De terugkeer van WLTP … deze keer voor bestelwagens!

Een jaar geleden werd er veel gesproken over WLTP (Worldwide Harmonized Light Vehicle Test Procedure) voor auto’s. En vanaf 1 september 2019 treedt die testprocedure ook in werking voor bestelwagens. Wij beantwoorden alvast enkele vragen …

Om welke wagens gaat het?

In principe moeten alle bedrijfsvoertuigen tot 12 ton vanaf 1 september 2019 voldoen aan de WLTP-normen. Het lijkt er echter op dat voertuigen waarvan de “euro”-emissienorm is goedgekeurd met een Arabisch cijfer (euro 6) de WLTP-test moeten ondergaan. Wagens waarvan de “euro”-norm is gecertificeerd met een Romeins cijfer (euro VI) zijn daarentegen vrijgesteld van WLTP.

Euro 6 en euro VI: wat is het verschil?

Bedrijfsvoertuigen waarvan de referentiemassa niet meer dan 2.380 kg bedraagt, moeten worden goedgekeurd overeenkomstig de norm voor “lichte bedrijfsvoertuigen” (met andere woorden euro 6). In dit geval wordt het complete voertuig op de testbank getest.

De voertuigen met een referentiemassa van meer dan 2.840 kg moeten worden goedgekeurd overeenkomstig de norm “Zware bedrijfsvoertuigen” (oftewel euro VI). Hier gaat alleen de motor op de testbank.

Tussen 2.380 en 2.840 kilo hebben de constructeurs de keuze tussen beide methoden. Al lijdt het geen twijfel dat ze voor deze voertuigen de voorkeur zullen geven aan de “Heavy Duty”-homologatie.

Tot slot noteer je nog best dat de referentiemassa de massa van het voertuig in rijklare toestand (leeg) is, verminderd met de massa van de bestuurder (75 kg), waarbij een massa van 100 kg moet worden opgeteld.

Welke impact kunnen we verwachten op het vlak van CO2?

Net als voor auto’s is er een overgangsmaatregel genomen: tot eind 2020 worden NEDC 2.0-waarden (of gecorreleerde NEDC-waarden) geëxtrapoleerd van WLTP-waarden.

De toename van CO2 in NEDC 2.0 wordt geschat op ongeveer 20 gram. De WLTP-waarden zouden dan weer zowat 50 gram hoger liggen.

Hoe zit het met ingerichte en/of omgebouwde voertuigen?

In tegenstelling tot hetgeen dat tot nu toe werd gedaan, zal voor de WLTP-test voor elke voertuigversie (afmetingen, laadvermogen, enz.) een testsessie worden ingericht. Daarom moeten ook de verschillende carrosserieversies volgens de WLTP-procedure worden getest, waarbij de CO2-waarden vanzelfsprekend afwijken van die van de basisversie van het nutsvoertuig.

De constructeurs moeten de carrosseriebouwers informeren over de impact van hun wijzigingen op de CO2-waarden van het omgebouwde voertuig. Zij zullen hier dan rekening mee moeten houden tijdens de definitieve homologatieprocedure. Zij zullen ook hun verbruik en CO2-uitstoot moeten aanpassen wanneer zij het conformiteitsattest krijgen.

Gevolg: de laboratoria die verantwoordelijk zijn voor de goedkeuring van voertuigen zijn overbelast. De verwachting is dan ook dat de levertijden de komende maanden zullen toenemen.

Wat zal de fiscale impact zijn?

In België zal ze beperkt zijn, aangezien de belasting op lichte bedrijfsvoertuigen slechts in geringe mate gekoppeld is aan de CO2.

De BTW blijft voor 100% terugvorderbaar, behalve bij privégebruik. De voertuigen zelf blijven ook 100% aftrekbaar. De berekening van het VAA is niet gelieerd aan de CO2. De aan de RSZ verschuldigde CO2-bijdrage is alleen van toepassing in het geval van privégebruik en alleen bij ter beschikking stelling van een werknemer met een arbeidsovereenkomst. Voor vrije beroepen, zelfstandigen en managers is dit niet van toepassing. Net als bij de werknemers die van huis naar de site gaan, wordt het gebruik hier als 100% professioneel beschouwd.

De enige vast te stellen impact, is de verkeersbelasting in Vlaanderen voor voertuigen met een maximaal toegestane massa (MTM) tot 2.500 kg. Deze belasting kan stijgen met maximaal 32,40 euro per jaar.

In Brussel en Wallonië is er voor geleasede bestelwagens geen impact!

Kan ik een lichte bedrijfswagen uit stock bestellen na 1 september 2019?

Ja, de constructeurs kunnen nog een jaar lang voertuigen verkopen die vóór 1 september 2019 zijn geproduceerd, op voorwaarde dat ze nog niet werden ingeschreven. Voor omgebouwde voertuigen bedraagt deze uitzondering zelfs 18 maanden.

Daar hoort wel een belangrijke kanttekening bij: de Belgische autoriteiten eisen dat het voertuig vóór 31 augustus 2019 op hun grondgebied door de douane wordt ingeklaard.

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!