Bedrijfswagens: over aantallen en locatie

Hoeveel bedrijfswagens zijn er in België? En in welke regio(‘s) zijn ze voornamelijk geconcentreerd? Wat is het profiel van de grootgebruikers? Tot op heden was het quasi onmogelijk om al die vragen in kaart te brengen. Xavier May en Thomas Ermans, twee onderzoekers, hebben zich nu opgeworpen als ‘profilers’ van de bedrijfswagenmarkt… 

Xavier May en Thomas Ermans zijn allebei onderzoekers. In het kader van het onderzoeksplatform Brussels Studies Institute (BSI) over bedrijven en duurzame mobiliteit, hebben ze allebei reeds een ‘factsheet’ gerealiseerd. Xavier May waagt zich aan een poging om de bedrijfswagens in België zo precies mogelijk in kaart te brengen, terwijl Thomas Ermans zich bezighoudt met de opmaak van het profiel van de afnemers van bedrijfswagens in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Voorafgaand aan hun onderzoek hebben beide vorsers een strikte definitie van de firmawagen vastgelegd: een voertuig dat door een onderneming ter beschikking wordt gesteld aan een werknemer en gebruikt mag worden voor privé-verplaatsingen. Deze definitie legt de krijtlijnen duidelijk vast: de wagen van een zelfstandige of de dienstwagen van het personeel, dat exclusief voor professionele doeleinden wordt gebruikt, worden in deze bijdrage NIET als bedrijfswagen beschouwd.

Hoeveel?

Dat is zonder meer een zeer netelige kwestie. Zelfs de meest doorwinterde politici ondervinden de grootste moeilijkheden om een antwoord te formuleren op de vraag over hoeveel bedrijfswagens er effectief in omloop zijn. “Dankzij de CO2-solidariteitsbijdrage is het makkelijk om te achterhalen hoeveel firmawagens er ter beschikking worden gesteld aan werknemers”, aldus Xavier May. “In het vierde kwartaal van 2015 waren dat er 425.000. In 2013 hadden bovendien 122.350 bedrijfsleiders aangifte gedaan van minstens één bedrijfswagen.” Bij deze cijfers is er blijkbaar geen rekening gehouden met de tot vervelens toe herhaalde opmerkingen van het Rekenhof m.b.t. de problemen bij de RSZ over het verzamelen van deze gegevens. Zijn de gegevens m.a.w. betrouwbaar? We durven het te betwijfelen…

Xavier May heeft echter een tweede manier uitgedokterd om een schatting te maken van het aantal firmawagens. Hierbij is hij uitgegaan van het aantal voertuigen dat in het bezit is van een rechtspersoon (831.000 op 31/12/2015). Dit aantal werd verminderd met het aantal voertuigen dat niet als bedrijfswagen kan beschouwd worden (dienstwagens, korte termijn huurwagens, deelauto’s, vervangwagens, …). Door verschillende bronnen te combineren en enkele extrapolaties uit te voeren, is het mogelijk om dankzij deze methode te stellen dat er zo’n 670.000 firmawagens in omloop zouden zijn in ons land.

Het aantal bedrijfswagens in België zou dus tussen de 550.000 en 670.000 liggen. “Als we sommige waarnemers mogen geloven, zou ongeveer twee derden van de leidinggevenden over een firmawagen beschikken. Op basis hiervan kom je aan zo’n 625.000 bedrijfswagens.” Als dit het geval is, zou 13,5% van de werknemers een bedrijfswagen genieten.

Waar?

De kaart met de woonplaats van de bevoorrechte werknemers toont aan, ook in relatieve bewoordingen, dat er meer bedrijfswagens zijn in Vlaanderen en Brussel dan in Wallonië. Bij de analyse per arrondissement moeten we vaststellen dat Waals Brabant de koppositie bekleedt. Vanuit een ruimer perspectief zitten de grootste concentraties in de grote stedelijke gebieden in het centrum en het noorden van ons land.

Een benadering op basis van de plaats van tewerkstelling (dus niet meer op basis van de woonplaats), uitgevoerd voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, toont in eerste instantie aan dat het gebruik van firmawagens enorm varieert.

Het zijn vooral bedrijven uit de dienstensector die massaal bedrijfswagens ter beschikking stellen van hun personeel. Ook de faciliteiten voor auto’s spelen een grote rol. Hierbij hebben we het onder meer over de beschikbaarheid van voldoende parkeerplaatsen en het aanbod rond openbaar vervoer. De grootgebruikers zijn vooral in industriezones aan de rand van de stad gevestigd. Dat wil echter niet noodzakelijk zeggen dat de betrokken werknemers de grootste woon-werkverplaatsingen maken.

De Brusselse bedrijven die proportioneel minder hun toevlucht nemen tot firmawagens, zijn bedrijven die vanuit praktisch of historisch standpunt een meer centrale ligging hebben. Hierbij gaat het dan hoofdzakelijk over overheidsinstanties, bank- en verzekeringsmaatschappijen en de kleinhandel.

Algemene conclusies

Het thema rond bedrijfswagens gaat verder dan de problematiek over de taxshift en het mobiliteitsbudget. Er worden ook vragen gesteld over de statistieken – wie zijn de gebruikers en met hoeveel zijn ze? -, arbeidsorganisatie, indeling van het grondgebied, het verband met de sector waarbinnen men actief is, het locatie- en mobiliteitsprofiel. Het geheel speelt zich af op een ruimere schaal die de grenzen van de regionale administratieve afdelingen ver overschrijdt.

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!