Studie McKinsey automotive COVID-19: “Aftermarket recessiebestendig tijdens vorige crisis”

Hoe ziet de toekomst van de aftermarket in de automobielsector er uit na het keerpunt genaamd COVID-19? Consultingbedrijf McKinsey neemt de bankencrisis van 2008 als benchmark en tekent mogelijke scenario’s uit voor de toekomst.

De analyse van McKinsey richtte zich op uitdagingen die uniek zijn voor de COVID-19-crisis, waaronder een plotselinge en steile daling van het aantal gereden voertuigkilometers.

“Deze verschuivingen, in combinatie met het potentieel voor een langzaam economisch herstel, betekenen dat het jaren kan duren voordat de vraag op de aftermarket zich herstelt tot het niveau van 2019. Met zoveel uitdagingen in het verschiet moeten de spelers op de aftermarket nu stappen ondernemen om hun bedrijf te verbeteren en sterker uit de crisis te voorschijn te komen. Hoewel onze analyse zich richt op de Verenigde Staten en Europa, hebben we ook de ontwikkelingen op de Chinese aftermarket, die tekenen van herstel vertoont, onder de loep genomen”, opent het rapport.

Aftermarket: recessiebestendig

De aftermarket voor lichte voertuigen is doorgaans het meest recessiebestendige deel van de auto-industrie. Die hangt vooral af van de omvang van het totale voertuigenpark en niet zozeer van de verkoop van nieuwe voertuigen. Wanneer de economische druk ertoe leidt dat bestuurders de aankoop van nieuwe auto’s uitstellen, worden reparaties aan hun huidige (en oudere) auto’s nog belangrijker.

Om de veerkracht van de aftermarket in te schatten, keek McKinsey naar de financiële crisis van 2007 tot 2009. In de Verenigde Staten daalde het BBP met ongeveer 4 procent en de economische gevolgen deed de verkoop van nieuwe auto’s kelderen met 42% en die van tweedehands met 20%. Het is dan ook opmerkelijk dat de aftermarket slechts een daling van 1% kende in die periode. Er werd wel een daling van performance parts (waaronder tuning, premium velgen en banden) en accessoires opgetekend maar alles wat met regulier onderhoud en herstellingen te maken had, werd nauwelijks geïmpacteerd in die periode.

Toch een iets ander beeld in Europa. McKinsey neemt als voorbeeld Duitsland, dat de grootste aftermarket van Europa heeft. Het land zag het BBP tijdens de financiële crisis van 2007 tot 2009 met ongeveer 5 procent dalen, maar overheidsinterventies leidden tot iets andere trends in de automobielsector dan in de VS. De verkoop van nieuwe auto’s steeg met 4,9 procent, omdat een subsidie van de overheid een financiële bonus opleverde voor de aankoop van nieuwe auto’s als bestuurders hun oude auto’s inruilden. De aftermarket bleef relatief stabiel, hoewel de daling van 3,8 procent veel groter was dan de daling van het aantal gereden kilometers met 0,6 procent. Dankzij de subsidies voor de aankoop van nieuwe auto’s, daalde  het aantal oudere voertuigen in het wagenpark, waardoor de aftermarket in Duitsland sterker daalde dan in de Verenigde Staten.

De ene crisis is de andere niet

Hoewel je wel lessen kan trekken uit het verleden, benadrukt McKinsey dat COVID-19 een economische situatie heeft gecreëerd die fundamenteel verschilt van eerdere crisissen. Het BBP zal dalen, zoals altijd tijdens een recessie, maar de daling kan twee keer zo groot zijn als de laatste recessie, met een nasleep en grote onzekerheid in de volgende kwartalen. De coronaviruscrisis zal ook bijkomende aftermarket-relevante factoren tot gevolg hebben die in de financiële crisis van 2007 tot 2009 afwezig waren: een drastische vermindering van het aantal gereden kilomters, minder aanrijdingen, minder retail-activiteiten, een aanzienlijke toename van de digitale kanalen en e-commerce-volumes, alsook een lager gebruik van het openbaar vervoer. Dit laatste kan dan weer een positief effect hebben voor de aftermarket, waardoor na een periode van minder gereden kilometers nét weer mee met de auto zal gereden worden. Dat betekent ook meer onderhoud en herstellingen.

“En sommige potentiële ontwikkelingen zoals stimuleringspakketten van de overheid en dalende prijzen voor tweedehands auto’s zouden een positieve en stabiliserende invloed kunnen hebben”, klinkt het optimistisch in het rapport van McKinsey.

Twee scenario’s voor de toekomst

McKinsey distilleerde twee mogelijke scenario’s uit een grotere macro-economische studie die van toepassing zijn op de aftermarket en bij uitbreiding op heel de automobielsector.

In het meer optimistische scenario, slaagt een sterke reactie van de overheden erin de verspreiding van het coronavirus binnen ongeveer twee tot drie maanden onder controle te krijgen. De beleidsreacties die de economie ondersteunen, compenseren gedeeltelijk de economische schade, een bankencrisis wordt vermeden en het mondiale BBP herstelt zich in het vierde kwartaal van 2020.

In het meer pessimistische scenario kent het virus een opstoot, wat resulteert in extra perioden waarin de bedrijfsactiviteit op lokaal niveau vertraagt of stopt. Met deze complicaties herstelt het mondiale BBP zich pas eind 2022.

“In het optimistische scenario verwachten we dat de inkomsten uit de aftermarket in 2020 in Europa met ongeveer 5 tot 7 procent zullen dalen. In het meer pessimistische scenario zouden de inkomsten in 2020 ongeveer 15 tot 17 procent lager in Europa”, voorspelt McKinsey.

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!