Plafonnering VAA : reddingsboei luxesegment?

Mercedes-lowres

VAA. BTW. Twee keer drie letters waar de regering Di Rupo veel inkt heeft over laten vloeien. Een opmerkelijk voorstel van twee Brugse concessiehouders heeft zijn weg gevonden naar de onderhandelingstafel van federale co-formateurs Kris Peeters (CD&V) en Charles Michel (MR).

“Geachte heren, hartelijk dank voor het toezenden van de nota aangaande de fiscaliteit op bedrijfsvoertuigen en dit met het oog op de totstandkoming van een Federaal Regeerakkoord.” Tot daar de mail van co-formateur Kris Peeters aan het adres van Filip Salens en Ludovic Claeys. De eerste is een Jaguar dealer (Salens Motors Brugge) en de tweede verdeelt Mercedes-Benz (Auto Terminus Brugge)

Waar is die 200 miljoen ?

Salens-lowres
Filip Salens (Salens Motors Brugge – Jaguar) : “Alle partijen, van welke strekking ook, zijn het erover eens dat deze maatregel (van de regering Di Rupo) zijn doel heeft gemiste”.

Het voorstel van deze twee concessiehouders wordt blijkbaar serieus genomen. Het begin van iets moois? Op het eerste zicht wel. Het is een soort van erkenning voor de twee “huurlingen” die tijdens hun maandenlang gelobby de autoriteiten en hun kabinetten hebben proberen overtuigen om de manier waarop het Voordeel Alle Aard (VAA) wordt berekend, te herzien. “Alle partijen, van welke strekking ook, zijn het erover eens dat deze maatregel (van de regering Di Rupo) zijn doel heeft gemiste, schrijven Filip Salens en Ludovic Claeys in hun nota. Zonder verpinken praten ze over de jaloezietaks. “De emotie heeft de overhand gekregen over de ratio en de cijfers. Het vooropgestelde doel om 200 miljoen extra te innen op bedrijfswagens werd allicht niet bereikt, met name door de forse terugval in bepaalde segmenten van bedrijfswagens.”

Om hun stelling kracht bij te zetten, baseren de heren Salens en Claeys zich op simulaties van FEBIAC, die hun cijfers halen bij de FOD Mobiliteit. “Door de exponentiële jaloezietaks en door de dalende BTW-inkomsten uit verkopen in bepaalde segmenten (vooral het hogere segment, red.) blijkt dat de voorziene extra inkomsten van 200 miljoen euro, terugvielen met 59,2 miljoen in 2012 en 24,7 miljoen in 2013.”

Of de “transfers” naar de lagere segmenten de verliezen compenseren, betwijfelen we ten zeerste… Vergeet niet dat de twee concessiehouders verdelers zijn van merken uit het hogere segement. En dus worden ze zeker benadeeld wanneer in de toekomst de huidige VAA behouden blijft.

In hun nota geven de eigenaars van Salens Motors en Auto Terminus wel één ding toe : “Het is juist dat de markt van bedrijfswagens globaal gezien vrij stabiel is gebleven en hun CO2-uitstoot is blijven dalen sinds de invoering van de nieuwe VAA-regeling. ”Toch benadrukken ze de terugval in de luxesegmenten. “Ons voorstel wil die segmenten terug revitaliseren”, aldus de twee Bruggelingen. “Dit type voertuig word traditioneel door hogere kaderleden en zelfstandigen gekozen. De gemiddelde catalogusprijs varieert van 65.000 tot 140.000EUR exclusief BTW. Deze segmenten bevatten voertuigen die in belangrijke mate bijdragen tot de economie, zonder gecatalogeerd te kunnen worden onder ‘exotische’, ‘luxe’ of ‘supersport’-wagens.”

Claeys-lowres
Ludovic Claeys (Auto Terminus Brugge – Mercedes-Benz) : “De ‘catalogusprijs’ is té prominent aanwezig bij de berekening van het VAA, daarom stellen wij voor om het VAA te plafonneren op 8.000 euro per jaar.”

De ‘catalogusprijs’ is té prominent aanwezig bij de berekening van het VAA, daarom stellen wij voor om het VAA te plafonneren op 8.000 euro per jaar.

VAA plafonneren

Filip Salens en Ludovic Claeys besluiten hun open brief aan de formateur met twee concrete voorstellen aangaande het VAA. “ De ‘catalogusprijs’ is té prominent aanwezig bij de berekening van het VAA, daarom stellen wij voor om het VAA te plafonneren op 8.000 euro per jaar. ”

Hun tweede voorstel is om de aftrekbaarheid van een voertuig te plafonneren. “Enkel ingeval er politiek wisselgeld wordt gevraagd voor de plafonnering van het VAA, kunnen wij bereid gevonden worden om bedrijfswagens enkel nog aftrekbaar te maken tot een maximum aankoopbedrag van 140.000 EUR exclusief BTW. Door deze maatregel willen we bewust een onderscheid maken tussen de ‘supercars’, en de wagens die bedrijfs- en beroepsmatig wel degelijk hun nut bewijzen. De aftrekbaarheid kan dan gekoppeld worden aan de CO2-uitstoot van de wagen. 130% bij 0g/km CO2 tot 0% bij 325 g/km CO2.

No comment bij Renta

Renta, de federatie van voertuigen verhuurders wenst niet te reageren op dit initiatief. FEBIAC wil het debat enigszins nuanceren. “Enerzijds is bijvoorbeeld de berekening van het VAA zeer complex, discutabel en niet transparant, bijvoorbeeld door het concept van ‘catalogusprijs’. En bovendien heeft de nieuwe berekening het economisch en technologisch zeer belangrijke topsegment van de automarkt zwaar getroffen. FEBIAC steunt het idee om naast een minimumbedrag voor het VAA ook een realistisch maximumbedrag in te stellen. Tot slot werd de kans gemist om alternatieve aandrijvingen (zoals EV’s) écht structureel te ondersteunen en te promoten.

Anderzijds moeten we vaststellen dat de schade werd beperkt. Ik bedoel: oorspronkelijk was de ambitie van de regering Di Rupo om niet minder dan 1 miljard extra inkomsten te halen bij werkgevers en werknemers. Uiteindelijk is de rekening beperkt gebleven tot 160 à 180 miljoen volgens onze berekeningen. Dit dankzij inspanningen van FEBIAC, FEDERAUTO, RENTA en andere instanties. 180 miljoen extra belasting is natuurlijk nog altijd veel geld, en opnieuw worden die mensen en bedrijven getroffen die al het meest bijdragen tot het welzijn van onze maatschappij, namelijk werkgevers en werknemers. Maar we zien toch ook dat 1 werknemer op 2 vandaag minder VAA betaalt dan vroeger; dat de marktvolumes op niveau zijn gebleven; dat in het lagere en middensegment er geen echte downsizing qua modellen is geweest; en vooral dat er een heel uitgesproken verschuiving is geweest naar zuinige en schone voertuigen. De markt van bedrijfsvoertuigen is vandaag een stuk schoner dan de particuliere markt! En dat is, met het oog op duurzame mobiliteit en de toekomst van onze branche, evenzeer heel belangrijk.