Cash for car: minimale wijzigingen

De cash for car-regeling is na kritiek van de Raad Van State aangepast door de regering maar dat levert in vergelijking met het originele wetsontwerp bitter weinig veranderingen op. De belangrijkste punten van kritiek: een schending van het gelijkheidsprincipe en een te zwakke link met mobiliteit legt de regering naast zich neer. Ziehier de stand van zaken.

Minimum VAA: zoals bij de bedrijfswagen

  • De belangrijkste aanpassing: er is een minimum VAA vastgelegd dat hetzelfde is als het minimum VAA op de bedrijfswagens (momenteel 1310 eur/jaar).
  • Er is een verduidelijking in art 22, par 5, voor werknemers die de afgelopen 12 maanden verschillende auto’s hebben gehad. Normaal gebruikt men dan als basis de catalogusprijs van de langste gebruikte van de 2, maar als ze exact even lang gebruikt zijn mag de werkgever bepalen welke gebruikt wordt. In de praktijk zal dat allicht weinig voorvallen.
  • De vergoeding bedraagt catalogusprijs x 17,14% voor voertuigen zonder tankkaart en catalogusprijs x 20,57% voor voertuigen met tankkaart. Er is GEEN maximumbedrag vastgelegd. Het bedrag evolueert niet in de tijd, behalve de indexering, dus ook niet als de werknemer in een nieuwe functie terechtkomt die aanleiding zou gegeven hebben tot een duurder voertuig.
  • De werknemer zal bijkomend zuivere professionele kilometers ook kunnen inbrengen die hij met een privé voertuig doet (niet geldig voor woon-werkverkeer). Vermoedelijk zal hij ook een reële kostenaftrek kunnen doen voor zijn woon-werkverkeer (ipv te kiezen voor het wettelijk forfait).
  • In het originele wetsontwerp stond al dat de werkgever het mobiliteitsbudget pas kan invoeren indien hij gedurende een ononderbroken periode van minstens 36 maanden één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking heeft gesteld. Nu preciseert men dat bedrijven die nog niet zo lang bestaan, cash for car meteen mogen invoeren op voorwaarde dat zij op het ogenblik van het invoeren van het mobiliteitsbudget reeds één of meerdere bedrijfswagens ter beschikking stellen.
  • De toekenning van het mobiliteitsbudget heeft tot gevolg dat het voordeel van de ingeruilde bedrijfswagen en van alle andere erop betrekking hebbende voordelen volledig verdwijnt voor de werknemer. Concreet: de werknemer mag onder geen beding nog met een voertuig van de werkgever privé kilometers (incl. woon-werk) -afleggen na keuze voor Cash for car.

U kan hier het volledige wetsontwerp en de memorie van toelichting lezen.

Hoe gaat het nu verder?

Dit geamendeerd wetsontwerp moet nog altijd goedgekeurd worden door het parlement maar de timing daarvan is momenteel nog niet gekend. De inwerkingtreding was voorzien op 1 januari 2018 maar die deadline is ondertussen verstreken. Afwachten dus …

In een eerste reactie zegt Renta dit: “De Raad van State was zeer kritisch in haar advies, maar de regering heeft slechts rekening gehouden met een aanpassing van punten en komma’s. De regering heeft beslist toch door te zetten. Dit effent wel het pad naar mogelijke geschillen voor de Raad van State achteraf. Wij hebben besloten hier momenteel geen verdere stappen te nemen.”

 

 

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!