Topministers beslissen: cash for car is een feit

Wat we al weken aankondigden, is nu ook een feit: er komt geen echt mobiliteitsbudget maar een alternatief in de vorm van cash for car. De maatregel gaat pas vanaf 1 januari volgend jaar in voege. Dat werd zonet bekendgemaakt door de federale regering. Het akkoord komt over enkele weken op de ministerraad. Het zal na één jaar worden geëvalueerd.

Het akkoord omvat eigenlijk geen echte verrassingen. Zoals we reeds meerdere malen schreven in onze reeks #Mobiliteit2019 was er binnen de coalitie niet echt een appetijt voor een volwaardig mobiliteitsbudget waarbij een bedrijfswagen kan ingeruild worden voor alternatieve vormen van mobiliteit zoals openbaar vervoer en een fiets.

Ziehier de krachtlijnen van het akkoord:

  • Wie nu al over een bedrijfswagen beschikt, kan die vanaf volgend jaar inruilen voor extra cash bovenop zijn loon.
  • Er is geen verplichting voor de werkgever om het in te voeren, en geen verplichting voor de werknemer met een bedrijfswagen om erop in te gaan als het aangeboden wordt. Het initiatief voor het doorvoeren van het systeem van cash for car ligt dus bij de werkgever.  De werknemer kan dan een aanvraag indienen. Er wordt nog gewerkt aan een reeks voorwaarden en criteria die misbruik moet vermijden.
  • Het geldbedrag krijgt hetzelfde sociale en fiscale statuut als een bedrijfswagen. Het zal dus onderhevig zijn aan een belasting zoals het Voordeel Alle Aard en dus niet zoals normaal loon belast worden.
  • Wie ook een tankkaart heeft, mag zijn cash for car-budget met twintig procent verhogen.  De wetten over de onderwerping aan sociale zekerheid en het wetboek van de inkomstenbelastingen moet daarvoor aangepast worden. De regeling moet voor iedereen budgetneutraal zijn: voor de werknemer en werkgever, maar ook voor de overheid.
  • De sociale partners, maar ook alle belangrijke federaties zoals Febiac, Renta en Traxio hebben de afgelopen maanden een duidelijk signaal gegeven dat ze niet echt blij zijn met dit scenario. Niettemin vraagt de regering aan de sociale partners om binnen het half jaar een indexatiemechanisme uit te werken. Slagen ze daar niet in, dan neemt de regering het heft zelf in handen.
  • Wie ervoor kiest om de switch te maken, kan dan later niet van gedacht veranderen en die cash weer laten vervangen door een bedrijfswagen.

De Raad van State volgt het dossier met argusogen en heeft zich in een vergelijkbaar dossier – de vervanging van de ecocheques door nettoloon – al zeer kritisch uitgelaten.

Van Overtveldt blijft praten over een mobiliteitsbudget

Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) verdedigt de beslissing en blijft in zijn communicatie het woord mobiliteitsbudget gebruiken: “De fiscale voordelen voor bedrijfswagens zijn historisch gegroeid als gevolg van te hoge lasten op arbeid.  Deze regering verlaagt die lasten op arbeid, niet in het minst door de tax shift.  Met de invoering van het mobiliteitsbudget geven we werknemers en werkgevers nu ook meer keuze tussen de verschillende vormen van vervoer. Het mobiliteitsbudget is een eerste belangrijke stimulans naar meer keuzevrijheid en naar een fiscaliteit die meer rekening houdt met de gevolgen voor de mobiliteit en het milieu’, zegt hij.

Los van het feit dat er geen enkele garantie is dat werknemers die extra cash zullen gebruiken voor alternatieve vormen van mobiliteit, zou de regering ook nog op enkele juridische bezwaren kunnen stoten bij de uitvoering van haar plannen. De Raad van State volgt het dossier met argusogen en heeft zich in een vergelijkbaar dossier – de vervanging van de ecocheques door nettoloon – al zeer kritisch uitgelaten. Het gelijkheidsbeginsel zou geschonden worden omdat twee soorten loon zouden ontstaan.