Auto-lozen? Loze woorden!

De op ideologische grond gebouwde stukken van opiniemakers en politici over hoe onze mobiliteit er na de corona-crisis moet uitzien, tieren welig dezer dagen. ‘Loos je auto, even mobiel, een stukje rijker’, dat was de goedkope analyse in het stukje ‘Auto-lozen?’ op knack.be eerder deze week.

Een opiniestuk van Philippe Dehennin, voorzitter van FEBIAC, de Belgische en Luxemburgse automobiel- en tweewielerfederatie.

Dat mobiliteit aandacht krijgt, is zeer begrijpe- lijk: de voorbije weken werd pijnlijk duidelijk hoe belangrijk het is verbonden te zijn, elkaar te kunnen ontmoeten en bij te staan, goederen geleverd en diensten verleend te zien, van de vrijheid te genieten om te bewegen, te ontdekken, te ontmoeten. De inperkingsmaatregelen en hun gevolgen zouden daarom de vruchtbare voedingsbodem kunnen en moeten zijn voor een diepgaande analyse van het mobiliteitssysteem én de aanzet tot een toekomstgericht en omvattend mobiliteitsplan ten dienste van mens, milieu en, jawel, economie. Hoe passen we de radertjes van de mobiliteit naadloos in elkaar, hoe delen we de ruimte beter, hoe laten we de vervoersmodi mekaar aanvullen en versterken, hoe geven we kansen aan nieuwe mobiliteitsoplossingen? Anders gesteld: hoe garanderen én verbeteren we de mobiliteit van zoveel mogelijk gebruikers, ongeacht hun noden en hun vervoerskeuze?

Die vraagstelling, dat inclusieve mobiliteitsplan kregen we nog niet te lezen. Het blijft bij opruien en ingraven op de gekozen positie. ‘Wat voor mij kan, moet voor iedereen’: dat is het kortzichtige en alles behalve verbindende uitgangspunt van menig mobiliteitsprofeet. Het wij-zij model van diegenen die tegelijk over verbinding en een warme samenleving preken. Het brengt ons, zacht gesteld, geen stap verder.

Erger dan die woorden in de wind zijn de loze daden. De waanzinnige illusie dat je, zoals in Brussel gebeurt, louter door het plaatsen van een vracht verkeersborden en een trucklading bloembakken een verwaarloosde stad met een verkommerd en mismeesterd wegennet van zijn verkeersfunctie ‘bevrijdt’ en zo een toekomstvisie geeft. Dat louter dankzij trots geïnstagramde verkeersbordjes, kinderen plots overal op straat kunnen spelen; dat auto’s, bestel- en vrachtwagens overbodig en schaars zijn geworden… het is een schandelijke en gevaarlijke illusie. Het is, als beleids- voerder, weglopen van je verantwoordelijkheid en weigeren om over een toekomst te overleggen en ze samen met alle betrokken stakeholders uit te tekenen. Dat, in die toekomstvisie, de rol en de plaats van de individuele auto anders worden dan in het verleden, daar hebben wij als automobielsector vrede mee. Op voorwaarde dat onze innovatieve en geconnecteerde diensten en producten voor individuele en gedeelde mobiliteit als troeven worden meegenomen, zullen wij op de meest constructieve manier mee helpen bouwen aan een mobielere wereld voor iedereen. Want dat is de motor van onze maatschappij.

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!