Opinie | Joost Kaesemans (Febiac): “De elektrische auto is niet het enige eindstation”

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houdt momenteel een bevraging over het verbod op auto’s met verbrandingsmotor. Niet óf dat verbod er moet komen – dat lijkt al vast te staan wanneer je de genoemde vragenlijst doorneemt-, wel over de mogelijke hindernissen en neveneffecten. Eerder poneerden o.a. Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en nu ook Spanje een gelijkaardige visie. Een dergelijk zelfzeker uitgelijnd beleid richting elektrische auto’s heeft naast onmiskenbare voordelen toch ook een paar addertjes onder het gras. Ondanks de voorspelbare tegenwind en banbliksems, lijkt het me belangrijk om die even onder de aandacht te brengen.

Door Joost Kaesemans, Directeur Communicatie FEBIAC vzw

We weten waar naartoe….

De automobielsector zelf vraagt al een hele tijd om een duidelijk, welomlijnd milieu- en mobiliteitsbeleid over een langere periode.  Dat steden heel vastberaden stellen dat de verbrandingsmotor eruit gaat en daar meteen ook een termijn op plakken, heeft dus in elk geval het voordeel van die duidelijkheid: we moeten met z’n allen over naar elektrisch.

Iedereen tevreden, zou je denken. De milieubeweging omdat die vermaledijde diesel eruit gaat, de politiek omdat die zich krachtdadig toont in het redden van planeet en volksgezondheid, en de automobielbranche omdat die de zekerheid krijgt dat het loslaten van de vertrouwde otto- of dieselmotor een financiële en technologische inspanning is die bekroond zal worden met succes. Iets wat veel pioniers in elektrisch rijden hun aandeelhouders vandaag nog altijd in de voorwaardelijke wijs moeten beloven.

Nu, als er één partij is waarvan ik verwacht dat de steun van korte duur zal zijn, dan is het de milieubeweging.  Heel binnenkort zouden zij wel eens tot het besluit kunnen komen dat al dat gedoe met lithiummijnen en het bouwen en recycleren van accu’s ook zijn prijs heeft. En dat bovendien flink moet worden toegezien op de productie van de stroom. Dat, om auto’s te laten rijden, de Duitsers meer bruinkool zouden gaan putten en de Fransen in atoomstroom blijven, daar wordt de milieubeweging heus niet vrolijk van. En uiteindelijk willen zij toch iedereen in de bus of op de fiets.

Ook de politiek dreigt zich te verslikken in het geëtaleerde voluntarisme. Elektrisch rijden voor iedereen komt er niet zonder smart grid bijvoorbeeld. En dat is een flinkere kluif dan wat slimme tellers die al dan niet moeten kunnen terugdraaien. Ook de gegarandeerde stroomvoorziening – het best zoveel mogelijk uit hernieuwbare bron – is een conditio sine qua non. Reken daarbij de uitbouw van een robuust laadnet en een nieuwe autofiscaliteit (wegens inkomstenderving uit brandstofaccijnzen bijvoorbeeld), en u beseft dat de oogst lang niet binnen is.

Blijft over, de autosector zelf. De overschakeling naar elektrisch rijden kan de branche erg goed gebruiken om het zwaar beschadigde koetswerk wat uit te deuken. Het blijft vast worstelen met de verwijten dat de omslag naar en het marktoffensief aan betaalbare elektrische auto’s niet snel genoeg gaan, maar de kansen voor onze sector zijn duidelijk groter dan de uitdagingen. Bovendien is de milieuwinst van een elektrisch voertuig reëel. I’m a believer, en ik ben niet alleen. En ik vind dat de snelheid waarmee we richting halte ‘Batterij’ sporen, best wel omhoog mag.

… maar ‘Batterij’ is niet de enige eindbestemming

Alleen is batterij-elektrisch rijden weliswaar een zekere, maar niet de enige bestemming van de auto. Eerder vroeg dan laat evolueert Europa naar een waterstofeconomie.

Waterstof in de brandstofcel van de auto en daaruit enkel elektrische energie en een wolkje waterdamp. Heerlijk! Nu, we zullen een deel van die waterstof uit lokale elektriciteit produceren en als dusdanig aanwenden, maar het gros zal aangeleverd worden uit streken waar zowel ruimte als zon is, volgens specialisten o.a. Australië en Argentinië.

Die waterstof komt tot hier gevaren in de vorm van methaan of zelfs als synthetische diesel; daarvan weten we immers wél hoe het veilig en efficiënt kan getransporteerd worden via bestaande infrastructuur.  Waarna dat gas of die synthetische diesel een auto met verbrandingsmotor aandrijft. Laat ons de piste van de verbrandingsmotor dus nog maar even openhouden en doorontwikkelen, meent een goed deel van de autobranche. Zeker in de wetenschap dat 1) de uitlaatgasnabehandeling nog beter wordt en 2) er binnenkort ook low-carbon brandstoffen beschikbaar zijn op basis van afval en hernieuwbare bronnen.

Dat heel wat autojongens om die reden blijven dansen op twee benen en zowel geloven in elektrische aandrijving als in verbrandingsmotoren met schone(re) brandstoffen, zou minder verbazing en verontwaardiging mogen opwekken dan nu vaak het geval is.

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!