Geen bedrijfswagen? Op deze vergoedingen voor woon-werkverkeer heb je recht

Niet iedereen heeft het geluk over een bedrijfswagen te beschikken, maar dat wil nog niet zeggen dat je aan je lot wordt overgelaten op je pendeltocht. Op deze vergoedingen voor alternatieven voor de bedrijfswagen heb je als werknemer recht.

Beginnen doen we met het slechte nieuws. Je werkgever is zelden verplicht om tussen te komen in je woon-werkverkeer. Meer nog, enkel wanneer je elke dag met het openbaar vervoer naar het werk komt, is de werkgever altijd verplicht om tussen te komen in de onkosten. Dit is doorgaans voor een bepaald percentage van het bedrag dat nodig is om een abonnement te kopen dat je reis dekt: 71,80% bij De Lijn en gemiddeld 75% bij de NMBS.

Pendel je met je eigen wagen naar het werk, dan hangt je eventuele vergoeding af van het paritair comité waar je in zit en/of de goodwill van je werkgever. Zo voorziet een cao, afgesloten binnen PC 200, het Aanvullend Paritair Comité voor Bedienden (APCB), toch in zo’n tussenkomst van de werkgever vanaf drie kilometer tussen woon- en werkplaats. Bijkomende voorwaarde is wel dat je minder dan 27.750 euro bruto per jaar verdient.

Andere cao’s verwijzen dan weer naar de tussenkomst in het openbaar vervoer om die in het privévervoer te bepalen. Voor de vergoeding wordt meestal de forfaitaire kilometervergoeding gebruikt die een werkgever kan toekennen voor beroepsverplaatsingen of dienstreizen met de eigen wagen. Dit is momenteel 0,3653 euro per kilometer, maar het bedrag wordt elk jaar geïndexeerd.

Blijft er nog enkel de fietsvergoeding over. Deze is ook niet verplicht, maar doordat ze fiscaal vrijgesteld is tot 0,24 euro per kilometer, wordt ze in veel bedrijven toegekend. Dat bedrag geldt overigens voor elk model van fiets, ook de elektrische en de speed pedelecs.

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!