Cash for car: Johan Van Overtveldt geeft uitleg in commissie financiën

Tijdens de zomer gaf de regering aan dat het de mobiliteitsvergoeding (cash for car) beschikbaar wou maken voor een groter aantal werknemers. Na het zomerreces van het parlement blijft dit dossier vragen oproepen. Zoals die van kamerlid Ahmed Laaouej (PS) in de commissie financiën van de Kamer enkele dagen terug.

Ziehier de vraag van het socialistische kamerlid: “Enkele maanden geleden heeft uw regering nillens willens en tegen het advies van de oppositie, de Raad van State en alle sociale partners in de zogenaamde cash for car-regeling doorgeduwd. Die regeling lost, in tegenstelling tot het ‘mobiliteitsbudget’, de mobiliteitsproblemen niet op. Sindsdien hebben slechts 23 personen van de cash for car-regeling gebruik gemaakt. Het is dus een maat voor niets. U zou van plan zijn het project te herzien. Het zou niet langer nodig zijn al over een bedrijfswagen beschikt te hebben om voor de regeling in aanmerking te komen. Het risico bestaat dat er op die manier tal van salarisverhogingen worden toegekend, zelfs voor werknemers die voordien geen bedrijfswagen hadden. Het is een mogelijkheid tot fiscale optimalisatie die een inkomstenderving voor de overheid, meer bepaald de sociale zekerheid, tot gevolg kan hebben. Bevestigt u dat u de antimisbruikmaatregelen zult afschaffen? Bestaat er volgens u geen gevaar voor structurele optimalisatie? Hoe ver staat het met de invoering van het mobiliteitsbudget?

“Antimisbruikmaatregelen afschaffen niet de bedoeling”

Federaal Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) antwoordde als volgt: “Men kan uit de aangiften in de bedrijfsvoorheffing niet afleiden hoeveel personen van de cash for carregeling gebruikmaken. Bovendien is het nog veel te vroeg voor een evaluatie”

Van Overtveldt gaat verder: “Het is niet de bedoeling om antimisbruikmaatregelen af te schaffen, maar om werknemers die geen bedrijfswagen hebben maar er in het kader van de loonregeling van de werkgever wel voor in aanmerking komen, een mobiliteitsvergoeding toe te kennen zonder de voorwaarde dat ze voordien een bedrijfswagen hadden.

De antimisbruikmaatregelen, namelijk de wachtperiodes, worden zowel voor de werkgever als de werknemer gehandhaafd. De werkgever kan slechts een mobiliteitsvergoeding invoeren als hij al drie jaar bedrijfswagens heeft. Als hij zijn werknemers nooit bedrijfswagens heeft aangeboden, kan hij niet van de ene op de andere dag beslissen om ze fictief in te zetten en ze om te zetten een mobiliteitsvergoeding.

Om aanspraak te maken op de vergoeding moet de werknemer gedurende de voorbije drie jaar minstens twaalf maanden én gedurende de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag recht hebben gehad op een bedrijfswagen. Die regels gelden zowel voor de vervanging van een bedrijfswagen die men effectief gebruikt als voor de vervanging van het recht op een bedrijfswagen. Van een afschaffing ervan is geen sprake. Het verbod op salary sacrifice wordt gewijzigd om de overgang van een mobiliteitsvergoeding naar een mobiliteitsbudget mogelijk te maken, zonder dat men eerst opnieuw een bedrijfswagen in zijn bezit moet hebben gehad.

Het voorontwerp van wet betreffende de wijziging van de mobiliteitsvergoeding en het voorontwerp van wet tot invoering van een mobiliteitsbudget worden voor advies aan de Raad van State voorgelegd.”

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!