Renta: bedrijfswagens niet afgeslacht, maar …

van-goolRenta heeft bij monde van zijn algemeen directeur Frank Van Gool gereageerd op de regeringsverklaring. De Belgische Federatie van  Voertuigen Verhuurders is van mening dat de “bedrijfswagen niet afgeslacht wordt” maar toch vraagt men snel verduidelijking over de inhoud van de maatregelen. Doordat het akkoord i.v.m. de verlaging van de vennootschapsbelasting uitblijft, is de aanpassing van de aftrekbaarheid van de autokosten niet doorgevoerd, dat is volgens Renta logisch. Minder logisch is dat de verlaagde aftrekbaarheid van de tankkaarten toch ‘blijven plakken’ is. De regering mikt op 100 miljoen inkomsten uit deze maatregel.

Tankkaarten: 110 euro per voertuig per jaar

Renta maakte zelf een berekening van de impact die de verlaagde aftrekbaarheid van tankkaarten zal hebben. Men gaat daarbij uit van 900.000 kaarten die in omloop zijn. “Als we veronderstellen dat er per jaar met een bedrijfswagen voor ongeveer 2000 à 2500 euro wordt getankt, ligt er een gemiddelde supplementaire verwerping van brandstofkosten van tussen de 10 en 15% op de plank. Dat is nu voor 75% aftrekbaar, maar het zal wellicht dus zakken naar 60%, tenzij er nog een extra berekening komt in functie van de CO2-uitstoot. Volgens ons komt dat uit op een gemiddelde meerkost van 110 euro per wagen per jaar voor de bedrijven”, zegt Frank Van Gool.

Mobiliteitsbudget: onduidelijkheid troef

Wat het mobiliteitsbudget betreft, blijft Renta duidelijk op zijn honger zitten.

Frank Van Gool: “Momenteel is er nog maar heel weinig bekend over hoe men invulling wil geven aan dit concept, maar wat we tot nu toe weten doet ons grote ogen trekken. Men zou als bedrijfswagengebruiker kunnen kiezen voor een maandelijkse netto vergoeding als men zijn bedrijfswagen inlevert. Hoe lang men al met een bedrijfswagen moet rijden, tot wanneer men zou kunnen rekenen op de netto-vergoeding, of dit bedrag dan aan mobiliteit moet gespendeerd worden of niet … dat is allemaal onduidelijk. Dit lijkt op een complexe fiscale koterij en veraf te staan van wat een mobiliteitsbudget zou moeten zijn. Wel is duidelijk dat in dit concept vooral de werknemers die weinig privé (en woon-werk) kilometers doen interesse zullen tonen en met plezier een meer vervuilende nieuwe of tweedehandswagen op de baan zullen zetten als dat voordeliger is dan de cash compensatie die hen te wachten staat. Met andere woorden: met deze maatregel zullen vooral zuinige en moderne bedrijfswagens die weinig kilometers doen van de baan worden gehaald. Uit eerdere studies blijkt dat meer dan 85% van de bedrijfswagengebruikers een ander voertuig zouden gebruiken om hun woon-werk verkeer te doen als ze dit voordeel zouden verliezen.

Een compensatie voor de bedrijfswagen geven, heeft enkel zin als deze aan andere mobiliteitsmiddelen wordt aangewend, al de rest lijkt ons weinig efficiënt en weinig rechtvaardig. Waarom zouden andere extralegale voordelen dan niet omgezet worden naar onbelaste cash? Wij rekenen erop dat de modaliteiten hierover nog besproken kunnen worden, ook al om te vermijden dat werkgevers worden geconfronteerd met werknemers die hun bedrijfswagen wensen in te leveren maar waarvoor zij contractueel gebonden zijn of het wederverkooprisico dragen.”