Monitor: wat zijn de ‘mobiliteitsvoorkeuren’ van de Belgen?

Op maandag presenteerde de FOD Mobiliteit en Vervoer het rapport van de Monitor-enquête over mobiliteit, een studie die in 2017 werd uitgevoerd bij meer dan 10.600 Belgen. Hier zijn de vijf belangrijkste lessen die uit deze studie kunnen worden getrokken.

1. Auto op kop: 61% van alle verplaatsingen en 74% van alle afgelegde km’s

De auto blijft het favoriete vervoersmiddel voor de Belgen. 61% van alle verplaatsingen wordt afgelegd met de auto. Het aandeel van de auto wordt nog groter als we kijken naar het aantal afgelegde kilometers. 74% van alle afgelegde kilometers wordt afgelegd met de auto. De auto is dus goed vertegenwoordigd in de Belgische gezinnen: 84% van de huishoudens heeft minstens 1 auto.  

Ook op korte afstanden verkiest de Belg de auto. 17% van de verplaatsingen van minder dan 1 kilometer worden afgelegd met de auto. Bovendien bedraagt 18% van alle verplaatsingen met de auto minder dan 5 km.  

Als we vergelijken met de cijfers van vorige onderzoeken (Mobel 1999 et Beldam 2010) dan merken we dat het aandeel van de auto in het aantal verplaatsingen sinds 1999 daalt van 67% naar 61%. Toch heeft dit geen invloed op de situatie op de weg omdat in absolute cijfers het aantal verplaatsingen enkel toeneemt als gevolg van een groeiende bevolking. 

2. 31% van alle verplaatsingen voor vrijetijdsbestedingen, 19% voor woon-werkverkeer 

In het onderzoek werd aan de respondenten gevraagd om voor iedere verplaatsing ook de reden op te geven.  We merken op dat alle leeftijdscategorieën een groot aantal verplaatsingen maken voor vrijetijdsbesteding: 31% van alle verplaatsingen van de Belgen zijn voor vrijetijdsbestedingen. We verplaatsen ons ook veel voor boodschappen den diensten: 25%. Ter vergelijking: woon-werkverplaatsingen zijn goed voor 19% van alle verplaatsingen.  

Als we het aantal afgelegde kilometers van deze trajecten bekijken. Dan stellen we slechts een klein verschil vast tussen het aantal afgelegde kilometer voor vrije tijd (18 km) en voor woon-werkverkeer (21 km). Boodschappen doen we in de buurt met een gemiddelde afstand van 10 km.  

3. In de stad: meer dan 20% van de verplaatsingen gebeuren met het openbaar vervoer 

De Brusselaars hebben door het stedelijke karakter van het gewest andere gewoontes op vlak van vervoer. Hier gebeurt minder dan de helft van alle verplaatsingen (46%) met de wagen, ten voordele van het openbaar vervoer (21%) en te voet (24%). Deze trend zien we ook in andere grote steden waar meer dan 20% van alle verplaatsingen gebeuren met het openbaar vervoer. 

Als we de verplaatsingen tussen grote steden bekijken, dan zien we ook daar een groot aandeel voor het openbaar vervoer. 56% van de verplaatsingen tussen grote steden gebeurt met de trein en overstijgt dus het autogebruik (43%).  

Dit neemt niet weg dat het merendeel van alle verplaatsingen, namelijk 77%, gebeurt in meer landelijke zones. Voor deze verplaatsingen is de auto het belangrijkste vervoersmiddel. 

4. Mannen leggen meer kilometers af en maken langere verplaatsingen dan vrouwen 

Globaal bekeken zijn mannen mobieler dan vrouwen. Ze leggen meer kilometers af en besteden meer tijd aan hun verplaatsingen. Vrouwen zitten minder dan mannen achter het stuur en rijden vaker mee als passagier. Vrouwen verplaatsen zich vaker te voet of met het openbaar vervoer dan mannen.  

5. Intermodaliteit blijft marginaal   

Slechts 2% van alle verplaatsingen gebeurt met meer dan één vervoersmiddel. Bijna bij al deze verplaatsingen is de trein het belangrijkste vervoersmiddel.  

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!