Wordt mobiliteitsbudget binnenkort herzien en gecorrigeerd?

CD&V-parlementsleden Jef Van den Bergh en Steven Matheï hebben onlangs een wetsvoorstel ingediend tot gedeeltelijke wijziging van het mobiliteitsbudget. Dit is wat de twee politici willen aanpassen…

Beide leden van het Parlement willen het mobiliteitsbudget vereenvoudigen en uitbreiden.

In het artikel “duurzame transportmiddelen”…

Het wetsvoorstel beoogt de assimilatie als “duurzaam vervoermiddel” (pijler 2) van volgende zaken:

  1. parkeertarieven in functie van het gebruik van het openbaar vervoer
  2. voetgangerspremie

De twee auteurs verklaren hun keuze:

Het mobiliteitsbudget is er immers op gericht de werknemers genoeg flexibiliteit te geven in de keuze waarop zij hun mobiliteit organiseren. In dat kader is het niet ondenkbaar dat de werknemer eerst de wagen neemt om tot aan het station of de halte te geraken, daar de wagen parkeert om vervolgens over te stappen op de trein, tram of bus. Voor de werknemer is dit 1 globale mobiliteitsbeweging, die volledig door het mobiliteitsbudget afgedekt zou moeten zijn.

Wat de voetgangerspremie betreft, wordt die premie vandaag reeds geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van belastingen op basis van artikel 38, § 1, eerste lid, 9°, c), WIB 92.10 Het lijkt de indieners dan ook normaal om deze vergoeding mee te nemen in het toepassingsgebied van het mobiliteitsbudget. Het spreekt voor zich dat de vergoeding ook betrekking kan hebben op een deel van het afgelegde traject tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling. Denk maar aan een werknemer die van bij hem thuis naar een treinstation, bushalte of autodeelplaats wandelt en vervolgens de trein, bus of deelauto neemt om naar zijn werk te rijden.

In het artikel ‘huisvesting’ …

Pijler 2 beschouwt ook het feit dat een woning binnen 5 km (vogelvlucht) van de werkplek ligt als een duurzame mobiliteitsoplossing. Hierdoor kunnen huur- of hypotheeklasten in de tweede pijler worden opgenomen. Bij de aankoop van een woning gaat het om een ingreep in de hypotheekrente, niet in de aflossing van het kapitaal.

De CD&V-politici vergroten de straal tot 10 km. “In de praktijk blijkt dat een straal van 5 km te klein is om effectief te zijn en dat zo’n straal van 10 km veel relevanter zou zijn, aangezien de gemiddelde afstand tussen huis en werk 20 km is.

Het nieuwe voorstel houdt ook rekening met de aflossing van de hoofdsom van de hypotheken, en niet alleen met de huren en de rente op die hypotheken.

Exit van wachttermijnen en functiecategorieën

Dit mobiliteitsbudget is vandaag de dag beschikbaar voor werknemers

•             die in de afgelopen 36 maanden in het bezit zijn geweest van een bedrijfsauto, of deze gedurende ten minste 12 maanden hebben gehad, of die in aanmerking komen voor een bedrijfsauto

•             EN die op het moment van de aanvraag een bedrijfsauto hebben (of die in aanmerking komen voor een bedrijfsauto) sinds ten minste 3 maanden zonder onderbreking.

Werkgevers begrijpen immers niet waarom zij gedurende een ononderbroken periode van 36 maanden één of meerdere bedrijfswagens moeten ter beschikking stellen van één of meerdere werknemers alvorens zij het mobiliteitsbudget kunnen invoeren in hun onderneming. Die voorwaarde fnuikt in belangrijke mate de mogelijkheden voor werkgevers om een groen mobiliteitsbeleid in hun onderneming te voeren“, leggen beide auteurs uit.

Een andere paragraaf die in dit voorstel wordt ingetrokken, is die met betrekking tot de functiecategorieën. Vandaag bepaalt de Wet op het Mobiliteitsbudget dat werknemers die behoren tot een functiecategorie waarvoor in het bedrijfswagenbeleid van de werkgever een bedrijfswagen is voorzien, in aanmerking komen voor een bedrijfswagen.

Deze voorwaarde beperkt vandaag echter de mogelijkheid voor werknemers om beroep te doen op het mobiliteitsbudget. Daarom willen de indieners deze voorwaarde schrappen. Het moet voor de werkgever gemakkelijker worden om in zijn bedrijfswagenbeleid in te schrijven wie van zijn werknemers al dan niet in aanmerking kan komen voor een bedrijfswagen – en daaraan gekoppeld een mobiliteitsbudget – zonder dat dit gekoppeld moet zijn aan een bepaalde functiecategorie. Oorspronkelijk was deze voorwaarde voorzien om ad hoc toekenningen van bedrijfswagens tegen te gaan, maar het neveneffect daarvan is nu dat het te sterk de mogelijkheid voor de toekenning van een mobiliteitsbudget beperkt.

De mobiliteitsrekening

Vandaag bepaalt de wettekst van het mobiliteitsbudget dat het mobiliteitsbudget, eventueel na aftrek van het deel dat wordt gebruikt voor de financiering van een milieuvriendelijke bedrijfswagen en de daaraan verbonden kosten, volledig en virtueel ter beschikking wordt gesteld van de begunstigde werknemer.

De bedoeling is dat niet enkel het saldo van het mobiliteitsbudget ter besteding in pijlers 2 en 3 op de rekening ter beschikking wordt gesteld, maar het gehele bedrag van het mobiliteitsbudget, teneinde de transparantie van de afrekening van kosten met betrekking tot pijler 1 te verhogen.

Tot slot wordt toegevoegd dat rekening moet worden gehouden met het moment waarop het mobiliteitsbudget aan de werknemer wordt toegekend. “Het is immers niet de bedoeling om bij instap in december het mobiliteitsbudget voor een volledig jaar ter beschikking te stellen.

TCO: de berekening van het bedrag

Het voorstel voegt twee alinea’s toe om de berekening van het bedrag van het mobiliteitsbudget, bekend als “TCO”, te vereenvoudigen en de berekeningsformule in de wet vast te leggen.

Deze paragraaf biedt de mogelijkheid aan de werkgever om de kosten van de bedrijfswagen die het gevolg zijn van het gebruik van die wagen voor beroepsdoeleinden, in mindering te brengen van het bedrag van het mobiliteitsbudget op voorwaarde dat hij de kosten van de werknemer voor verplaatsingen voor beroepsdoeleinden bovenop het mobiliteitsbudget vergoedt tijdens de toekenning ervan. “Op die manier willen wij werkgevers stimuleren om niet alleen salariswagens om te zetten in een mobiliteitsbudget, maar ook functiewagens.

Men voorziet de mogelijkheid aan de Koning om een formule vast te leggen waarmee het bedrag van het mobiliteitsbudget moet worden berekend. “Op die manier kan een belangrijke administratieve vereenvoudiging worden gerealiseerd. De bevoegde administraties ontvangen immers regelmatig de vraag om een berekeningsmethode te valideren. Op dergelijke vragen kan evenwel niet worden ingegaan. De vragen hebben wel geleid tot een reeks verduidelijkingen die zijn opgenomen in de FAQ over het mobiliteitsbudget.”

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!

Tags: Mobiliteit