Subaru XV 2.0D: Boxerdiesel maakt het verschil

Ondanks zijn permanente vierwielaandrijving heeft de Subaru XV veel meer weg van een hatchback of een verhoogde break dan van een SUV. Des te beter voor wie graag rijdt en zich af en toe op onverharde wegen wil wagen. Spijtig voor wie daar geen boodschap aan heeft…

Alain Vandersande

21-11973-subaru-xvDe XV wil vooral het atypische karakter van het merk in ere houden en schittert in de eerste plaats door de vinnige inborst van zijn boxerdiesel. Die herneemt vlot vanaf de laagste toerentallen en trekt gretig door, zonder ooit van de typische ruwheid van een conventionele diesel te getuigen.

Dit fraaie plaatje wordt nog mooier als je weet dat deze krachtbron genoegen neemt met 6,5 à 7 liter diesel per honderd kilometer, ook al spring je niet zorgzaam om met het gaspedaal. En dat terwijl hij een niet onaardig vermogen van 150 pk op de vier wielen overdraagt, weliswaar op een iets te luidruchtige manier, maar op permanente wijze, een zeldzaamheid in tijden waarin het eeuwige streven naar een lager verbruik op termijn de doodsteek lijkt te vormen voor dit type transmissie.

Wie graag het heft in handen neemt achter het stuur, zal genieten. Er is trekkracht te over, bochten neemt hij strak en het weggedrag is verbazend neutraal. Bovendien blijkt de besturing behoorlijk nauwkeurig en is de rijhouding uitstekend dankzij het ruime verstelbereik van de stuurkolom (wat uitzonderlijk is voor een Aziaat) en het feit dat de grotere medemens de stoel voldoende laag kan instellen.

Passagiers minder gecharmeerd…

De beenruimte achterin volstaat, maar de ophanging is behoorlijk hard, de achterbank biedt weinig steun en de koffer is amper groot genoeg om ieders spullen mee te nemen op reis. Dat neemt niet weg dat de XV een redelijke verhouding tussen buitenafmetingen en binnenruimte biedt.

De vormgeving van de kofferruimte gooit echter roet in het eten, net als de toegang tot de achterbank. Daar zijn de immense wielkasten debet aan. Pluspunt is dan weer de hoeveelheid opbergruimten, die over het hele interieur verspreid zijn, en de weelderige uitrusting van deze Luxury Plus-versie, waarvan het scherm van het multimedia-navigatiesysteem zich helaas niet bijster intuïtief laat bedienen.

Tot slot nog een woordje over de interieuraankleding: die is sober en ernstig, misschien zelfs een beetje té, en geeft blijk van een mooie assemblagekwaliteit. Een frisse toets hier en daar had niet misstaan… Maar u weet wat men zegt van Subaru: het is een merk van ingenieurs…

 

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!

Tags: Tests