Fiscaliteit: gaat de stekker uit de Nederlandse hybridemarkt?

Vier jaar geleden waren de plug-in hybrides heel populair in de Nederlandse vloten. Vandaag is de vraag naar deze wagens echter nihil. Dat is toch wat het Nederlandse onafhankelijk kenniscentrum van de automotive sector Aumacon meldt.

Eind 2016 reden 98.903 plug-in hybrides en hybrides met een ‘range extender’ rond in Nederland. Vandaag zijn ze maar met 98.376. Een verschil van slechts 0,5 %, maar toch opvallend gezien de korte termijn waarin dit gebeurde.

“5 miljard vloeit naar het buitenland”

De oorzaak? De nieuwe strategie van de Nederlandse overheid op fiscaal vlak. De zogenaamde bijtelling (vergelijkbaar met het VAA in België*) voor plug-ins was immers 0 % tijdens de eerste vijf jaar van de maatregel en 15 % in 2016 om vervolgens verhoogd te worden naar het niveau van alle andere niet elektrisch aangedreven wagens, oftewel 22 % in 2017. Enkel de zero emissievoertuigen genieten nog van een gunstig fiscaal regime met een bijtelling van 4 %.

“De Nederlandse overheid heeft de afgelopen jaren naar schatting zo’n 5 miljard euro uitgegeven om deze auto’s aan het nationale wagenpark toe te voegen”, verklaart Clem Dickmann, directeur van Aumacon. “Dat geld verdampt nu naar het buitenland.” Het lijkt zelfs zo dat deze wagens zelfs geen kopers meer vinden op de tweedehandsmarkt. Ze zijn te duur geworden op alle vlakken. Daardoor worden ze steeds vaken geëxporteerd naar landen waar hybrides wel nog gesubsidieerd worden (bijvoorbeeld Noorwegen en landen uit Oost-Europa zoals Polen en Rusland).

Zal een gelijkaardig scenario zich vanaf 2020 voltrekken voor de Belgische markt gezien de maatregelen die onlangs werden genomen door de federale regering?

* Als de bestuurder van een wagen die hem ter beschikking wordt gesteld door een bedrijf meer dan 500km rijdt voor privédoeleinden, moet hij deze bijtelling betalen. Het bedrag hangt af van de fiscale waarde van de wagen en zijn CO2-emissie.