Raad van State geeft negatief advies over cash for car

Zoals u hier al meerdere keren kon lezen, was het cash for car dossier een moeilijke oefening voor de regering Michel, die uiteindelijk met een wetsontwerp op de proppen kwam dat op bijzonder weinig bijval kon rekenen. Die kritiek horen we nu ook bij de Raad van State, dat er de afgelopen weken zijn licht over liet schijnen.

Niet wettelijk?

Eén van de voornaamste kritieken was dat cash for car het gelijkheidsprincipe schendt: er is discriminatie tussen loontrekkenden zonder en loontrekkenden met een mobiliteitsvergoeding. Wanneer werknemers hun bedrijfswagen inruilen voor cash, dan wordt dat bedrag minder zwaar belast dan gewoon loon. En de Raad van State betwijfelt of dat wel.

Geen link met mobiliteit

Een andere kritiek op cash for car was dat het weinig of niets vandoen heeft met mobiliteit. Ook de Raad van State maakt die opmerking. Het voordelige statuut van bedrijfswagens blijft bestaan. Werkgevers zijn niet verplicht om cash for car voor te stellen aan hun werknemers … en deze laatste zijn niet verplicht om er op in te gaan. En zo ze dat al doen, is er geen enkele garantie dat ze dat geld zullen gebruiken voor alternatieve mobiliteit. Volgens de Raad van State veel te vrijblijvend.

En wat nu?

Volgens onze bronnen zal de federale regering het wetsontwerp nu aanpassen, laten goedkeuren door de ministerraad en in de loop van volgende week aan het parlement voorleggen ter goedkeuring. Er zit dan ook de nodige tijdsdruk op dit dossier omdat de regering zichzelf een deadline had gegeven om de wet op 1 januari in het Staatsblad te publiceren. Het advies van de Raad van State is niet bindend. De regering zou het dus naast zich kunnen neerleggen maar zou daardoor een groot juridisch risico nemen. Want dan dreigen heel wat procedures en kan het Grondwettelijk hof het hele wetsontwerp alsnog aan flarden schieten.

Ondertussen kregen we ook een officiële reactie van de woordvoerder van Minister van Financiën Johan Van Overtveldt: “Het advies van de Raad van State zal onderzocht worden binnen de regering via interministeriële werkgroepen. Concreet betekent het advies van de Raad van State dat het wenselijk is om toelichting te geven bij het wetsontwerp omtrent de principes die belangrijk zijn voor de regering: vrijheid van keuze / alleen voor werknemers die al over een bedrijfswagen beschikken / budgetneutraliteit.”

Een ander mogelijk scenario – maar dat is op dit ogenblik nog speculatie – is dat één van de regeringspartijen zegt niet meer achter het wetsontwerp te staan in zijn huidige vorm. Dat zou meer dan waarschijnlijk CD&V zijn, dat zich altijd al een koele minnaar toonde van cash for car. De partij zit daarmee op dezelfde lijn als de sociale partners, die ook voorstander zijn van een volwaardig mobiliteitsbudget.

Mobiliteitsspecialist Jef Van den Bergh van CD&V: “Dit is een hefboom om opnieuw naar het alternatief te kijken dat de sociale partners eerder hebben voorgesteld. Zij pleiten voor een formule waarbij de werknemer de mogelijkheid krijgt zijn bedrijfswagen in te ruilen voor andere mobiliteitsformules en/of ene kleinere wagen. Alleen een overschot kan cash uitgekeerd worden.”