Aantal thuiswerkers in ons land stagneert

Telewerken wordt vaak aangehaald als één van de manieren om de mobiliteitsknoop te ontwarren. Toch blijft het aantal werknemers dat minstens één dag per week van thuis uit werkt stagneren.

Structureel thuiswerken blijft al een jaar of tien rond hetzelfde niveau hangen. Gemiddeld werkt amper 5,2 procent van de Europeanen meestal van thuis uit, lezen we in De Tijd. In België ligt dat cijfer op 6,6 procent.

De meeste thuiswerkers zien we in Nederland, waar 14 procent van de werknemers aangeeft van thuis uit te werken. Al wordt dat cijfer vooral naar omhoog gepompt door het hoge aantal zelfstandigen bij onze Noorderburen dat aangeeft zijn activiteiten thuis uit te voeren.

Wie werkt er van thuis uit?

Het profiel van de thuiswerker is ook redelijk duidelijk: het gaat vooral over oudere werknemers. 6,4 procent van de 50- tot 64-jarige Europeanen werkt doorgaans thuis, tegenover een magere 1,8 procent bij de 15- tot 24-jarigen. Qua geslacht is het verschil eerder klein: 5,5 procent van de vrouwen werkt wel eens van thuis uit, tegenover 5 procent van de mannen.

Structureel thuiswerk mag dan wel stagneren, het occasioneel thuiswerk wint aan wel populariteit. Ook de Belg voert zijn job steeds vaker in de eigen woning uit. 16 procent beweert ‘af en toe te telewerken’, terwijl 6,6 procent van onze landgenoten ‘regelmatig’ thuiswerkt.

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!