VAB: laden doe je beter thuis of op het werk

Voorstanders loven de lage energiekost van de elektrische wagen. Met de komst van laadpalen pleiten ze ervoor dat stadsinwoners omschakelen naar een elektrische wagen. Maar VAB moet op basis van eigen testen deze euforie temperen. In de praktijk blijkt dat door de hoge kost en de langere laadtijden van publieke laadpalen, de elektrische wagen voor nog weinig particulieren interessant is. Voor bestuurders van een bedrijfswagen die thuis (liefst met een wallbox en split bill) en op het werk kunnen laden, is elektrisch rijden wel een financiële opsteker.

Voor de praktijktest gebruikte VAB de Nissan Leaf, de VAB-Gezinswagen van 2019 in de categorie ‘Elektrisch’. Men testte daarbij zowel de duurtijd van het laden als de kostprijs.

Als vergelijkingsbasis werd aan verschillende laadpunten gemeten hoe lang het duurt om 18 kWh te laden, dat is het verbruik van de Leaf op 100 kilometer. Bijkomend werd de kostprijs van elke laadbeurt in kaart gebracht. De resultaten zie je in onderstaande tabel. Opmerkelijk is dat de keuze van het laadpunt een prijsverschil met factor 5,9 kan opleveren: een snellaadpaal is 5,9 keer duurder dan (goedkoop) laden op het werk.

De tabel geeft ook een overzicht van de grote verschillen qua laadvermogen tussen de verschillende laadpunten. Opmerkelijk is dat de geteste publieke laadpalen hun laadvermogen niet konden waarmaken. Een lagere laadcapaciteit betekent ook een langere laadtijd. Zeker bij de snellaadpaal viel dit zwaar tegen (zelfs bij herhaalde testen en andere testwagens).

Voor de berekening van de kostprijs werd voor thuis het goedkoopste nachttarief genomen van 19 eurocent/kWh, voor het werk een tarief van 11 eurocent/kWh en voor de publieke laadpalen hanteerde VAB de gemiddelde marktprijzen van 35 eurocent/kWh voor gewone en 65 eurocent/kWh voor snellaadpalen.

Conclusies VAB

Laadpalen zijn slechts interessant als noodoplossing. Structureel laden via publieke laadpalen maakt elektrisch rijden oninteressant omdat daardoor de energiekost te hoog uitkomt. Je moet immers ook nog rekening houden met de hogere aanschafprijs van een elektrische wagen.

Omdat bedrijven veel goedkopere elektriciteitstarieven kunnen afspreken is daar laden ver weg het voordeligst. VAB ziet dan ook eerder een doorbraak van de elektrische wagen als bedrijfswagen.

Privé gebruikers moeten niet enkel op zoek gaan naar een goedkoop nachttarief om een lage energiekost te realiseren, maar ze moeten ook een aangepaste laadinstallatie met voldoende vermogen voorzien om efficiënt te kunnen laden. VAB ziet in de eerste plaats een prijsvoordeel voor bezitters van zonnepanelen die met een overcapaciteit zitten.

Verborgen kosten

Een elektrische wagen optimaal gebruiken is een hele uitdaging waar de doorsnee consument volgens VAB nog niet klaar voor is. VAB adviseert aan potentiële kopers van een elektrische wagen zich goed vooraf te infomeren over de laadmogelijkheden thuis, op het werk of in de buurt.  Wie thuis wil laden moet zeker advies inwinnen bij zijn netwerkbeheerder en nagaan of zijn elektrische thuisinstallatie voldoet zodat de elektrische wagen voldoende snel kan bijladen om hem dagelijks inzetbaar te maken.

Overigens heeft VAB niet alle kosten in kaart gebracht … en sommige daarvan hebben ook een prijskaartje dat dik kan tegenvallen.

Zo is er de kostprijs van een wallbox of laadpaal thuis. Er is niet alleen de installatiekost maar ook het verbruik. Indien u een elektrische bedrijfswagen hebt en uw werkgever betaalt zowel voor de installatie als het verbruik: prima! Voor een particulier is dat natuurlijk een ander verhaal.

Nog een extra kost is de zogenaamde “rotatiekost” die je aan sommige publieke laadpalen betaalt (bv. in Antwerpen). Dit is een kost die aangerekend wordt vanaf het moment dat je batterij is opgeladen en je toch de laadpaal blijft bezetten. Deze kost kan hoog oplopen bij een snellaadpaal, tot zelfs meer dan de laadbeurt op zich (15 euro/uur).

Last but not least zijn er ook publieke laadpalen waar u gewoon parkeergeld moet betalen … bovenop het laadtarief.

Vergelijking met andere aandrijfsystemen

VAB maakte ook de vergelijking in kost met andere aandrijfsystemen/brandstofsoorten. Men berekende voor vier gelijkwaardige wagens de kostprijs van 100 kilometer rijden. Er werd enkel gekeken naar de energiekost, er werd dus geen rekening gehouden met het verschil inzake aanschafprijs, belastingen of onderhoudskost.

De elektrische wagen heeft het imago het goedkoopst te zijn in gebruik. Maar uit onderstaande tabel blijkt dat niet altijd het geval te zijn. Bepalend is aan welk tarief je kan laden. Thuis aan nachttarief of aan het voordeeltarief van bedrijven is elektrisch rijden duidelijkst het goedkoopst. Maar wanneer je afhankelijk bent van een publieke laadpaal, dan wordt rijden op CNG goedkoper. Wie kiest voor een snellaadpaal heeft de hoogste energiekost.

Wie elektrisch wil rijden moet vooraf goed nagaan aan welk tarief hij kan laden. De verschillen kunnen namelijk zeer groot zijn met een factor 5.9.

 

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!