Laadinfrastructuur: vijf mythes ontkracht

Als het gaat over de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen bestaan er heel veel verhalen die volgens Eurelectric* (The Union of the Electricity Industry) niets meer dan mythes zijn. Waar of onzin? Oordeel zelf!

Mythe 1: Elektrische voertuigen gebruiken ‘vuile’ elektriciteit uit steenkool. Overstappen op een elektrisch voertuig betekent gewoon dat een vergelijkbare hoeveelheid vervuiling afkomstig is van de elektriciteitsopwekking in plaats van de uitlaat van mijn auto.

Antwoord: 58% van de elektriciteitsproductie in de EU is nu al CO2-neutraal. In de meeste lidstaten is het ook mogelijk om oplaadpunten te kiezen die gebruik maken van hernieuwbare elektriciteit. 93 procent van de EU-bevolking heeft de mogelijkheid om 100 procent hernieuwbare elektriciteit te gebruiken om haar voertuig op te laden. In 2018 had het Europese elektriciteitsverbruik een gemiddelde intensiteit van 296g CO2/kWh en deze zal blijven dalen. In alle landen waar het CO2-gehalte aan elektriciteit minder dan 600 g CO2/kWh bedraagt, wat het geval is in 26 EU-landen, hebben elektrische voertuigen op instapniveau al aanzienlijk lagere emissies dan een moderne auto met verbrandingsmotor.

Mythe 2: De massale overstap naar elektrische voertuigen zal het elektriciteitsnet doen crashen. Investeringen om dit net stabiel te maken zouden veel te duur zijn.

Antwoord: Naarmate het aandeel van elektrische voertuigen toeneemt, is het mogelijk om de extra investeringen die nodig zijn voor de elektriciteitsdistributienetwerken aanzienlijk te beperken dankzij slim laden. De auto’s staan 95% van de tijd geparkeerd, wat heel wat flexibiliteit biedt, en EV-accu’s kunnen worden gebruikt om het net te helpen stabiliseren, terwijl hun eigenaars voor deze dienst worden vergoed. In een bidirectioneel netwerk worden EV’s net een grote buffer voor elektriciteit die dan weer naar het netwerk kan bij een vraagpiek. Dat zou oa een oplossing zijn voor zonne- en windenergie, die nu niet gestockeerd kan worden als er veel productie is.

Mythe 3: We hebben nog steeds te maken met een de kip of het ei debat. De laadinfrastructuur moet worden gebouwd voordat mensen EV’s kopen.

Antwoord: De laadinfrastructuur is al ontwikkeld en beschikbaar in landen waar de EV-markt zich snel ontwikkelt. Eind 2018 waren er in heel Europa 150.000 openbaar beschikbare oplaadpunten. Als we kijken naar het gedrag van de EV-klanten, zien we dat vroege gebruikers grotendeels afhankelijk zijn van het opladen thuis en op kantoor. Deze trend zal zich in de toekomst voortzetten, aangezien verwacht wordt dat 85% van de heffingen op de werkplek en thuis zullen plaatsvinden. Een grote meerderheid van de projecten is ook uitgevoerd langs het trans-Europese vervoersnetwerk van de Europese Unie (Fast E, Ultra E, Corridoor, Ionity, E-Via Flex-E, Fastned, Gdzieladowac, om er maar een paar te noemen). In 2018 hadden de Europese snelwegen 28 snelle oplaadpunten per 100 km, wat veiligheid en comfort biedt aan degenen die lange afstanden rijden, omdat er de komende jaren meer snelle laders op de weg komen.

Mythe 4: Het opladen van een elektrisch voertuig duurt te lang.

Antwoord: EV laadsnelheden zijn afhankelijk van de prestaties van de lader en van de capaciteit van de batterijen. Terwijl er steeds meer snelle laadinfrastructuur (150kW en hoger) beschikbaar komt, is het aantal voertuigmodellen dat geschikt is voor die snelheden nog steeds beperkt. Zoals reeds vermeld, laden EV-eigenaren meestal ’s nachts op tijdens het slapen gaan – wat nog handiger is dan het stoppen bij een tankstation en veel goedkoper in vergelijking met de benzineprijzen. Als u thuis een 11kW-wandlader zou gebruiken, zou het iets minder dan zes uur ’s nachts duren om een batterij van 60kWh op te laden, waarmee u ten minste 300 km kunt rijden.Sluit je een auto met een vergelijkbaar bereik aan op een 150kW-snellader en binnen 20 minuten is de batterij voor 80% opgeladen. In samenwerking met Europese nutsbedrijven heeft Ionity onlangs 350kW volgende generatie laders ontwikkeld, die die die duur kunnen terugbrengen tot slechts acht minuten.

Mythe 5: Je kan een elektrisch voertuig niet laden in de regen, want dan krijg je een elektrische schok.

Antwoord: Dit hoort écht thuis onder de noemer van indianenverhalen. De laadinfrastructuur voor EV’s voldoet aan strenge veiligheidsnormen en het waterdicht maken van de aansluitingen is verplicht. Bij regenweer kunt u zonder probleem laden op een onafgeschermde oplaadplaats buitenshuis.

*Eurelectric is de sectorvereniging die de gemeenschappelijke belangen van de elektriciteitsindustrie op pan-Europees niveau behartigt, plus partners op verschillende andere continenten. Eurelectric heeft momenteel meer dan 34 leden, die de elektriciteitssector in 32 Europese landen vertegenwoordigen.

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!