VAB: echt mobiliteitsbudget zorgt voor 15% minder autoverplaatsingen


Gisteren werd bekendgemaakt dat de regering werkt in de richting van een cash-for-car scenario in plaats van een echt mobiliteitsbudget. Dat valt niet in goede aarde bij mobiliteitsclub VAB, dat inzet op een echt mobiliteitsbudget. Het cash-for-car voorstel voldoet niet omdat het geen effect zal hebben op het autogebruik en dus niet mobiliteit sturend is. Dergelijk voorstel is van fiscale aard en is de naam mobiliteitsbudget niet waardig, vindt mobiliteitsclub VAB.

VAB gaf aan Traject, een specialist in mobiliteitsmanagement, de opdracht  om de randvoorwaarden en de succesfactoren van een mobiliteitsbudget, scherp te stellen. Traject heeft daarvoor 25 bedrijven gescreend die de afgelopen jaren actief waren inzake mobiliteit.

Succesfactoren

Uit de studie blijkt dat volgende factoren het succes van een mobiliteitsbudget kunnen bepalen:

  • Een flexibele invulling van de gebruiksmogelijkheden van het budget: een brede mix aan vervoersmodi moet toegankelijk worden en het volledige gezin moet daarvan gebruik kunnen maken. Om het voldoende aantrekkelijk te maken voor de huidige bedrijfswagengebruikers moeten met het budget ook andere aankopen gemaakt kunnen worden (vb. vakantiedagen)en de uitbetaling van een beperkt restbedrag zou best ook mogelijk zijn.
  • Als het bedrijf alle mobiliteitskosten in kaart brengt en deze ook in het budget steekt, zoals de kostprijs van een parkeerplaats, dan wordt een redelijk budget beschikbaar, en groeit ook het draagvlak voor de invoering van het mobiliteitsbudget.
  • Dat de bedrijfslocatie goed bereikbaar is met het openbaar vervoer maakt de overstap naar trein, bus of metro Bij een matige bereikbaarheid met openbaar vervoer  is er geen noemenswaardige overstap van auto naar openbaar vervoer.
  • Als het bedrijf gevestigd is in een niet-stedelijke context dan voldoet het openbaar vervoer veelal niet. Hier zal het bedrijf met een intern fietsbeleid moeten inzetten op het potentieel van de (elektrische) fiets.
  • Als het mobiliteitsbudget geïntegreerd wordt binnen een ruimer bedrijfsvervoerplan dan nemen de slaagkansen van het mobiliteitsbudget toe. Enerzijds kan het bedrijf bijvoorbeeld kwalitatieve fietsvoorzieningen uitbouwen (fietsstalling, kleedkamers en opbergruimtes …) en anderzijds kan het de toegang tot de bedrijfsparking deel laten uitmaken van het mobiliteitsbudget.

Randvoorwaarden

Er zijn natuurlijk ook een aantal randvoorwaarden die vervuld moeten worden om bedrijven over de streep te halen om van start te gaan met een mobiliteitsbudget:

  • De administratieve last mag niet verzwaren. Providers van mobiliteitskaarten of mobiliteitsapps (vb. Olympus Mobility)kunnen hierbij helpen door aangepaste producten te ontwikkelen.
  • De overheid moet de onzekerheid omtrent fiscale en sociale regelgeving wegnemen. Momenteel ervaren bedrijven die werken met een ‘soort’ mobiliteitsbudget te vaak dat ze in een ‘grijze zone’
  • De overheid zou een eenvoudigere en consequentere (para)fiscaliteit ten voordele van duurzame vervoermiddelen moeten opstellen (onduidelijkheden over combinatiemogelijkheden en RSZ op bedrijfsfiets …). Dit staat in contrast met de eenduidigheid en administratieve eenvoud bij een bedrijfswagen (1 leasefactuur), duidelijke regels betreffende RSZ en VAA.
  • Het openbaar vervoer moet niet alleen goed bereikbaar zijn vanaf het bedrijf, het moet natuurlijk ook performant zijn, inclusief P&R mogelijkheden.
  • Fietssnelwegen zijn performante dragers van het fietsroutenetwerk maar een koppeling met bedrijvenzones en woonkernen is cruciaal