Column: Kid in a candystore

philippe_quatennensNogal wat iconen uit de automobielindustrie bliezen onlangs verjaardagskaarsjes uit of mogen binnenkort hun jubileum vieren. En het zijn niet van de minste: de Maserati Quattroporte bestaat 50 jaar, en ook de legendarische Porsche 911 maakt al een halve eeuw het mooie weer in het segment van de supersportwagens. Dat is evenveel als het merk Lamborghini, dat ons al vijf decennia verbluft met de meest extreme designs en dito prestaties. Ook een volbloed afstammelingen van de racerij, McLaren, verbaast ons al 50 jaar met zijn spitstechnologie.

En het zijn niet de enige Britten met een stamboom om U tegen te zeggen: Land Rover maakt al 65 jaar de beste terreinwagens ter wereld en toont dat het anno 2013 nog volledig bij de les is door zijn vlaggenschip de Range Rover op een dieet van enkele honderden kilo’s te zetten. En laat ons vooral Aston Martin niet vergeten, al 100 jaar maakt deze Britse trots de mooiste sportwagens ter wereld.

De auto heeft de afgelopen 50 jaar een duizelingwekkend parcours afgelegd op het vlak van prestaties, veiligheid, comfort, ecologie en zuinigheid … De hedendaagse auto bevat dan ook zoveel technologie dat sommigen beweren dat de fun er wat af is. Overengineered, heet dat dan met een moeilijk woord. Persoonlijk ben ik het daar niet mee eens. Het is net die hoge vlucht van de technologie die onze auto’s van vandaag een “meerwaarde” geeft, zoals dat heet met een marketingwoord.

Ik ben het stadium van de permanente verwondering dan ook nog niet ontgroeid. Auto’s die zelf remmen bij nakend gevaar, head-up displays die rechtstreeks uit de cockpit van een F16 komen, voice control, dynamische zetels, noem maar op … Ik voel me als een “kid in a candystore”. Met één knopje verander je tegenwoordig in een zucht het humeur van je wagen: van relax naar “all systems go!”. Wie daar de fun niet van inziet, kan misschien beter de trein nemen.

Maar de verwondering zit hem soms ook in de details. Zo maakte ik onlangs in de jongste generatie Golf kennis met een display dat was uitgerust met een “nabijheidssensor”. Je komt met je vinger in de buurt van het scherm en de icoontjes worden automatisch groter. Of die Jaguar XF met het leeslampje dat je enkele nog moet strelen om het te activeren. Ook de toenemende intelligentie en interconnectiveit van de hedendaagse wagen maakt indruk: autonoom parkeren, sms-en die worden voorgelezen door de boordcomputer, het zijn stuk voor stuk voorbeelden van de technologische revolutie die als een tsunami door de sector raast.

En de vloedgolf is nog niet ten einde. Zo verwacht ik nog veel van de elektrische wagens, die het beste van twee werelden bieden: flitsende prestaties gekoppeld aan nulemissie. Eens de hindernis van de autonomie genomen is, lijkt niets nog een grote doorbraak in de weg te staan. Ondertussen blijf ik nog even genieten van het rauwe geluid van een V8 of V10 in een supersportwagen. Met dank aan de jarigen!

Philippe Quatennens

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!

Tags: Auto