Nieuwe leasingstandaard: revolutie?

kpmg fiscaliteit-web

In januari 2016 publiceerde het IASB (International Accounting Standards Board) een nieuwe standaard (IFRS 16) omtrent de behandeling van leasing in de IFRS-rapportering. Deze standaard vervangt de oude IAS 17 standaard. De implementatie van IFRS 16 betekent in essentie dat een groot deel van de geleasede activa in de IFRS-rapportering voortaan op de balans van de leasingnemer zullen worden weergegeven wat in het verleden voor operationele leasing niet het geval was. De standaard is in het bijzonder van belang voor sectoren waar vaak beroep gedaan wordt op leasingovereenkomsten, zoals de autosector. IFRS 16 geeft bovendien ook bijkomende richtlijnen over de manier waarop leasingrechten dienen te worden gewaardeerd.

Door Frank Vancamp & Willem Van den Driessche – KPMG

Frank Vancamp (KPMG)
Frank Vancamp (KPMG)

In tegenstelling tot IAS 17 wordt in de nieuwe leasingstandaard het onderscheid tussen financiële en operationele leasing als determinerende factor voor de behandeling in de rapportering, achterwege gelaten. Er wordt nu nog slechts één definitie gehanteerd. Als men aan de voorwaarden voldoet, dan valt het contract onder de toepassing van de nieuwe standaard en worden de gebruiksrechten bij de leasingnemer op de balans weergegeven, anders niet.

Merk op dat ook gelijkaardige principes hun intrede doen in de US GAAP rapportering. Op de verschillen met de IFRS-principes gaan wij in dit artikel echter niet dieper in.

1. Nieuwe definitie van leasing

Algemeen wordt gesteld dat een overeenkomst een leasingovereenkomst is of bevat indien de overeenkomst het recht van gebruik van specifieke activa overdraagt voor een bepaalde periode in ruil voor een compensatie.

Om te bepalen of een contract een leasingovereenkomst is of bevat, dienen volgende voorwaarden dus gelijktijdig vervuld te zijn:

  • Het contract heeft specifiek bepaalde activa als voorwerp:

De activa moeten m.a.w. voldoende nauwkeurig worden beschreven in de overeenkomst.

  • Het contract wijst het economische genot van deze activa toe aan de leasingnemer:

Het betreft hier alle voordelen die voortvloeien uit het commercieel gebruik van de activa.

  • Het contract bepaalt dat de leasingnemer de bestemming van de activa zelf stuurt:

Dit betekent dat de leasingnemer beschikt over de activa en zelf kan bepalen hoe en voor welk doel de activa worden aangewend gedurende de periode van het contract. Deze voorwaarde wordt ook geacht voldaan te zijn in de situatie waarbij het gebruik via het contract vooraf is bepaald maar de leasinggever geen wijzigingen kan aanbrengen aan de gebruiksvoorwaarden gedurende de loopduur van het contract. Het spreekt voor zich dat hier geen rekening dient gehouden te worden met voorwaarden die de leasinggever oplegt aan het gebruik, louter en alleen om zijn rechten te vrijwaren (bijvoorbeeld om beschadiging te vermijden).

Vaak vormt een contract een combinatie van leasing en andere diensten. Bovenvermelde voorwaarden dienen dan beoordeeld te worden voor elke component van het contract afzonderlijk. Dit wil dus zeggen dat indien in een contract naast leasing ook andere diensten worden overeengekomen, deze diensten niet op de balans dienen te worden opgenomen.

Het is belangrijk te weten dat het de leasingnemer vrij staat om de nieuwe leasingstandaard niet toe te passen in geval van kortlopende leasingcontracten (niet langer dan 1 jaar) of in geval het activa betreft met een lage waarde (op individuele basis te bepalen).

2. Behandeling bij de leasingnemer

Willem Van den Driessche (KPMG)
Willem Van den Driessche (KPMG)

Indien bovenvermelde voorwaarden vervuld zijn, worden bij de leasingnemer de gebruiksrechten op de activa die het voorwerp van de leasing uitmaken op de activazijde van de balans weergegeven. Deze gebruiksrechten stemmen overeen met de huidige waarde van de toekomstige leasetermijnen. Op de passivazijde worden de te betalen leasetermijnen als schulden opgenomen. In de resultatenrekening worden de afschrijvingen op de gebruiksrechten als kosten opgenomen evenals de interesten.

Het valt te verwachten dat deze nieuwe standaard een belangrijke impact zal hebben op de balans van vele ondernemingen. Afhankelijk van de aard van hun activiteiten, zullen zij hun activa en schulden mogelijk significant zien stijgen.

3. Behandeling bij de leasinggever

Bij de leasinggever blijft alles bij het oude (IAS 17). Daarbij wordt een leasingcontract gekwalificeerd als financiële leasing wanneer het de substantiële overdracht van de risico’s en voordelen eigen aan het eigendom inhoudt. In de andere gevallen kwalificeert het als een operationeel leasingcontract. Enkel in dit laatste geval blijven de activa zichtbaar op de balans van de leasinggever.

Deze kwalificatie is niet noodzakelijk consistent met de kwalificatie die aan het leasingcontract wordt gegeven vanuit het standpunt van de leasingnemer. Daar is immers de nieuwe standaard van toepassing. Hierdoor is het goed mogelijk dat eenzelfde activum zowel bij de leasingnemer als bij de leasinggever opgenomen wordt op de balans onder de nieuwe regeling.

4. Verhouding met het Belgisch boekhoudrecht

Vanuit de Belgische boekhoudprincipes is de kwalificatie van een leasingcontract als financiële dan wel operationele leasing doorslaggevend voor de boekhoudkundige verwerking. Enkel financiële leasingovereenkomsten worden immers weergegeven op de balans van de leasingnemer, net zoals dat het geval is in de oude IAS 17 standaard.

Waar de IFRS-standaard evenwel voor haar invulling van het begrip “financiële leasing” voorrang geeft aan de economische feiten en omstandigheden, blijft het Belgische boekhoudrecht vasthouden aan een strikt juridische invulling.

Met de nieuwe norm lijkt de IFRS-definitie nog verder weg te drijven van de Belgische boekhoudkundige principes die in dit verband gehanteerd worden.

De nieuwe richtlijn zal in werking treden vanaf 1 januari 2019 (met mogelijkheid tot eerdere implementatie) en zal voor vele ondernemingen omschakelingskosten met zich mee brengen.