De “fiscaliteit 2026” voor bedrijfswagens is gestemd in de Kamer, dit is alles wat u moet weten!

Op woensdag 10 november stemde de plenaire vergadering van de Kamer van Volksvertegenwoordigers over het wetsontwerp betreffende de vergroening van het bedrijfswagenpark en de bedrijfsmobiliteit, een onderwerp dat federaal minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) na aan het hart ligt. Het zal geen verbazing wekken dat de van het reeds door de Commissie voor Financiën en de Commissie voor Sociale Zaken goedgekeurde wetsontwerp positief was. Dit zijn de belastingmaatregelen voor bedrijfswagens van 2023 tot 2031, alsook de wijzigingen inzake het mobiliteitsbudget (vanaf 1 januari 2022).

De wet werd meerderheid tegen oppositie goedgekeurd met vier onthoudingen. Minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) reageert alvast: de wet is een doordacht pakket aan maatregelen die onze mobiliteit verduurzaamt, zowel met elektrische bedrijfswagens, aantrekkelijkere laadinfrastructuur en de mogelijkheid de wagen aan de kant te laten met een beter mobiliteitsbudget. Belangrijk is ook de fasering: we breken niet in op bestaande contracten. En vooral: we nemen een grote hap uit onze CO2-uitstoot.

1. WAT NIET IS GEWIJZIGD

  • Er werd niets beslist over de overgang naar een WLTP-fiscaliteit: de huidige keuze tussen NEDC CO2 en WLTP CO2 in de federale fiscaliteit wordt dus behouden.
  • Het statuut van de bedrijfswagen als alternatieve verloning blijft gevrijwaard tot na 2030.
  • Er verandert niets aan het VAA van de bedrijfswagen ten aanzien van de werknemer.
  • De minimum- en maximumaftrek worden echter aangepast en het bedrag van de CO2-bijdrage wordt geleidelijk aan opgetrokken in functie van het type aandrijving en van datum van de bestelling van de bedrijfswagen.
  • De fiscale en sociale regels rond motorfietsen en lichte vrachtwagens zijn ook niet veranderd: in tegenstelling tot eerdere voorstellen blijven deze voor 100% aftrekbaar na 2025, zelfs voor niet-emissievrije voertuigen.

2. EMISSIEVRIJE VOERTUIGEN

  • Aftrekbaarheid

Een emissievrij voertuig (, Zero Emission Vehicle of ZEV, batterij-elektrisch en op waterstof) dat voor 1 januari 2027 werd besteld, blijft 100% fiscaal aftrekbaar. Voor voertuigen die na 1 januari 2027 worden besteld, zal de aftrekbaarheid geleidelijk aan afnemen om in 2031 op een aftrekbaarheid van 67,5% uit te komen.

  • CO2-bijdrage

Voor een ZEV-voertuig dat voor 1 juli 2023 wordt besteld, komt de minimale CO2-bijdrage uit op 20,83 euro per maand (x 1,322 index in 2021 – jaarlijks herzienbaar). Voor voertuigen die vanaf 1 juli 2023 worden besteld, blijft de minimale CO2-bijdrage van toepassing tot en met 2025. Vanaf 2025 zal de bijdrage geleidelijk aan worden verhoogd om uit te komen op  31,15 euro per maand in 2028 (x index in 2028). Dit komt neer op een stijging met 50%.

3. NIET-EMISSIEVRIJE VOERTUIGEN

Voor de niet-emissievrije voertuigen (Non-ZEV) hangt de evolutie van de aftrekbaarheid af van de datum van bestelling. Er worden drie aparte periodes voorzien: ‘Grandfathering’, ‘Uitdoofregeling’ en ‘Bestellingen vanaf 2026’.

A. Grandfathering

  • Aftrekbaarheid

De ‘grandfathering’-periode loopt tot 1 juli 2023. Alle niet-emissievrije voertuigen, besteld voor 1 juli 2023, vallen onder de huidige formule rond aftrekbaarheid. De huidige maxima (100%) en minima (50% of 40% voor de voertuigen die minstens 200 g CO2 uitstoten, blijven eveneens behouden op voorwaarde dat het voertuig niet van eigenaar verandert.

  • CO2-bijdrage

Ook in dit geval wordt de bestaande formule behouden. Het bedrag mag niet minder zijn dan  20,83 euro per maand (x 1,322 index in 2021, jaarlijks herzienbaar).

B. Uitdoofregeling

  • Aftrekbaarheid

De niet-emissievrije voertuigen die tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025 werden besteld, zijn onderhevig aan de uitdoofregeling. Ook hier worden de huidige aftrekformules behouden, maar de aftrekbaarheid wordt vanaf 2025 geleidelijk teruggebracht (maximaal 75% in 2025). De maximale aftrek wordt jaarlijks met 25% verminderd om uit te komen op 0% in 2028.

  • CO2-bijdrage

De bestaande formule voor de berekening van de CO2-bijdrage blijft behouden. Vanaf 1 juli 2023 wordt dit bedrag echter vermenigvuldigd met een factor x 2,25. Deze factor zal in 2027 x 5,50 bedragen. Vanaf 2025 wordt het minimumbedrag bovendien geleidelijk verhoogd om in 2028 uit te komen op 31,15 euro per maand (x index 2028). Dit bedrag wordt telkens vermenigvuldigd in functie van het overeenkomstige jaar.

C. Besteld vanaf 2026

  • Aftrekbaarheid

Niet-emissievrije voertuigen die vanaf 1 januari 2026 worden besteld, zullen niet meer aftrekbaar zijn.

  • CO2-regeling

Net zoals bij de uitdoofregeling moet ook hier de verhoging van het minimumbedrag en de vermenigvuldiging van de factoren worden toegepast. In tegenstelling tot eerdere voorstellen is er geen sprake meer van een bijzondere werkgeversbijdrage van 38,07% op het voordeel van de bedrijfswagen.

ANDERE BESLISSINGEN
  • Voor een PHEV, besteld vanaf 1 januari 2023, wordt de fiscale aftrekbaarheid van benzine- en dieselkosten begrensd op 50%. De kosten voor elektriciteit en andere kosten vallen niet onder deze beperking. Deze maatregel moet een stimulans zijn voor het gebruik van elektromotoren en PHEV. Voor het overige blijft de PHEV de regels van een van drie periodes uit punt 2 volgen (niet-emissievrije auto’s).
  • Vanaf 2026 worden de nieuwe fiscale regels in de vennootschap- en personenbelasting doorgetrokken naar de rechtspersonenbelasting (+ belasting niet-inwoners en verenigingen). Het gedeelte van de kosten dat fiscaal beperkt was tot de vennootschaps- en personenbelasting, zal aan 25% worden belast in de rechtspersonenbelasting.
  • Vanaf 2026 geldt de forfaitaire kostenaftrek van 0,15 euro per km voor woon-werkverkeer enkel voor koolstofemissievrije voertuigen en wagens die onder de grandfathering- en uitdoofregeling vallen.  

4. LAADINFRASTRUCTUUR

  1. Voor particulieren

Particulieren die thuis een laadpaal willen installeren, genieten van een belastingvermindering, onder deze voorwaarden:

  • Voor uitgaven gelinkt aan de aankoop, de installatie en keuring van een nieuwe laadpaal.
  • Intelligent en stuurbaar laadstation: laadtijd en -vermogen moeten kunnen worden gestuurd.
  • Maximaal 1.500 euro per laadpaal en per belastingplichtige.
  • 45% belastingvermindering van 1 september 2021 tot 31 december 2022, 30% in 2023 en 15% van 1 januari 2024 tot 31 augustus 2024.
  • Installatie op het adres van de belastingplichtige.
  • Groene stroom (via groene stroom contract en/of door hernieuwbare energie die ter plaatse wordt geproduceerd).

2. Verhoogde kostenaftrek voor ondernemingen

Ondernemingen kunnen op hun beurt genieten van een verhoogde kostenaftrek voor de installatie van laadstations, onder deze voorwaarden:

  • Voor de afschrijvingen van nieuwe laadstations op vrij toegankelijke parkeerterreinen van ondernemingen.
  • Publiek toegankelijke laadpalen, ten minste tijdens de openingsuren en/of sluitingsuren van de onderneming.
  • Controle van de locatie en van de beschikbaarheid van de laadpalen door aanmelding bij de FOD Financiën of door vermelding op de website eafo.eu.
  • Intelligent en stuurbaar laadstation: de laadtijd en het laadvermogen moeten aangestuurd kunnen worden door een energiebeheersysteem.
  • 200% aftrekbaarheid van 1 september 2021 tot 31 december 2022 en 150% van 1 januari 2023 tot 31 augustus 2024.
  • De afschrijving moet lineair over 5 jaar gebeuren.

Indien de laadpaal ten laste wordt genomen van de werkgever is de laadpaal in hoofde van de werkgever volledig aftekbaar maar dan geldt de aftrek voor de particulier niet meer. 

5. MOBILITEITSBUDGET

Toevoegingen/aanpassingen aan pijler 2 (vanaf 1 januari 2022):

  • kosten voor financiering (bijvoorbeeld fietsleningen), stallingkosten en kosten voor niet-verplichte uitrusting die de veiligheid en zichtbaarheid verhogen bij zachte mobiliteit
  • “elektrische voortbewegingstoestellen”, zoals elektrische steps, worden gezien als zachte mobiliteit;
  • abonnementen voor het openbaar vervoer van inwonende gezinsleden van de werknemer zullen in aanmerking komen 
  • parkeerkosten die gepaard gaan met het gebruik van het openbaar vervoer zullen ingebracht kunnen worden. 
  • de voetgangerspremie voor het woon-werkverkeer wordt opgenomen in de tweede pijler;
  • Momenteel kunnen werknemers huisvestingskosten (intresten hypotheek- of huurlasten) inbrengen als zij binnen een straal van 5 km van hun werkplek wonen. Deze actieradius wordt uitgebreid tot 10 km. Ook kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen tellen voortaan mee
  • Vanaf 2026 moeten alle voertuigen die ingezet worden in het kader van pijler 2 emissievrij zijn.
  • De wachttijd voor de werknemer wordt afgeschaft waardoor alle werknemers gelijk recht hebben op het mobiliteitsbudget. Het is dus niet meer nodig om gedurende een bepaalde periode een bedrijfswagen gehad te hebben of recht gehad te hebben op een bedrijfswagen, vanaf het moment dat het recht op een bedrijfswagen ontstaat, kan voor het mobiliteitsbudget gekozen worden (opgelet: er moet nog wel altijd recht zijn op een bedrijfswagen voor de betrokkene, dit is geen uitbreiding naar werknemers zonder recht op een bedrijfswagen).

6. Drie amendementen

Tijdens het debat werden ingediend tijdens de zitting. Zij werden allemaal ingediend door oppositielid Joy Donné (N-VA) en allemaal weggestemd. De amendementen besloegen onder meer een behoud van de huidige fiscale voordelen van plug-in hybrides tijdens de transitieperiode.

#Auto #Fleet Management #Mobiliteit

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!

FLEET Dealers FLEET Sector FLEET.TV TCO
Trending