Woon-werkverkeer | Auto blijft op één, veel potentieel voor de fiets

De Belg is weldegelijk bezig met zijn mobiliteitsgedrag, blijkt uit een enquête van verzekeringsmaatschappij AG Insurance in samenwerking met Touring. Eén Belg op 4 heeft zijn verplaatsingsgedrag al aangepast, eenzelfde groep wil dit de komende jaren doen. Toch blijft de auto het dominante vervoersmiddel van de Belg. De reden daarvoor is heel duidelijk volgens de verzekeringsmaatschappij.

Bijna negen op tien gezinnen (88%) heeft minstens een auto, 30% meer dan één. Die dominantie houdt ook aan, want 22% van de gezinnen heeft het afgelopen jaar een wagen gekocht en een kwart wil dit jaar een wagen te kopen.

En ook bedrijfswagens zijn en blijven wijdverspreid in ons land. Eén gezin op vijf (19%) beschikt over minstens 1 bedrijfswagen. Als men enkel rekening houdt met de werkende bevolking, is dat zelfs meer dan één op drie (36%). Het zijn vooral de jongere gezinnen die over een bedrijfswagen beschikken. Bij de 25- tot 34-jarigen stijgt hun aantal tot bijna vier op tien (39%).

Potentieel voor de fiets

Dan ligt het fietsbezit in België een pak lager. Slechts iets meer dan één gezin op twee (53%) beschikt over minstens één fiets. Dat percentage ligt in Vlaanderen trouwens dubbel zo hoog dan in Wallonië (68% versus 32%). De elektrische fiets vindt dan weer meer en meer ingang. Al één gezin op zeven (14%) heeft een elektrische fiets, opnieuw vooral in Vlaanderen: 18% versus 8% in Franstalig België.

Aangezien één Belg op 2 (49%) binnen een straal van 10 km van zijn werk woont en slechts één op vier (27%) op meer dan 20 km, zou je denken dat steeds meer Belgen zich met de fiets naar het werk verplaatsen. Toch gebruikt 62% van de actieve bevolking voornamelijk de auto om zich naar zijn of haar werk te begeven. Minder dan 1 op 4 werkenden (23%) gebruikt het openbaar vervoer, 1 op 5 de (al dan niet elektrische) fiets.

Voornaamste vervoermiddelen (max 2) in woon-werkverkeer.

Gaan we dieper in op de trajecten binnen de 10 km, dan wijst de enquête uit dat 58% van de werkenden die binnen de 10 km van hun werkplaats woont, hiervoor de auto gebruikt. Op een andere manier voorgesteld: 41% van alle autopendelaars woont op maximum 10 km van zijn of haar werk. Deze werknemers stimuleren om te kiezen voor de fiets, andere vervoermiddelen of openbaar vervoer zou dus een grote impact kunnen hebben op files en milieu.

Aandeel auto in totale pendelverkeer in functie van afstand woon-werkplaats.

Tevreden in de file

De reden achter de keuze is dat de de Belgische autopendelaar best wel tevreden is over zijn autotraject. Gemiddeld staat hij of zij 12 minuten per dag in de file. Slechts 1 op 3 (32%) verliest meer dan 15 minuten per dag in de file. Wellicht verklaren die cijfers ook mee de relatief hoge tevredenheid van de autopendelaars: slechts 5% van hen verklaart zich ontevreden over zijn woon/werkverplaatsing. 81% is eerder of heel tevreden.

Voor gebruikers van het openbaar vervoer liggen de cijfers enigszins anders. De gemiddelde gebruiker hiervan verliest 16 minuten per dag aan vertragingen. 4 gebruikers op 10 verliezen hierbij meer dan 15 minuten. Niet verwonderlijk dat het openbaar vervoer qua tevredenheid veel lager scoort. 51% is eerder of heel tevreden, 22% is ontevreden.

Groeipotentieel

Toch is er bij veel Belgen de ambitie om op een alternatieve manier te pendelen, en dan vooral via de fiets: één Belg op vier (24%) wil de komende jaren vaker de fiets gebruiken om naar het werk te rijden. Maar ook het openbaar vervoer (19%) en carpoolen (18%) behoren tot de intenties van één op vijf werkenden. Daartegenover staat dat 57% van de Belgen niet van plan is om de komende jaren met het openbaar vervoer te pendelen. Als voornaamste reden om dit niet te doen, wordt verwezen naar slechte verbindingen (53%), vertragingen en afschaffingen (40%), te lage frequentie (35%) en te duur (35%).

Toch zouden meer dan zes op tien gezinnen vaker het openbaar vervoer gebruiken indien dit beter bereikbaar (66%), stipter (61%), goedkoper (60%) zou zijn. Die vaststelling toont aan dat investeren in een ruimer, efficiënter en goedkoper openbaar vervoer het meeste effect zou hebben om het autogebruik, met name in het woon-werkverkeer, te verminderen.

Ook telewerk kan een alternatief zijn om de oververzadigde wegen te ontlasten. Reeds 28% van de werkenden doet aan telewerk, waarvan 18% minstens één dag per week. Vooral 18- tot 24-jarigen maken hier veelvuldig gebruik van: bijna de helft van de jongeren (47%) doet aan telewerk, drie op tien (30%) minstens 1 dag per week.

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!