens naar rato van ongeveer 25 % (percentage van wie kiest voor ‘nettoloon’ in de plaats van een bedrijfswagen of andere mobiliteitsoplossingen) dit rechtstreeks zullen voelen in hun omzet (ongeveer -10 %) en verdere rentabiliteitsdaling die al niet rooskleurig is.

Tewerkstelling

Op termijn kan het ook de tewerkstelling in onze kmo’s aantasten (garagesector met aanverwanten is in België de derde kmo-sector na de bouw en de horeca – het gaat om een kleine 90.000 werknemers).De mogelijkheid laten om te kiezen voor puur ‘nettoloon’ i.p.v. een alternatief samengesteld mobiliteitsbudget, maakt dat de creatieve mobiliteitsinvulling (kleinere bedrijfswagen, E-fiets, scooter, autodelen, enz.) geremd zal worden en deels niet echt sturend zal werken in de mobiliteitskeuze van de werknemers die voor ‘nettoloon’ kiezen.
Kiezen als werknemer voor een volledige vervanging van de bedrijfswagen door een ‘nettoloon’ (fiscaal vrij) om vervolgens zijn mobiliteit in te vullen met een oude, goedkope vervuilende occasiewagen of scooter is maatschappelijk en vooral in het kader van het milieu (emissies) niet bepaald bevorderlijk, maar riskeert wel de uitkomst te zijn voor wie om puur opportunistische redenen deze oplossing zou kiezen.

En de directiewagens?

Juridisch-technisch blijft er ook de vraag hoe dit specifiek vertaald zal moeten worden naar ‘autoverkopers’ in de garagebedrijven die regelmatig beroepshalve van directiewagen wisselen en voor wie de keuze voor ‘nettoloon’ niet direct een optie is. De sector zal via TRAXIO te gepasten tijde de discussie hieromtrent aangaan met de bevoegde instanties.

Gaat men de ‘laadkaart’ voor EV’s fiscaal ook belasten of niet?

De voorziene taxatie van de tankkaart bij de bedrijfswagen vanwege de werkgevers los van de hervorming van de vennootschapsbelasting (maar wel inclusief verhoging roerende voorheffing) zal voor veel kmo’s met een voertuigenvloot overkomen als een platte belastingverhoging, die weinig zal bijdragen tot een verdere sturing van het brandstofverbruik per werknemer of bedrijven doen kiezen voor alternatieve aandrijvingen (elektrisch, CNG of waterstof) waarop de gewesten aandringen. Gaat men de ‘laadkaart’ voor EV’s fiscaal ook belasten of niet?

De aangekondigde hervormingen zoals de verlaging van de vennootschapsbelasting en de herziening van de aftrekbaarheid van autokosten (nog grotere koppeling aan milieuparameters zoals CO2) worden vooruitgeschoven in de tijd, maar blijven voor TRAXIO belangrijke werven waar hopelijk in overleg met de sector tot economisch en maatschappelijk evenwichtige oplossingen kunnen gevonden worden.

Wendbaar en werkbaar werk

Wat wendbaar en werkbaar werk betreft, waarmee de regering de arbeidsmarkt wil moderniseren, lijken de grootste obstakels voor de werkgevers verwijderd te zijn. Maar voor de kmo-bedrijven in de garagesector en aanverwante sectoren blijft het aspect van de opleidingsinspanningen een moeilijk punt: de druk zal blijven om in navolging van het interprofessioneel niveau op sectoraal niveau ook tot 5 dagen te gaan als compensatie voor invoering van verdere flexibilisering van het werk.

Bij ontstentenis van een sectorale cao zou er 2 dagen recht zijn op ondernemingsniveau. TRAXIO zal als werkgeversorganisatie bij het komende sectoraal overleg in 2017 voor haar bedrijven die hunkeren naar flexibelere werkregelingen (bandencentrales, depannagediensten, landbouwmechanisatiebedrijven, machineverkoop en –onderhoud, fiets- en motorzaken, vrachtwagengarages, …) proberen om de voordelen uit de regeling wendbaar en werkbaar werk sectoraal maximaal te valoriseren voor haar werkgevers.

TRAXIO vraagt als sectororganisatie aan de regering om snel werk te maken van een evenwichtige hervorming en verlaging van de vennootschapsbelasting met oog voor starters en kmo-bedrijven die verder investeren in de groei van hun bedrijf en de lokale verankering.”

FEBIAC : “Extra kost van zowat 120€ per bedrijfswagen”

stationnement

FEBIAC, de Belgisch-Luxemburgse automobielfederatie, is niet gekant tegen intelligente hervormingen van de fiscale omkadering van auto’s van bedrijven. “Net zomin is zij gekant tegen ingrepen die onze burgers en bedrijven mobiel houden of mobieler maken”, zegt het persbericht. “Administratieve en fiscaal-sociale vereenvoudiging; het vergemakkelijken van multimodaliteit, sturing richting milieuvriendelijke voertuigen en mobiliteitsdiensten… het kan stuk voor stuk op onze principiële instemming rekenen.”

“FEBIAC volgde met stijgende verbazing de gevolgtrekkingen en speculaties die de media haalden na de presentatie van de federale begrotingsmaatregelen met betrekking tot bedrijfswagens. Enkele ideeën en voorstellen staan namelijk mijlenver af van de 3 beslissingen die de federale regering afgelopen weekend heeft gecommuniceerd:

1. De verminderde aftrek van brandstofkosten

2. De invoering mobiliteitsbudget

3. Beide maatregelen moeten 100 miljoen euro opbrengen in hoofde van de werkgever op een totale begrotingsinspanning van 3 miljard. Op een park van 850.000 bedrijfswagens betekent dit gemiddeld een extra kost voor de werkgever van zowat 120€ per bedrijfswagen op jaarbasis.”

“Heel wat deining en ongerustheid”

“De concrete maatregelen en modaliteiten zullen, net als in de andere domeinen, de komende weken uitgewerkt worden, aldus nog de regering. Al de rest is bijgevolg interpretatie en speculatie of, erger nog, volledig uit de lucht gegrepen. Dit gegis veroorzaakt echter heel wat deining en ongerustheid in de markt van bedrijfswagens, en dreigt deze een tijd lam te leggen. Dit is onaanvaardbaar.”

“Het is daarom uiterst belangrijk om snel de concrete modaliteiten van beide beslissingen te kennen. Want ook al is de mobiliteit van zijn personeel en zijn producten zeer belangrijk, welk bedrijf kan en wil zich vandaag engageren voor contracten die makkelijk drie tot vier jaar lopen en waarvan de gevolgen vandaag niet precies in te schatten zijn? Welke werknemer die een auto van het bedrijf nodig heeft om zijn of haar job uit te voeren, is vandaag zeker de juiste keuze te maken?”

FEBIAC roept daarom, zoals de andere spelers in het mobiliteitsveld en de werkgeversorganisaties, op tot overleg en tot zeer spoedige duidelijkheid over de hervorming die op til is. Wij durven erop vertrouwen dat onze regering de concurrentiekracht van onze bedrijven en de koopkracht van onze burgers net zo hoog inschat als het verbeteren van de mobiliteit in ons land.
autoroutes-flamandes

“De salariswagens doen verdwijnen heeft op mobiliteitsvlak het effect van 1 jaar terugkeren in de tijd.”

FEBIAC sluit met enkele cijfers af: “In ons land zijn momenteel 5,7 miljoen personenwagens ingeschreven. 850.000 daarvan zijn ingeschreven op naam van bedrijven, waarvan 600.000 leasewagens. Ongeveer 400.000 auto’s van bedrijven mogen door de werknemer gebruikt worden voor privéverplaatsingen.

“Daarvoor worden zowel de werkgever als de werknemer (voordeel van alle aard) belast. In het (denkbeeldige) scenario dat er geen ‘salariswagens’ meer zouden zijn, zou ten hoogste 20% van de huidige gebruikers kunnen en willen overstappen naar een ander vervoermiddel dan een eigen auto voor de woonwerkverplaatsing.”

De impact op de mobiliteit moet dus berekend worden op een vermindering met ten hoogste 80.000 eenheden (-1,4%) van het totale wagenpark van 5.700.000 auto’s. Dat stemt overeen met het jaarlijkse groeiritme van het wagenpark de voorbije jaren. Anders gesteld: de salariswagens doen verdwijnen heeft op mobiliteitsvlak het effect van 1 jaar terugkeren in de tijd.”

En u, wat denkt u ervan?

Als gevolg van de regeringsverklaring van Charles Michel ligt er een eerste plan op tafel voor een mobiliteitsbudget. Wat denkt u ervan? Waar stelt u zich momenteel vragen bij? Drie kleine vragen, 20 seconden…