Mobiliteitsbudget vs. mobiliteitsvergoeding: what’s in a name

Vandaag wordt er met heel wat termen gegoocheld rond de bedrijfswagen: mobiliteitsbudget, mobiliteitsvergoeding, … het ene is al goedgekeurd door de regering, het andere zal er hoogstwaarschijnlijk aankomen. Maar wat houden beide termen in?

1. Mobiliteitsvergoeding

De mobiliteitsvergoeding wordt ook wel cash-for-car genoemd. En die vlag dekt perfect de lading. In dit systeem ruil je je bedrijfswagen in voor een geldbedrag. Dit bedraagt catalogusprijs x 17,14% voor voertuigen zonder tankkaart en catalogusprijs x 20,57% voor voertuigen met tankkaart. Er is GEEN maximumbedrag vastgelegd. Het bedrag evolueert niet in de tijd, behalve de indexering, dus ook niet als de werknemer in een nieuwe functie terechtkomt die aanleiding zou gegeven hebben tot een duurder voertuig.

Dit bedrag is trouwens onderworpen aan een gelijkaardige belasting als de bedrijfswagen. Zo betaalt een werknemer het minimum VAA dat vandaag voor bedrijfswagens geldt (momenteel 1310 eur/jaar).

Voor een gedetailleerd verslag van deze regeling, kan je hier terecht.

2. Mobiliteitsbudget

Sociale partners en verschillende mobiliteitsexperts vonden zo een mobiliteitsvergoeding echter een druppel op een hete plaat. Velen vreesden ook dat werknemers hun bedrijfswagen zouden inruilen om er een goedkopere, maar meer vervuilende tweedehandswagen mee te kopen en de rest van het bedrag in eigen zak te steken. De roep om een mobiliteitsbudget werd groter, en de regering wil hier nu ook werk van maken.

Bij een mobiliteitsbudget moet een werknemer niet kiezen tussen OF zijn bedrijfswagen OF een geldsom, maar mag hij een bepaald bedrag spenderen aan zijn mobiliteit. Zo kan hij opteren voor een kleinere, goedkopere bedrijfswagen en met het restbedrag een fiets aanschaffen om bij goed weer naar het werk te pendelen. In deze regeling is het zelfs mogelijk dat er een restbedrag overblijft.

Al is de regering er nog niet uit over hoe die som fiscaal belast zou worden. Begin deze week sprak men over een belasting volgens het tarief van brutoloon, maar ook een belasting onder de vorm van sociale lasten, 13,07 procent van het bedrag voor de werknemer, 25 procent voor de werkgever, ligt op tafel.

Maar hoe wordt dat bedrag berekend? Daarvoor kijkt de regering naar de totale kosten die een werkgever heeft, dus ook verzekering, onderhoud en tankkaarten tellen mee, een verschil met de mobiliteitsvergoeding. Deze berekening heeft trouwens een aantal gevolgen:

  • Wie een duurdere wagen heeft, krijgt meer budget
  • Wie verder van het werk woont (en dus een hogere brandstofkost heeft), krijgt meer budget
  • Wie werkt voor een kmo, die traditioneel minder kortingen krijgt en daardoor een hogere bedrijfswagenkost heeft, krijgt meer budget

3. Wat nu?

Uit regeringskringen hebben we al vernomen dat er ook werk zal gemaakt worden van een mobiliteitsbudget. Binnen afzienbare tijd zullen er dus twee regelingen naast elkaar bestaan met elk hun eigen fiscaal systeem. En wie gaat er dan nog aan uit kunnen? Of zoals Frank Van Gool, algemeen directeur van autoverhuurfederatie Renta het zegt:

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!