De vijf trends van de federale diagnostiek woon-werkverkeer

Hoewel de auto nog altijd het favoriete verplaatsingsmiddel is voor pendelaars, wordt hij minder gebruikt. Andere vervoersmodi groeien dan weer. Dat blijkt uit de laatste federale diagnostiek woon-werkverkeer die gerealiseerd werd door de FOD Mobiliteit bij bedrijven met meer dan 100 werknemers.

In totaal werd het mobiliteitspatroon van 1,5 miljoen werknemers geanalyseerd door de FOD Mobiliteit en Vervoer. De inzameling van de informatie gebeurde tussen 1 juli 2017 en 31 januari 2018.

Hieronder kan u de trends lezen:

1. De auto het belangrijkste vervoermiddel, maar

65% van de werknemers blijven de auto gebruiken om naar het werk te gaan. Dat is 2,7% minder dan in 2005. De grootste daling noteren we in Brussel.

2. Gebruik van de fiets groeit

In Brussel neemt 4,4% van de werknemers de fiets (+259% tegenover 2005). In Vlaanderen trekt 17% met de tweewieler naar het werk, in Wallonië 1,6%.

3. De keuze van het vervoermiddel verschilt aanzienlijk van gewest tot gewest

De modale spreiding varieert aanzienlijk naargelang het gewest van de werkplek.

  • In Brussel wordt veel vaker gebruik gemaakt van het openbaar vervoer.
    • 34 % neemt de trein (gemiddeld 10,6 % in België) – bijna net zoveel als het aantal autobestuurders.
    • 19,1 % maakt gebruik van metro-tram-bus.
  • In Vlaanderen neemt 17 % van de werknemers de fiets.
    • Na de auto is de fiets daarmee het meest gebruikte vervoermiddel op weg van en naar het werk.
    • In Vlaanderen gaan vijf keer meer mensen met de fiets werken dan met de bus of de tram.
    • Zelfs in de grote Vlaamse steden zijn er drie keer meer fietsers dan tram- of busgebruikers.
  • In Wallonië wordt er nog weinig gefietst (1,6 %), hoewel het aantal fietsende pendelaars in de grote steden stilaan stijgt.
    • ligt het aantal carpoolers (3,1 %) iets hoger dan in Vlaanderen (2,6%).
      blijft de auto hoe dan ook de norm (83,3 %).
    • is het openbaarvervoeraandeel min of meer vergelijkbaar met dat in Vlaanderen (8,1 %).

4. Minder verschil tussen mannen en vrouwen

Zowel vrouwen als mannen gebruiken overwegend de auto op weg van en naar het werk. In het gebruik van alternatieve vervoermiddelen zien we een duidelijk verschil.

Op nationaal niveau doen mannen bijvoorbeeld vaker aan carpoolen. Ze rijden ook vaker met de motor, terwijl vrouwen meer hun toevlucht nemen tot het openbaar vervoer of te voet gaan.

We zien ook dat in Vlaanderen zowel vrouwen als mannen vaak de fiets nemen (17,6 % vrouwen en 17,3 % mannen). Dat is niet het geval in Brussel (respectievelijk 2,1 % en 3,2 %), noch in Wallonië (respectievelijk 0,8 % en 1,8 %), waar mannen in verhouding duidelijk méér fietsen.

5. Het aantal telewerkers stijgt

Het aantal telewerkers steeg sinds 2014 met 39 %.

20 % van de werkgevers maakt thuiswerk mogelijk, goed voor 37 % van de werknemers die in de federale diagnostiek woon-werkverkeer werden opgenomen.

In Brussel stijgt dat aandeel naar 41 % van de werkgevers (70 % van de werknemers).

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!

Tags: Mobiliteit