Hoe kunt u de boekhouding van uw vloot vereenvoudigen?

Volksvertegenwoordiger Kathleen Depoorter (N-VA) diende een wetsvoorstel in dat tot doel heeft de boekhoudkundige administratie rond de bedrijfswagen flink te vereenvoudigen. We nemen u even mee doorheen het voorstel.

De kern van de zaak is de nieuwe fiscaliteit voor de bedrijfswagen, die op 1 januari 2020 in werking treedt. Die zorgt ervoor dat elke wagen zijn specifieke aftrekbaarheid heeft, gebaseerd op zijn CO2-uitstoot. Omdat voor elke wagen een eigen aftrekbaarheid moet worden berekenden en dit dus een hele administratieve rompslomp met zich meebrengt, wil Depoorter dit systeem echter vereenvoudigen.

Concreet komt het erop neer dat het volledige wagenpark van een bedrijf in vier categorieën wordt verdeeld: wagens met een dieselmotor, een motor op aardgas, andere aandrijfvormen (benzine, elektrisch, waterstof, benzinehybride, …) en de autokosten van derden.

Kathleen Depoorter (N-VA)

Op de eerste dag van het belastbaar jaar wordt per categorie de gemiddelde CO2-uitstoot berekend, die dan gebruikt wordt voor de berekening van de aftrekbaarheid voor het hele jaar. Dus ook als er voertuigen na deze datum worden aangekocht of geleased, blijven de oorspronkelijke waarden voor deze drie categorieën behouden. Ze worden pas herzien bij aanvang van het volgende belastbaar jaar.

Heeft een bedrijf op de eerste dag van het belastbaar jaar geen voertuig van een bepaalde categorie in zijn park en wordt er nadien één aangekocht, dan geldt natuurlijk het aftrekpercentage dat bij dit specifieke voertuig hoort.

Deur open voor misbruik?

De vraag rijst of een belastingplichtige het tarief (percentage) berekend aan de hand van de gemiddelde gram CO2-uitstoot eenvoudig kan verlagen door naast een wagen met een hoge CO2-uitstoot ook een goedkope groene wagen met dezelfde aard van aandrijfmotor aan te schaffen. Intuïtief lijkt de aftrek op basis van het gemiddelde van het aantal gram CO2 per kilometer dit immers mogelijk te maken.

Depoorter maakt zich echter sterk dat hier weinig kans toe bestaat en geeft een rekenvoorbeeld mee in het wetsvoorstel. Daarvoor haalt zij de minimumaftrekbaarheid van 40% aan. Die aftrekbaarheid geldt normaal gezien enkel voor wagens die minimaal 200 gram uitstoten. In het voorstel van N-VA wordt de minimumaftrekbaarheid van 40% bereikt vanaf het gemiddelde van zodra de uitstoot van een dieselwagen* meer dan 160 gram CO2 per kilometer bedraagt en voor andere aandrijvingen ** meer dan 168 gram CO2 per kilometer.

* 120% – (0,5% x 1 x 160) = 40%

** 120% – (0,5% x 0,95 x 168) = 40,2%

Is het interessant om met dit gemiddelde te goochelen wanneer de gemiddelde CO2-uitstoot lager is dan 160 of 168? De federale volksvertegenwoordiger neemt twee voorbeelden.

Voorbeeld 1

Een onderneming koopt een dieselwagen van 100.000 euro – inclusief niet-aftrekbare btw – met een CO2-uitstoot van 140 g (50% aftrekbaar). Alleen al op dit voertuig moet het bedrijf een belasting van 16.666,66 euro betalen. Om dit te compenseren, verwerft het nog een diesel van 10.000 euro die 88 gram uitstoot. De gemiddelde CO2 is dus (140+88)/2, of 114 g (aftrekbaarheid: 63%). Het bedrijf betaalt dan een belasting van 13.566,66 euro op beide voertuigen. Is het voordelig om 10.000 euro te investeren om 3.100 euro terug te verdienen?

Voorbeeld 2

Alle gegevens in het eerste voorbeeld blijven hetzelfde, maar de duurste auto gaat naar 200.000 euro in plaats van 100.000 euro. De vennootschapsbelasting op het eerste individuele voertuig bedraagt 33.333,33 euro. Op beide voertuigen daalt deze belasting tot 25.900 euro. Voordeel: 7.433,33 euro voor een investering van 10.000 euro. Het is nog steeds niet interessant.

Als we deze redenering extrapoleren naar de categorie ‘anderen’ (benzine, elektrisch, etc.), is het zeer waarschijnlijk dat de logica dezelfde blijft, zelfs als we een sportieve benzine proberen te compenseren met een ‘kleine’ elektrische (0 g CO2). We weten de aankoopprijs van beide…

Kosten van derden

Een tweede punt dat de N-VA-volksvertegenwoordiger aanhaalt, zijn de zogenaamde kosten van derden. Wanneer een belastingplichtige autokosten die aan de aftrekbeperking onderworpen zijn ten laste neemt (bv. gehuurde wagen, taxi, doorfacturatie van autokosten, terugbetaling autokosten aan werknemer) zou dit volgens de wet op de aftrekbeperking ook in functie van de CO2-uitstoot van deze voertuigen moeten gebeuren.

Voor een belastingplichtige is het echter niet evident om de CO2-uitstoot te bewijzen van een bepaalde auto die toebehoort aan derden. “Omdat het opvragen van deze gegevens niet altijd voor de hand ligt, omslachtig en onzeker is, voorzien wij in één tarief van 75% zoals dat administratief voor taxikosten wordt aanvaard . Er wordt dus geen onderscheid gemaakt tussen de aard van de aandrijfmotor van het voertuig”, lezen we in het wetsvoorstel.

Meerwaarde

Tot slot is er nog de belasting op de meerwaarde die gegenereerd wordt bij de verkoop van het voertuig (de verkoopprijs min de boekwaarde van de wagen). Deze zijn belastbaar tegen de progressieve waarden gelieerd aan de CO2-uitstoot van uw voertuig of het gunstbedrag van 16,5% bij een verkoop na vijf jaar of meer.

Maar doordat in het wetsvoorstel het aftrekpercentage jaarlijks kan wijzigen in functie de gemiddelde CO2-uitstoot van het wagenpark op de eerste dag van het belastbaar jaar, zou de belastingplichtige voor de belastbare meerwaarde of de aftrekbare minwaarde het gemiddelde van de gemiddelde aftrekpercentages tijdens de welke de wagen werd afgeschreven moeten nemen.

“Om dat te vermijden stellen wij voor dat de belastbare meerwaarde of aftrekbare minwaarde wordt bepaald aan het CO2-gemiddelde van het belastbaar tijdperk waarin zij worden gerealiseerd. Bij verkoop dus, in casu de gemiddelde CO2-uitstoot van het wagenpark van de belastingplichtige op de eerste dag van het belastbaar jaar van het jaar waarin de wagen verkocht wordt.

Wat met de CO2-bijdrage?

Wat gebeurt er op het vlak van de CO2-bijdrage (of solidariteitsbijdrage), ook relatief – zoals de naam al doet vermoeden – ten opzichte van CO2 en de aard van de motor van het voertuig?

Het wetsvoorstel gaat hier niet op in. Dit lijkt echter geen probleem te zijn voor Kathleen Depoorter, die concludeert: “Ik merk op dat de wagens onderworpen aan de aftrekbeperking niet noodzakelijk allemaal ter beschikking worden gesteld van een werknemer”. Zoals we weten, is deze CO2-bijdrage alleen verschuldigd als de werkgever een voertuig ter beschikking stelt van een werknemer voor privégebruik.

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!