Uitstoot en verbruik: “Vrijblijvende, niet-conforme labo-tests scheppen enkel meer verwarring”

Emissions1-lowresDe affaire met de sjoemelsoftware wordt aangegrepen om het verschil tussen de opgegeven testwaarden en het reële verbruik en de werkelijke uitstoot op de weg te benadrukken en om tegelijk een nieuwe meetmethode te bepleiten.

De nood aan een nieuwe meetmethode is reëel; de huidige testcyclus stemt niet meer overeen met het verkeer van vandaag, noch met de huidige motortechnologie. Bovendien werd in de loop der jaren uit het oog verloren dat de nog steeds geldende testcyclus initieel niet werd ingevoerd om ieders brandstofverbruik perfect weer te geven, maar wel om merken en modellen met mekaar te kunnen vergelijken.

Er komt dus – terecht – een nieuwe test aan die deze ambitie van ‘werkelijkheidsgetrouwheid’ wel heeft. Toch zijn daarbij twee belangrijke opmerkingen te maken. Ten eerste de nood en onvermijdelijkheid van een gestandaardiseerde labo-test. En ten tweede het feit dat geen enkele testprocedure precies overeenstemt met de gemeten waarden op de weg van elke individuele gebruiker.

Het nieuwe testprotocol

Het nieuwe testprotocol dat vanaf 2017 stapsgewijs ingevoerd zal worden, zal beter aansluiten bij de realiteit van vandaag. De test op de rollenbank wordt pittiger: snellere acceleraties, hogere topsnelheden en meer wissels van rijregimes. Bovenop de test op de rollenbank in het labo komt er een test op de weg. Wat echter – tot grote frustratie van de autobranche – nog steeds niet duidelijk is geworden, zijn de condities waaronder de testrit op de weg (Real Driving Emissions test – RDE) zal worden uitgevoerd. Welke rijstijl zal er gehanteerd worden? Rustig, dynamisch of ronduit pittig? Welke hellingen mogen er in het parcours zitten om de test valabel te verklaren? Het zijn maar twee voorbeelden van factoren die een doorslaggevende invloed kunnen hebben op de resultaten. De sector moet volledige duidelijkheid hebben over deze randvoorwaarden (boundary conditions in vaktaal) om de ontwikkeling en het testen van voertuigen te kunnen uitvoeren en zich te conformeren met de nieuwe norm.

Luc Bontemps, afgevaardigd bestuurder van FEBIAC: “Hoe belangrijk die nieuwe Real Driving Emissions ook zijn voor consumenten én autobranche, we moeten eerst duidelijkheid krijgen over de manier waarop getest zal worden. Dat werk zal Europa pas in 2016 klaar hebben. De sector krijgt dus erg weinig tijd om een jaar later al nieuwe voertuigen te presenteren die aan deze test voldoen. Maar wij gaan die uitdaging aan, op voorwaarde dat de gestelde eisen binnen het redelijke en aanvaardbare vallen. Het stuit mij echter tegen de borst dat de eis om duidelijkheid over de volledige testprocedure op de weg gezien wordt als een vertragingsmanoeuvre van de autosector.”

Iedereen rijdt verschillend

Test-lowresOm merken en modellen met elkaar te kunnen vergelijken, en om zich te vergewissen dat iedereen op dezelfde manier test, is een gestandaardiseerde testprocedure onontbeerlijk. Dat betekent echter ook dat de gemeten testwaarden nooit kunnen overeenstemmen met eenieders individuele gebruik van een voertuig. Van een biljartvlakke polderweg tot een bergachtig parcours; van verlaten buitenwegen tot stop-en-goverkeer in een drukke stad; van ecodriving tot agressief rijden: de verbruiks- en uitstootwaarden kunnen een veelvoud van mekaar worden naargelang de omstandigheden.

Luc Bontemps: “De waarden die vandaag door de constructeur als normverbruik worden opgegeven, zijn te beschouwen als een soort minimumverbruik. Mits een zuinige rijstijl en wanneer de rijomstandigheden er zich toe lenen, kunnen deze cijfers gerealiseerd worden. Maar de realiteit van ons drukke verkeer en het gebrek aan aandacht voor zuinig rijden, beslissen daar vaak anders over. De opgegeven waarden blijven echter overeind als vergelijkingsbasis tussen voertuigen en als streefdoel voor wie inzet op zuinig en schoon rijden. De nieuwe testcyclus brengt wellicht het opgegeven verbruik en het gerealiseerde verbruik dichter bij elkaar voor heel wat automobilisten. Maar het wordt nooit voor iedereen een perfecte overeenstemming.”

Iedereen aan het testen?

De nieuwe test, hoe geperfectioneerd die ook wordt, zal steeds een veralgemening en een vereenvoudiging zijn van de realiteit van meer dan 500 miljoen Europeanen. Dat maakt de test echter niet minder waardevol: de autoindustrie én de wetgever hebben deze procedures en hun resultaten nodig om te kunnen bepalen of producten conform de regelgeving zijn of niet.

Dit betekent echter niet dat iedereen zomaar aan het testen kan gaan. Enkel de resultaten van een perfect uitgevoerde test volgens alle geldende regels, hebben waarde. FEBIAC stelt zich dan ook ernstige vragen bij de voluntaristische maar volstrekt niet conforme tests die vandaag gepland zijn of uitgevoerd worden.

Luc Bontemps: “Een voertuig uitrusten met meetapparatuur en er mee rondrijden in een bepaalde verkeerssituatie, of zelfs tests uitvoeren op een testbank zonder het precieze testprotocol te respecteren, heeft wellicht een informatieve waarde. Maar het heeft geen enkele validiteit om te bepalen of een voertuig al dan niet overeen stemt met de regels en wetten. Het is integendeel bijzonder verwarrend voor de consument. Wij verwachten, zeker op dit moment, dat duidelijkheid primeert en dat er een correcte omkadering wordt gegeven.”