PvdA en PTB: “Bedrijfswagen is vorm van belastingontduiking”

De bedrijfswagen is volgens de PvdA gewoon een manier om belastingen te ontduiken. Om die reden moet het fiscale voordeel voor zulke wagens afgeschaft worden. Als alternatief schuift de partij het openbaar vervoer naar voor, dat door middel van een aantal belastingen op bedrijfswagens verder uitgebouwd moet worden.

De PvdA en haar Franstalige tegenhanger PTB willen af van de subsidiëring van bedrijfswagens. De Brusselse ring is volgens beide extreem linkse partijen tijdens de spits voor maar liefst 37% gevuld met bedrijfswagens. Absurd volgens de partijen. Te meer omdat het – nog steeds volgens hen – vaak om SUV’s gaat, die meestal meer plaats innemen dan kleinere wagens. De communisten willen dan ook af van het fiscale voordeel voor die wagens. Vanuit hun visie dient het alleen maar om belastingen en sociale zekerheidsbijdragen te ontduiken. Ook op een tankkaart hebben de partijen het niet begrepen. “Je zet de kat op die manier immers bij de melk”, luidt het;

Daarbij komt dat de subsidie voor bedrijfswagens een flinke hap uit de begroting neemt. De OESO berekende een totaal van 4,1 miljard euro per jaar, andere cijfers liggen rond de 2 miljard. Veel te veel in vergelijking met de 0,9 miljard voor De Lijn en de 2,7 miljard voor NMBS en Infrabel volgens PvdA en PTB. De partijen willen dan ook enkele politieke keuzes maken ten voordele van een performanter openbaar vervoer.

Om de omslag van auto’s naar het openbaar vervoer te maken, zijn er volgens de communisten maar twee mogelijkheden. Ofwel de bedrijfswagen minder gaan subsidiëren en dat geld investeren in openbaar vervoer, ofwel de gebruiker in plaats van de wagen het openbaar vervoer laten nemen. Een combinatie van de twee is zelfs mogelijk voor PvdA-PTB. Dat ze daarmee 10% van de personenwagens van de weg neemt, auto’s die door accijnzen en belastingen ook wat geld in het laatje brengen, is voor de partijen geen probleem. Accijnzen kunnen geen argument zijn om te blijven files te blijven subsidiëren, aldus PvdA-PTB.

Mobiliteitsbudget voorbarig

De subsidie voor bedrijfswagens moet dus naar beneden volgens de communisten. Met het budget wil de partij een beter, uitgebreider en betaalbaarder openbaar vervoer organiseren. Enkel op die manier zullen werknemers minder vaak de auto nemen. PvdA en PTB geven daarbij het voorbeeld van de Antwerpse haven, waar op dit moment geen openbaar vervoer is. Dit heeft tot gevolg dat de havenarbeiders verplicht zijn met de wagen te komen, tenzij de werkgever bussen inlegt. Iets dat volgens de partijen steeds vaker gebeurt. PvdA en PTB concluderen hieruit dat je niet kan verwachten dat tienduizenden mensen de auto laten staan als ze anders niet op hun werk geraken. Enkel als er een goed alternatief is, zullen ze daarop overstappen. In die context vinden de communisten het idee van een mobiliteitsbudget op korte termijn niet haalbaar.

Belastingen om verkeer te sturen

De communisten willen het geld voor hun hervorming van het openbaar vervoer vooral halen bij de automobilisten … of in de praktijk toch vooral vrachtwagens. Zo zijn ze in het debat over de kilometerheffing voorstander van het Duitse MAUT-systeem, waarbij vrachtwagens boven 7,5 ton tol betalen op snelwegen en secundaire wegen onder federaal beheer. Die tol zorgt er immers voor dat vrachtwagens efficiënter worden ingezet en stelt de overheid in staat om het verkeer te sturen. Zo kan je de liefkenshoektunnel bijvoorbeeld goedkoop maken en de Antwerpse ring duurder om zo het verkeer weg van de ring te leiden. Daarnaast gaan de communisten akkoord met het idee om de helft van de opbrengsten te herinvesteren in infrastructuur.

Toch is het niet al belastingen wat de klok slaat bij PvdA-PTB. Zo willen de partijen dat de kilometerheffing voor Belgische vrachtwagens ongeveer neutraal is. Op dit moment is dat al bijna het geval doordat ze geen belasting op inverkeerstelling betalen. In het geval van de personenwagens zijn de communisten ook maar een koele minnaar van het idee van een kilometerheffing. Het zou volgens de partijen immers snel een asociale maatregel worden, zeker indien werknemers niet genoeg alternatieven krijgen.

Daarnaast zijn mensen volgens de partij belastingmoe. Het is wel mogelijk om de heffing gedeeltelijk te compenseren door andere belastingen te laten vallen, naar het voorbeeld van de inverkeerstelling bij vrachtwagens. Op die manier betaalt iedereen naargelang hoeveel hij of zij rijdt. Toch worden ook dan sociaal minder sterke medewerkers (lees: werknemers met een laag salaris) getroffen volgens de partij. Deze mensen hebben immers geen mogelijkheid om te flexwerken en zullen daarom altijd een grotere rekening gepresenteerd krijgen.