Cash for car is voordeligste optie voor de werkgever

Advocatenkantoor Loyens & Loeff berekende het verschil in waarde voor de werkgever tussen het toekennen van een bedrijfswagen, het mobiliteitsbudget en de mobiliteitsvergoeding. Conclusie: de mobiliteitsvergoeding (“Cash for Car”) is de goedkoopste optie voor de werkgever. Behalve als de ingewisselde auto gekocht en reeds afgeschreven werd door de onderneming.

Er zijn verschillende formules om werknemers te vergoeden. Momenteel spreekt men van drie formules die door bedrijven worden gehanteerd of nog in ontwikkeling zijn:

  1.  Een loon in combinatie met een bedrijfswagen,
  2.  een loon en een mobiliteitsbudget (bijv. een ‘cafetariaplan’) of
  3.  een loon en een mobiliteitsvergoeding (ook bekend als ‘cash for car’).

De bedrijfswagen

Nemen we als voorbeeld een BMW 318d met een maandelijkse leasekost van 908,67 EUR (leasingcontract 48 maanden), een cataloguswaarde van 34.120 EUR en een CO2-uitstoot van 118g.

Het ter beschikking stellen van die bedrijfswagen betekent voor de werkgever een totale kost van 12.0012,40 euro. Dat is de lease-kost inclusief de vennootschapsbelasting met betrekking tot het deel van de lease-kost dat fiscaal niet aftrekbaar is alsook de vennootschapsbelasting op de verworpen uitgave met betrekking tot het fiscaal voordeel in hoofde van de werknemer.

Mobiliteitsbudget

Het mobiliteitsbudget vertrekt van de werkgeverskost van de bedrijfswagen. Dit is nog te verhogen met de vennootschapsbelasting; deels fiscaal aftrekbaar voor een milieuvriendelijke wagen, (naar keuze van de werknemer en voor zover van toepassing) en de verworpen uitgave op het fiscaal voordeel in hoofde van de werknemer.

Omdat het mobiliteitsbudget vertrekt van de werkgeverskost van de BMW zal dit budget minimaal 10.904 EUR bedragen. Dit is nog te verhogen met de vennootschapsbelasting op het fiscaal niet-aftrekbare gedeelte van de milieuvriendelijkere bedrijfswagen (naar keuze van de werknemer en voor zover van toepassing) en de verworpen uitgave op het fiscaal voordeel in hoofde van de werknemer over die milieuvriendelijkere wagen.

Mobiliteitsvergoeding

Om de mobiliteitsvergoeding (cash for car dus) te bepalen moet de werkgever vertrekken van de cataloguswaarde van de bedrijfswagen die de werknemer inruilt. Het bedrag van de vergoeding is dan gelijk aan 20% of 24% (indien de werkgever tussenkomt in de brandstofkosten) van 6/7de van die cataloguswaarde.

Voor de werkgever is dat natuurlijk een gunstig uitgangspunt omdat die “waardering” niets te maken heeft met de werkelijke kost van de ter beschikking gestelde wagen. Tel je hierbij de solidariteitsbijdrage (CO2-taks) en de vennootschapsbelasting die betrekking heeft op de gedeeltelijke niet-aftrekbaarheid van de vergoeding en op de verworpen uitgave met betrekking tot het fiscaal voordeel in hoofde van de werknemer, dan blijft de kost van de mobiliteitsvergoeding voordeliger ten opzichte van een bedrijfswagen of het toekennen van een mobiliteitsbudget. Fleetkortingen en dergelijke meer hebben hierop o.i. geen impact.

De mobiliteitsvergoeding van onze BMW is in dit geval 7.018,97 euro. Tel daarbij de solidariteitsbijdrage en de vennootschapsbelasting, dan komt de totale kost van cash for car voor de werkgever op 8.280,12 euro.

Wenst de werkgever budgetneutraal te blijven bij het toekennen van de mobiliteitsvergoeding, dan belet niets de werkgever om het verschil in kost tussen de mobiliteitsvergoeding en de kost van de BMW als bedrijfswagen te compenseren.

Kris De Schutter

De mening van de jurist

Is de verwachting dan dat werknemers massaal voor deze mobiliteitsvergoeding zullen kiezen?

Dit is het antwoord van Kris De Schutter, partner arbeidsrecht:

De ‘cash for car’ formule is vooral interessant voor werknemers die op een korte afstand van hun werk wonen. Zij hebben genoeg (goedkopere) alternatieven qua mobiliteit in de vorm van openbaar vervoer, de fiets of andere vervoersmiddelen en gaan er in netto salaris beduidend op vooruit. Voor mensen die verder van hun werk wonen en zich dagelijks met de wagen moeten verplaatsen is een mobiliteitsbudget of de klassieke bedrijfswagen nog steeds interessant. In dat geval kiest de werknemer wat best past bij zijn of haar persoonlijke situatie”.

De jurist gaan als volgt verder: “Wenst de werkgever budgetneutraal de werknemers te stimuleren in hun keuze voor een mobiliteitsvergoeding, dan belet niets de werkgever om het verschil in kost (al dan niet gedeeltelijk) te compenseren”

 

 

 

 

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!