Renta reageert op tendentieuze berichtgeving rond bedrijfswagen

F95 fiscaliteit - foto 2Renta heeft vandaag bij monde van Algemeen Directeur Frank Van Gool gereageerd op een tendentieus artikel over de bedrijfswagen dat begin april verscheen in magazine Knack. Ziehier integraal het persbericht dat Renta daarover uitgestuurd heeft:

In Knack van 2 april 2014 (Loondossier, « Het einde van de rit, Bedrijfswagens : het systeem is niet meer houdbaar ») krijgt de gebruiker van een bedrijfswagen er nog maar eens stevig van langs. Het valt toe te juichen dat er enig studie- en enquêtewerk wordt verricht, maar het is teleurstellend hoe weinig duiding wordt gegeven bij de cijfers en hoe tendentieus omgegaan wordt met dit complexe thema.

Zichtbaar voordeel

Van de moderne journalist wordt blijkbaar meer en meer verwacht dat hij het conflictmodel hanteert: creëer de illusie dat er in de maatschappij 2 groepen bestaan en slijp de argumenten scherp om ze tegen mekaar op te zetten. In het vakjargon heet dat ‘het debat voeden’.  De voorbeelden van deze toogdiscussies zijn legio: firmawagenbezitters tegen degenen die zelf voor een auto moeten zorgen, privé- of zelfstandigenpensioen tegen dat van ambtenaren, mensen met veel vakantiedagen tegen het wettelijk minimum, zonnepanelen versus een maagdelijk dak etc.

Dat sommige van die zaken meer zichtbaar zijn dan andere is koren op de molen van de discussie: volgens Knack zouden we in de file maar eens om ons heen moeten kijken om vast te stellen hoe erg we omringd zijn door firmawagens. En ja, het zijn er niet weinig. Ongeveer 20% van het personenwagenpark in België om precies te zijn. 80% zijn er dus voor alle duidelijkheid GEEN. Ook het argument dat ze oververtegenwoordigd zijn in de files houdt weinig steek. Volgens de jongste cijfers van de Vlaamse Overheid gebeurt 73% van het woon-werkverkeer met de auto. SD Works stelt in het artikel dat 30% van de bedienden over een firmawagen beschikt. Volgens de Knack enquête gebruikt 82% deze wagen om naar het werk te rijden. Een regel van 3 leert ons dan dat 34% van de auto’s die u ’s ochtends op de weg ziet firmawagens zijn, en dus 66% privé wagens.  En dan gaan we ervan uit dat er geen ambtenaren of arbeiders in de file staan, dus  de proportie privé ligt wellicht hoger.

Maar een firmawagen schijnt voor sommigen harder te blinken dan een ander voertuig, beter zichtbaar zeg maar. Door de gekleurde berichtgeving zijn we op een punt gekomen dat de degenen met een privé-wagen de firmawagen bijna als een soort fiscale ontduiking beschouwen. Dat eind juni bij de privé-wagen gebruiker de keukentafel gevuld ligt met documenten die de reële aftrek van beroepskosten moeten opkrikken, is minder zichtbaar. En gelijk heeft deze laatste trouwens. Wat is er mis om, binnen de spelregels, de loodzware fiscale druk op arbeid in dit land trachten te milderen?

Kilometervreters en oorzaak van files

Uit een enquête die wij lieten uitvoeren in 2011 in samenwerking met KPMG, Febiac en Federauto, blijkt dat de gemiddelde gebruiker van een firmawagen jaarlijks 29.600 km aflegt en een beroepsactieve zonder firmawagen 28.900 km, nauwelijks een verschil dus. De gemiddelde wagen legt in België weliswaar slechts 16.000 km af, maar we moeten appelen met appelen vergelijken, er zijn nu eenmeel per definitie weinig gepensioneerden die een bedrijfswagen gebruiken. De uitspraak van mobiliteitsexpert Kris Peeters dat mensen met een firmawagen meer en verder rijden is dus sterkt te nuanceren.  Zijn verdere voorzichtige bewering dat ‘firmawagens waarschijnlijk oververtegenwoordigd zijn in de files’ lijkt ons, in de context van wat we hiervoor reeds beschreven, eveneens onjuist.

Milieu en alternatieve mobiliteit

Toegegeven, we zitten nog steeds in een verdieseld land. Slechts 12% van de bedrijfswagens worden aangedreven door een benzinemotor. Een rechtstreeks gevolg van de accijnspolitiek van de voorbije decennia, maar ook van een sterke focus van de overheid op CO2-uitstoot.  Ook de Nox-uitstoot moet naar beneden. De leasingsector ziet gelukkig een prille kentering. De penetratie benzinewagens stijgt  met ongeveer 1% per jaar.  Als het op CO2 aankomt, stoten nieuw ingeschreven leasingwagens gemiddeld 115 gr/km uit, 10% lager dan bij particulieren.

Voertuigen met alternatieve aandrijvingen, zoals elektrische wagens, zijn duur. Daarnaast blijft de laadinfrastructuur een pijnpunt en volstaat het rijbereik niet voor iedereen. En wat is zo’n wagen nog waard na vier of vijf jaar, gegeven de verwachte technische evoluties? Terecht wordt naar de overheid gekeken om sturend op te treden en dit alternatief interessanter te maken.

Maar ook de bedrijven en de leasingsector zitten niet stil. Er wordt meer en meer gedacht in termen van mobilteitsverschaffing in plaats van zoveel mogelijk metaal op de baan te krijgen. Producten die de auto combineren met openbaar vervoer of bijvoorbeeld de (elektrische) fiets winnen aan populariteit. Carsharing intiatieven ontgroeien de kinderschoenen.

De realiteit is echter dat er voor veel mensen geen alternatief is voor de auto, of dit nu een firmawagen is of niet. Een groot deel van de werknemers moet op een bepaald moment op een bepaalde plaats zijn, zonder dat er tussen die twee punten een redelijk alterantief aanbod is voor de wagen.

Daarom kijkt de leasingsector ook met argusogen naar de invoering van bv. de kilometerheffing. Wat op het eerste zicht een slimme oplossing voor de mobiliteitsknoop lijkt, ontaardt al snel in een zwaardere verplichte last voor de werkende bevolking en de werkgevers.

Conclusie

Er wordt de bedrijfswagens veel kwaad toegedicht, vaak gebaseerd op subjectieve en oppervlakkige vaststellingen. Sommige politieke partijen bepleiten nu zelfs de volledige afschaffing van het systeem. Men vergeet dan snel dat de automobielsector een zeer belangrijke economische activiteit is in België.

Voor wie vreest dat onze wegen nog massaal verder zullen toeslibben door de komst van meer firmawagens heb ik goed nieuws: de groei in de leasingsector, zeker voor het aantal nieuwe bestellingen, is sedert geruime tijd minimaal of onbestaande. Niet alleen een gevolg van de -vergis u niet- nog steeds erg barre economische tijd waar we door gaan, waarbij het terugdringen van kosten bij vele bedrijven nog steeds met stip op nummer één staat, maar ook van het feit dat de vermeende fiscale voorkeursbehandeling de laaste jaren behoorlijk teruggeschroefd is. Onzekerheid aanwakkeren over de (fiscale) toekomst van de bedrijfswagen werkt dan ook extra verstikkend voor de economie.

De firmawagen is een radertje in het geheel van fiscaliteit, mobiliteit, werknemerstevredenheid en economie in dit land.  Van kritische journalisten mag verwacht worden eens tegen de schenen stampen van bepaalde groepen, maar de laatste tijd is het evenwicht regelmatig zoek.”

Lees het volledige persbericht en het bewuste artikel in Knack via deze link