Bedrijfswagens: Catherine Fonck (cdH) interpelleert Johan Van Overtveldt (N-VA)

Van Overtveldt-Fonck

Tijdens de plenaire zitting van de Kamer der Volksvertegenwoordigers op donderdag 25 februari heeft Catherine Fonck, volksvertegenwoordiger voor cdH een parlementaire vraag gesteld aan Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) m.b.t. de studie van het Federaal Planbureau over bedrijfswagens. Hieronder vindt u een integraal verslag van de discussie tussen beide hoofdrolspelers. Aan u om te oordelen…

Catherine Fonck: “Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, beste collega’s. De studie van het Federaal Planbureau, die gisteren is gepubliceerd, toont aan wat de impact is van bedrijfswagens op de mobiliteit. Dit systeem zet de mensen aan tot het gebruik van de wagen.

De conclusie van deze studie is dat een hervorming van het systeem absoluut noodzakelijk is. Het huidige systeem is belachelijk in die zin dat personen, die recht hebben op een bedrijfswagen maar geen zin meer hebben om die te gebruiken, eigenlijk geen andere optie hebben. Uiteindelijk komt het erop neer dat in dit geval, de werknemer toch gebruik maakt van zijn bedrijfswagen omdat hij anders riskeert om een deel van zijn loon te verliezen. Anders gesteld: de Staat en de bedrijven financieren de toename van de files op onze wegen.

Fonck ChambreBij het debat over bedrijfswagens heb je voor- en tegenstanders. Wat wij voorstellen is om dit persvers systeem af te voeren en alternatieven aan te reiken. Wij stellen voor om het fiscale voordeel van bedrijfswagens te behouden, maar ook andere opties open te laten, onder meer op het vlak van mobiliteit (openbaar vervoer, fiets). Ook andere keuzes moeten bespreekbaar zijn. Hierbij denken wij bijvoorbeeld aan hulp bij het zoeken naar een andere woonplaats om dichter bij het werk te kunnen wonen of, waarom niet, de levenskwaliteit te verbeteren aan de hand van dienstencheques.

Mijnheer de minister. U bent ongetwijfeld op de hoogte van deze studie van het Federaal Planbureau. Wat is uw mening over deze studie? Bent u bereid om dit systeem te herevalueren, in navolging van minister Peeters? Bent u met andere woorden bereid om deze studie aan te grijpen om het systeem te hervormen?”

Johan Van Overtveldt: “Mijnheer de voorzitter, mevrouw Fonck. De studie van het Federaal Planbureau, waar u naar verwijst, probeert de impact te becijferen van de zin en onzin van het fiscale regime ten aanzien van bedrijfswagens. De studie is een opsomming van een aantal effecten op het gedrag, in functie van het bezit en gebruik van een bedrijfswagen

We hebben kennis genomen van deze ongetwijfeld ernstige en grondige studie. Toch is het zinvol om er een iets bredere analyse op los te laten.

De geschatte congestie door bedrijfswagens is in eerste instantie gebaseerd op onderzoek dat bij gezinnen werd gevoerd. De meetgegevens en de parameters van deze analyse kunnen zeker nog verfijnd worden.

Van Overtveldt ChambreEr is sprake van een oorzakelijk verband tussen het voordeel van bedrijfswagens enerzijds en het feit van een duurdere wagen te hebben en meer kilometers af te leggen anderzijds. De vraag die moet gesteld worden is of dit oorzakelijk verband van toepassing is op alle situaties.

Ik wil er bovendien op wijzen dat de wetgeving rond bedrijfswagens reeds werd gewijzigd. Het fiscale voordeel werd met name gekoppeld aan de uitstoot van de voertuigen. De geschatte kost van dit fiscale regime (900 miljoen euro of 0,20% van het BNP) moet binnen deze context geplaatst worden.

De fiscale wetgeving rond bedrijfsvoertuigen speelt een belangrijke rol in het behoud van concurrentiële lonen in de privésector en houdt bovendien al rekening met de effecten die in de studie van het Federaal Planbureau werden aangetoond. Mochten we het fiscale regime willen afschaffen, moeten we goed beseffen welke impact dit zou hebben op de historisch gegroeide loonhandicap.

We kunnen deze mogelijkheid zeker in overweging nemen op voorwaarde dat de loonkosten nog verder zouden verlaagd worden.”

Catherine Fonck: “Mijnheer de minister. U zegt me dat we nog verder moeten gaan met ons studiewerk. U zegt dat de studie niet helemaal correct is… Uw antwoord is diplomatisch, maar eigenlijk zegt u dat u helemaal niet van plan bent om het systeem van bedrijfswagens te herzien. Dit antwoord verbaast me niet omdat de voorzitter van de N-VA in mei van 2015 heeft gezegd dat er geen sprake kan zijn van een herziening van dit systeem.

Mijnheer de minister. Staat u me toe om te zeggen dat uw houding allesbehalve moedig is.

U heeft het over de loonvoordelen. Op dat vlak ben ik het eens met u. Als het we het systeem willen hervormen, moet het over een win-win situatie gaan. In ons voorstel hebben we het niet over een afschaffing van het systeem. We willen iedereen die een firmawagen heeft de mogelijkheid bieden om de blik te verruimen en het aanbod uit te breiden voor iedereen die de keuze heeft. Hierbij hebben we het over keuzes op het vlak van mobiliteit en levenskwaliteit. Dit moet gebeuren op basis van fiscale of parafiscale voorschriften die voor iedereen eenvoudig en duidelijk zijn. Met andere woorden voor zowel de werkgevers als de werknemers.

Mijnheer de minister. We vragen u dus om een beetje moed en durf aan de dag te leggen! Probeer de dingen te bekijken met een open geest, naar het voorbeeld van minister Kris Peeters! Toon met andere woorden de moed om het debat aan te gaan over de hervorming en een positieve evolutie van bedrijfswagens.”   

#Fleet Management
Trending