De regering wil het kader rond cash for car verruimen

De in mei in het Belgisch Staatsblad gepubliceerde mobiliteitsvergoeding (ook gekend als cash for car) heeft nog niet het verhoopte succes.

Toch is de regering nog niet klaar om haar project op te geven en wil het in via een wetsvoorontwerp enkele voorwaarden laten vallen of versoepelen. Die werden nochtans ingewerkt als antwoord op enkele vragen van de Raad van State.

Wat kan er veranderen?

1. De voorwaarden om de mobiliteitsvergoeding te kunnen gebruiken

Op dit moment is cash for car enkel mogelijk voor werknemers die, op het moment van de aanvraag, minimum drie maanden ononderbroken over een firmawagen beschikken en indien hij in de 36 voorgaande maanden minstens 12 maanden over een bedrijfswagen bij dezelfde werkgever beschikte.

De regering hoopt de vergoeding uit te breiden naar de werknemers die “niet beschikken over een bedrijfswagen, maar die volgens de politiek van de werkgever toch in aanmerking komen voor een bedrijfswagen.”

Dat vergroot in ieder geval fors het aantal potentieel geïnteresseerden in cash for car.

Volgens onze collega’s van La Libre rechtvaardigt de regering deze wijziging “door de analogie met het systeem van het mobiliteitsbudget“. Even ter herinnering: een akkoord over dit mobiliteitsbudget werd in juli bereikt als onderdeel van de jobsdeal van Kris Peeters.

2.  In geval van promotie

De regering wil ook een flexibiliteitsvoordeel: veranderingen van functies en promoties worden ook in acht genomen om in aanmerking te komen voor een bedrijfswagen (en dus ook voor cash for car).

De formulering van dit element is heel vaag. Is een loonsverhoging genoeg voor deze vorm van fiscale optimalisatie? Dat vrezen wij alvast. Maar dat zal de toekomst uitwijzen.

3. Verwijdering van de notie “salary sacrifice”

De huidige reglementering is duidelijk: indien de bedrijfswagen resultaat is van een voorgaande “salary sacrifice” (transformatie van vakantiegeld, dertiende maand etc. in een bedrijfswagen), kan de werknemer niet rekenen op een mobiliteitsvergoeding.

De regering Michel wil deze contradictie laten vallen.