Naar een onvermijdelijke toename van het autogebruik?

Een opinie van Philippe Dehennin, voorzitter van FEBIAC, de Belgische en Luxemburgse automobiel- en tweewielerfederatie.

Nu het proces van geleidelijke maatschappelijke ontsluiting stilaan op gang komt, moeten we ons afvragen welke vervoerswijzen door onze medeburgers zullen worden bevoorrecht wanneer de economische en sociale activiteiten worden hervat. Hoewel het intensievere gebruik van telewerk tot ver na de opheffing van de beperkende maatregelen zou moeten doorleven, lijkt alles erop te wijzen dat het gebruik van de auto in de komende maanden bijzonder populair zou kunnen zijn.

Dat is niet voor niets: zelfs nu de ontsluiting een aanvang kan vinden, zullen de maatregelen voor sociale distantie en bescherming nog veel langer van kracht of in de gewoonten blijven. En welk ander vervoermiddel dan een auto biedt de inzittende de garantie op zo’n veilige fysieke afstand? Heeft de Eerste minister bij haar persconferentie van 24 april niet zelf een oproep gedaan aan haar medeburgers om de voorkeur te geven aan het gebruik van individuele transportmiddelen?

FEBIAC bepleit geenszins een ‘alles voor de auto’. Dat zou geen ander gevolg hebben dan het genereren van voertuigstromen die de verkeersinfrastructuur opnieuw zouden verzadigen.

FEBIAC waardeert het uiteraard dat de verplichtingen inzake de fysieke afstand tussen mobiliteitsconsumenten – of hun bewuste keuze –   een groter beroep op individueel vervoer laten uitschijnen. Evenwel bepleit FEBIAC geenszins een ‘alles voor de auto’. Dat zou geen ander gevolg hebben dan het genereren van voertuigstromen die de verkeersinfrastructuur opnieuw zouden verzadigen.

Voor korte afstanden moet de oplossing – voor wie dat fysiek kan – te voet en op de fiets zijn. Tevens moet het beleid inzake telewerken worden geïntensiveerd. Ook het huisvestings- en stedenbouwkundig beleid moet nieuwe alternatieven bieden.

In dit verband pleit FEBIAC voor een evenwichtige, goed afgewogen aanpak, in overleg met alle stakeholders, zodat elke burger oplossingen heeft voor wonen, werken en vervoer die zijn aangepast aan de behoeften van een historisch noodzakelijk economisch, sociaal en ecologisch herstel.

Het economisch, sociaal en ecologisch herstel zal worden bereikt door én de auto én het stedelijk openbaar vervoer, versterkt voor wat de hoofdassen betreft door het spoor.

Daarom vraagt FEBIAC de grote Belgische steden die deze mijlpaal nog niet gepasseerd zijn, om uit de steriele territoriale confrontatie te komen gecreëerd door onrealistische eisen als de implementatie van volledig autovrije stadscentra. Bovendien hoeft FEBIAC geen les in ecologie te krijgen van degenen die de stad verdedigen nu nieuwe auto’s ongezien schoon zijn. Het spreekt voor zich dat we de middeleeuwse maatregelen tegen de auto nog slechter ontvangen, nu de auto er vanzelf discreter wordt.

Dit is niet de tijd voor onsamenhangende spelletjes en simplismen. Het economisch, sociaal en ecologisch herstel zal worden bereikt door én de auto én het stedelijk openbaar vervoer, versterkt voor wat de hoofdassen betreft door het spoor. Met meer ruimte voor fietsen en een echt programma van fietspaden voor een betere veiligheid voor iedereen.

Meer in het algemeen moet het mogelijk zijn om het wegverkeer tijdens de spitsuren te halveren met een aanzienlijke – en vooral noodzakelijke – positieve impact op het vrachtvervoer, zonder iemand het recht op de beschikking over een auto te ontnemen.

Om dit te bereiken moeten de federale overheid, de regio’s en de steden investeren in hoogwaardige verkeersinfrastructuur en in digitale oplossingen.

De kwestie van de financiering is nog nooit zo eenvoudig geweest.

Welvaart en de sociale samenhang staan op het spel.

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!