Het bedrijfswagenattest is nieuw (en waarschijnlijk gedoemd om te verdwijnen)

Het arbeidscontract van een werknemer komt ten einde? En zijn werkgever stelde hem of haar een bedrijfswagen ter beschikking of keerde een mobiliteitsvergoeding (cash for car) uit? Dan is er iets nieuw sinds het begin van het jaar: de werkgever moet de werknemer in kwestie van een bedrijfswagenattest voorzien. Wat moet daar in staan? De details …

Context

Sinds mei 2018 kunnen werknemers die over een bedrijfswagen beschikken – mits het akkoord van hun werkgever – deze wagen inruilen tegen een mobiliteitsvergoeding.

Wanneer hij van werkgever verandert, kan de werknemer vragen om de bedrijfswagen waarover hij bij zijn vorige werkgever beschikte om te zetten in een mobiliteitsvergoeding. Of, indien dat al bij zijn vorige werkgever het geval was, kan de werknemer vragen om te blijven genieten van cash for car.

Dit bedrijfswagenattest dient er precies voor om aan te kunnen tonen dat de werknemer in aanmerking komt voor de mobiliteitsvergoeding.

Herhaling van de voorwaarden

Wanneer hij een aanvraag indient, moet de werknemer:

  • minstens drie ononderbroken maanden over een bedrijfswagen beschikken
  • EN minstens 12 maanden over een periode van 36 maanden voorgaande aan de vraag over een bedrijfswagen hebben beschikt.

De wet voorziet het volgende bij een werkgeverswissel:

  • indien de werknemer al profiteerde van een mobiliteitsvergoeding, kan hij vragen om deze voort te zetten bij zijn nieuwe werkgever ;
  • indien de werknemer volledig beantwoorde aan de voorwaarden op het moment dat het contract werd beëindigd, kan hij meteen de mobiliteitsvergoeding vragen bij zijn nieuwe wergever ;
  • indien hij maar gedeeltelijk aan de voorwaarden beantwoorde, kan hij vragen om dit voort te zetten of stop te zetten bij zijn nieuwe werkgever.

Wat moet dit attest bevatten?

Het bedrijfswagenattest moet de volgende informatie bevatten:

  • Gegevens over de bedrijfswagen die voor de bepaling van de mobiliteitsvergoeding in aanmerking komen:
    • de periode van de terbeschikkingstelling van de bedrijfswagen ;
    • cataloguswaarde ;
    • CO2-waarde ;
    • brandstoftype ;
  • Desgevallend, de bevestiging dat de werkgever de brandstofkosten geheel of gedeeltelijk ten laste neemt (bv. via de toekenning van een tankkaart) ;
  • Desgevallend, de eigen bijdrage die de werknemer betaalde voor het voordeel van de bedrijfswagen tijdens de laatste maand voor de inlevering ervan ;
  • Desgevallend, het feit dat de toekenning van de bedrijfswagen was gekoppeld aan een omzetting van loon (bv. toekenning van een bedrijfswagen in ruil voor een vermindering van het brutoloon) ;
  • Indien een mobiliteitsvergoeding werd toegekend:
    • het bedrag ervan op datum van het einde van de arbeidsovereenkomst ;
    • alle elementen die het bedrag van de vergoeding bepalen ;
    • de datum waarop de bedrijfswagen werd ingeleverd in ruil voor mobiliteitsvergoeding

Wie moet dit attest opstellen?

Het attest moet worden opgesteld door de werkgever, die een modelvoorbeeld kan opvragen bij zijn sociaal secretariaat. Maar in geen enkel geval wordt dit document bijvoorbeeld opgesteld door een leasemaatschappij.

Wat is de toekomst voor dit attest?

Noteer wel dat de levensduur van dit attest, dat nog maar een maand geleden in het leven werd geroepen, erg kort kan zijn. Want het wetsontwerp over het mobiliteitsbudget en de revisie van de mobiliteitsvergoeding dat momenteel door de Kamer wordt onderzocht is al gestemd in de commissie, waardoor dit document binnenkort geschrapt zou worden.

Waarom? Wel, de regering wil de bepaling in de wet veranderen die stelt dat de gebruikte bedrijfswagentijd bij de vorige in overweging moet worden genomen om te berekenen of een werknemer lang genoeg met een bedrijfswagen heeft gereden om in aanmerking te komen voor de mobiliteitsvergoeding. In plaats daarvan kiest de overheid voor een uitbreiding van het systeem voor werknemers die in aanmerking komen voor een bedrijfswagen.

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!