Voor deze EV’s betaal je het minimum VAA

De kogel is door de kerk: vanaf 2026 krijgen enkel elektrische bedrijfswagens nog een fiscaal voordeel, waardoor het bedrijfswagenpark vanaf dan quasi 100% elektrisch zal zijn. Voor werkgevers is de keuze dus simpel: elektrisch is aftrekbaar, al de rest niet. Als werknemer blijft de keuze van je bedrijfswagen een stukje moeilijker, want voor hen blijft het Voordeel Alle Aard (VAA) bestaan. En dat is niet voor alle EV’s het minimum. Welke wagens kies je best wanneer je zo weinig mogelijk belastingen wil betalen. FLEET zocht het uit!

Werknemers die een bedrijfswagen hebben, betalen hier een belasting op: het zogenaamde Voordeel Alle Aard of VAA. Die wordt – althans wat EV’s betreft – berekend aan de hand van onderstaande formule:

  • Catalogusprijs x 4 % x 6/7 x leeftijdscoëfficiënt van het voertuig

De minimumbelasting ligt op 1.370 euro per jaar oftewel 114,17 euro per maand. Wil je aan dat minimumtarief geraken, dan heb je dus een lage catalogusprijs (inclusief BTW en opties, zonder kortingen) nodig. We hebben berekend dat 40.000 euro het maximum is: is je wagen goedkoper, dan betaal je het minimale VAA van 114,17 euro per maand. Onderstaande wagens komen daar vandaag voor in aanmerking. Let wel op: wij rekenen met vanafprijzen. Voeg je opties toe, dan kan het natuurlijk gebeuren dat de catalogusprijs van je wagen de 40.000 euro overschrijdt. Goed tellen is dus de boodschap.

Wil je alle modellen in een handig overzicht zien op basis van prijs? Klik hier!

De SUV’s

Crossovers en SUV’s zijn de populairste auto’s van het moment. Geen wonder dus dat de constructeurs heel wat elektrische hoogpoters op ons afvuren. De goedkoopste EV van het moment is bijvoorbeeld een crossover. De Dacia Spring kost zo’n 17.000 euro. Er is één motorisatie, 45 pk sterk, en één accupakket van 27,4 kWh. De cijfers zijn daardoor niet bepaald impressionant: 0-100 km/u in meer dan 19 seconden, een topsnelheid van 125 km/u en een actieradius van 230 km, maar zijn prijs is dat natuurlijk wel. Zijn concurrenten (met grotere batterij weliswaar) kosten vaak het dubbele.

Bij die concurrenten zitten bijvoorbeeld de crossovers van de PSA-groep die dit jaar met FCA fusioneerde tot de Stellantisgroep. De Citroën Ë-C4 (let op het trema) is een stijlvolle SUV-coupé die een elektromotor van 136 pk koppelt aan een batterij van 50 kWh, goed voor een rijbereik van zo’n 300 km. Die combinatie vinden we trouwens in nog wat andere crossovers van de groep, zoals de Opel Mokka-e, de DS3 Crossback E-Tense en de Peugeot e-2008. De autonomie is overal nagenoeg gelijk, net als de prijs. Het is dus kwestie van welke wagen je er het best vindt uitzien.

Uit China komt de concurrentie van MG, Aiways en Seres. De MG ZS EV werd dit jaar door VAB uitgeroepen tot elektrische gezinswagen van het jaar. Het is een compacte crossover met een 143 pk sterke elektromotor, gekoppeld aan een batterij van 44,5 kWh. Een combinatie die goed is voor een WLTP rijbereik van 263 kilometer. Standaard beschikt hij al over een ruime uitrusting met een 8 inch scherm, smartphoneconnectiviteit en een veiligheidsuitrusting die voor 5 EuroNCAP-sterren zorgt. De Aiways U5 is dan weer een maatje groter dan de MG en biedt zowat 400 km aan autonomie aan. De oplaadtijden van het model zijn wel iets minder dan die van de concurrentie. Als laatste Chinese telg hebben we de Seres 3, al is dat geen volbloed Chinees. Het merk werd namelijk opgestart in Californië maar maakt wel gebruik van Chinese fondsen. Om de concurrentie aan te gaan maakt de Seres 3 gebruik van een 53 kWh sterke accu met een WLTP-rijbereik van 329 kilometer. Hij krijgt een 163 pk sterke elektromotor die 300 Nm produceert.

We zetten onze ronde van Azië verder in Japan met de Mazda MX-30. In de batterijenoorlog tussen de automerken waarbij “groter” altijd “beter” is, houdt Mazda het bewust kleinschalig met een batterij van zo’n 34 kWh en 200 km autonomie. De MX-30, wordt immers gezien als een tweede wagen, de afstand die hij moet afleggen is dus beperkt. Bovendien zorgt een kleinere batterij ook voor een kleinere impact op het milieu. Want ja, zo’n EV mag niets uitstoten, dat wil niet zeggen dat er niet vervuild wordt bij zijn productie (daarom kan je bijvoorbeeld ook voor een “vegan” interieur kiezen).

Ook in Korea, waar de Hyundai Kona en Kia e-Niro vandaan komen, zijn ze bezig met EV’s. Beide merken zijn al lange tijd in ons land aanwezig, wat hun merkimago natuurlijk alleen maar ten goede komt. Voor Jan met de Pet is de overstap naar een iets bekendere Hyundai of Kia een stukje makkelijker dan naar het voorlopig onbekende Seres of Aiways uit China. Maar goed, bij Hyundai kan je dus de Kona kiezen als elektrische crossover. Die werd onlangs gefacelift en valt op door zijn scherpere lichten. Het model bestaat met een batterij van 39 kWh en van 64 kWh, maar enkel die eerste kost minder dan 40.000 euro en komt dus in aanmerking voor een minimaal VAA. Hetzelfde geldt voor de Kia e-Niro, die onderhuids heel wat onderdelen deelt met de Hyundai: ook hier kies je best voor de kleinste batterij wanneer je het minimale VAA wil betalen.

Na onze ronde van Azië keren we terug naar Europa. Ook bij de EV’s van de Volkswagengroep let je best op de batterijniveau’s. Enkel de varianten met accu tot 58 kWh komen immers in aanmerking voor het minimale VAA, de andere versies zijn te duur. De Volkswagen ID.4 is de hogere versie van de ID.3. Hij weet de hardere plastics in het interieur goed te verbergen en komt met een al even ruim interieur. De koffer is wel een stukje groter. Zijn Tsjechische versie bij Skoda heet dan weer de Enyaq. Die heeft een nog grotere koffer dan de ID.4 en is nog een stukje praktischer met zijn accessoires zoals een paraplu in de deur en een ijskrabber in de koffer. Bovendien is het centrale scherm een pak groter en mooier, al kan je dat niet zeggen van de digitale teller achter het stuur.

De stadswagens

Na de SUV’s zijn de stadswagens het sterkst vertegenwoordigd in ons elektrisch lijstje. Geen wonder ook, met hun lager gewicht lenen zij zich perfect tot een elektrische aandrijflijn. Net als bij de SUV’s komt ook de goedkoopste elektrische stadswagen uit de Renaultgroep: de Renault Twingo Electric kost net geen 20.000 euro. Deze Twingo brengt je tot 190 km ver op één batterijlading en laadt binnen een uurtje tot 80% van zijn batterij op. Bovendien is het accupakket netjes weggewerkt in de onderhuidse structuur, zonder negatieve implicaties voor de kofferruimte.

Naast de Twingo heeft Renault ook de ZOE in zijn gamma staan. Deze EV is al aan zijn tweede generatie toe en dat zie je. Het gewicht van de wagen werd verlaagd en de aerodynamica verbeterd, waardoor hij bijna 400 km ver geraakt op een volle batterij.

Concurrenten voor de ZOE zijn de PSA-tweeling Peugeot e-208 en Opel Corsa-e. Zij steunen op dezelfde aandrijflijn als de hogere versies: een accu van 50 kWh en een elektromotor van 136 pk. Hun autonomie is door hun aerodynamischere vorm wel een beetje hoger: reken op 340 km. Door hun korte draaicirkel en snelle acceleratie tot 50 km/u (2,8 seconden!) zijn ze trouwens bijzonder prettig om rijden.

De 500 moet Fiat dan weer het elektrische tijdperk inloodsen. Hij is een stukje duurder dan de benzineversie, maar Qua motorprestaties neemt de elektrische versie de maat van de verbrandingsmotor met twee vermogens van 95 en 118 pk. Zijn autonomie is met 320 km ook niet klein. Bovendien kan je de Fiat 500 e ook als opvallende versie met derde deur aan de rechterkant van de wagen bestellen, de zogenaamde 3+1.

Haast even opvallend op de weg is de Kia e-Soul. Hij begon met enkel benzine- en dieselmotoren in zijn optielijst, maar vanaf heden gaat de Kia e-Soul enkel door het leven met een elektrische motor onder de kap. Wie door zijn aparte looks weet te kijken, vindt een opvallend leuke EV terug. Net als bij de andere Hyundai’s en Kia’s in dit lijstje moet je wel voor de versie met 39 kWh batterij gaan als je het minimum VAA wil betalen.

Zelfde verhaal bij de Volkswagen ID.3. Voor de spirituele opvolger dan de Golf betaal je tot de versie met 58 kWh batterij het minimum VAA. De ID.3 is de eerste wagen van Volkswagen die enkel als EV bedoeld is en daar profiteert hij van: zijn kleine motor en batterijen in de vloer zorgen voor heel wat interieurruimte. Leuk trouwens dat Volkswagen, toch een merk met een eerder grijs en braaf imago, enkele nieuwigheden in het model programmeert: geen startknop, maar gewoon wegrijden door het gaspedaal (afgewerkt als de play-knop waarmee je muziek afspeelt) of een draaiknop naast het stuur om de wagen in “drive” of “reverse” te zetten.

Binnenkort krijgt de ID.3 trouwens een Spaanse variant als Cupra Born. Prijzen zijn nog niet bekend, maar hij zou net iets sportiever en net iets duurder zijn dan de VW, maar nog altijd minder dan 40.000 euro kosten.

Smart is dan weer al enkele jaren een volledig elektrisch merk. De ForTwo en de ForFour krijgen allebei een elektromotor van 82 pk en een accu die de wagens zo’n 135 km ver brengt. Niet veel, maar voldoende voor de stadswagens die de twee auto’s zijn.

Ouwe getrouwe in dit lijstje is dan weer de Nissan LEAF. Ook hij zit al aan zijn tweede generatie en is wereldwijd één van de meest verkochte EV’s. De LEAF is al enige tijd beschikbaar met een accupakket van 40 kWh (150 pk) of van 62 kWh (217 pk), maar zijn interieur kreeg onlangs een grondige opfrisbeurt. Let wel op: ook hier betaal je enkel bij de kleinste batterij het minimale VAA.

Tot slot nog twee leuke retromodellen bij de elektrische stadswagens: de MINI Cooper SE en de Honda e. De MINI Cooper SE doet het met een elektromotor van 185 pk en een autonomie van dik 230 km. Elektrisch rijden met een MINI vraagt alvast op esthetisch vlak geen offers. De eerste van een hele reeks elektrische MINI’s (het merk kondigde een heus elektrisch offensief aan) behoudt het koetswerk en dus de geslaagde looks van zijn broers met een verbrandingsmotor. Ook de binnenruimte en de kofferinhoud bleven gelijk, doordat de batterij laag in de bodem van de auto is geplaatst.

De Honda e, een knap gelijnde hatchback dat een knap retrodesign koppelt aan meer futuristische elementen, is de eerste EV van Honda. Het paradepaardje is dan ook het doorlopende scherm binnenin. De tellers en de functies van het infotainmentsysteem worden er uiteraard op weergeven, maar ook wat je door je spiegels zou moeten zien. De Honda e krijgt immers geen zijspiegels mee, maar camera’s op zijn flanken. Iets wat het rijbereik van de Japanner alleen maar ten goede komt. Reken op zowat 220 km.

De cabrio’s

Inderdaad, hoewel het aantal cabrio’s gestaag afneemt, zijn er elektrische wagens zonder dak te koop. Lange tijd was de smart EQ ForTwo Cabrio de enige in zijn soort. Smart is al enige tijd een volledig elektrisch merk en biedt de Fortwo aan met een elektromotor van 81 pk. Die wordt gevoed door een kleine batterij van 17,6 kWh waarmee hij zo’n 135 kilometer ver zou moeten komen. Dat is weinig, maar als pure stadswagen niet onoverkomelijk.

Zijn grote concurrent is de Fiat e-500 C. De elektrische cabrioversie van het beroemde bolletje kwam eind vorig jaar uit en doet het met elektromotoren van 95 en 118 pk. Hij is een stukje duurder dan de smart, maar komt ook een stukje verder met een volle accu: 300 km om precies te zijn.

De ludospaces

Tot slot geven we nog de elektrische ludospaces mee, monovolumes gebaseerd op bestelwagens. Dit is een markt waar de Franse merken traditioneel sterk staan en dat geldt ook voor de EV’s: de PSA groep biedt dit jaar nog de Peugeot e-Rifter, de Citroën e-Berlingo en de Opel Combo e-Life aan. Wie goed heeft opgelet, weet waarschijnlijk al de cijfertjes achter deze modellen: 50 kWh aan batterij en een vermogen van 136 pk. De drie wagens zijn met twee verschillende wielbasissen te verkrijgen en geraken tot 280 km ver op een volle batterij. Zij zullen in 2022 concurrentie krijgen van de elektrische Renault Kangoo.

#Auto #Tests

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!

FLEET Dealers FLEET Sector FLEET.TV TCO
Trending