Olivier Jean (Renault Belux) : “Er is buitenlandse interesse in de Renault-concessies”

Na een carrière in de grootdistributie, is Olivier Jean in 2000 aan een nieuwe uitdaging begonnen binnen de Renault Group. De Country Manager ziet niet meteen veel synergieën tussen beide sectoren.

Anderhalf jaar geleden bent u bij Renault Belux beland. Hoe schat u dit filiaal in?

De kracht van Renault in België wordt gevormd door de interne teams. Er zijn hier mensen die al heel lang voor het bedrijf werken en als echte pijlers mogen beschouwd worden. Dat is belangrijk voor de duurzaamheid van de contacten met de klanten, de dealers, enz.

Dit dealernetwerk is nog zo’n pijler. Toen ik hier aankwam, was men al volop bezig met het uitrollen van hubs, de draaischijven van onze werking. We moeten momenteel het hoofd bieden aan de nieuwe spelregels binnen onze sector. Dan heb ik het over de nieuwe mobiliteit en de veranderingen in de manier waarop auto’s aan de man worden gebracht. Binnen die context heeft men nood aan partners die zich willen aansluiten bij deze nieuwe ontwikkelingen en die ook willen investeren in deze nieuwe identiteit. We rekenen daarvoor op 16 partners die op hun beurt 250 uithangborden van onze merken in België zijn.

Op dit vlak vervult ons netwerk een voorbeeldfunctie. We kunnen dus terugvallen op een ijzersterk dealernetwerk, dat ondanks die sterkte trouw is gebleven aan het familiale karakter. Dit in tegenstelling tot Nederland, waar het netwerk overwegend in handen is van enkele financiële groepen.

Staan deze hubs in de belangstelling van sommige financiële groepen?

Wij worden regelmatig benaderd door grote dealergroepen. Ik zou dit eerder gezond durven noemen, omdat het een bewijs is van onze aantrekkingskracht. Onze strategie is helder: mocht er een hub zijn aandelen willen verkopen, zullen we in de eerste plaats kijken om de naburige hubs te ondersteunen. Het is onze manier om onze partners het nodige vertrouwen te geven.

U komt uit de wereld van de grootdistributie. Denkt u dat er op een bepaald punt synergieën zijn, rekening houdend met de evolutie van de autoverkoop?

Het zijn twee uiteenlopende sectoren, die echter gelijkaardige evoluties ondergaan. De grootdistributie is min of meer vergelijkbaar met een fabriek, waar het perfect mogelijk is om de rendabiliteit van elke lopende meter te berekenen. Dat is natuurlijk niet het geval in onze showrooms. We hebben uiteraard ook geen duizenden mensen die dagelijks over de vloer komen, hoewel we dit graag zouden hebben (lacht). De goederen die wij verkopen zitten bovendien niet in dezelfde prijsklasse en hebben uiteraard niet dezelfde impact op de huishoudens. De expertise van de grootdistributie wordt geleidelijk aan overgenomen door de auto-industrie. Dan heb ik het over CRM, over de kennis van de klant en over de omgang met de gegevens die door het voertuig worden verzameld.

De concessies van morgen zullen niet meer die mastodonten zijn

Beide sectoren worden momenteel ook geconfronteerd met online verkoop…

De grootdistributie was tot voor kort zeer onpersoonlijk. Ze heeft de kansen rond e-commerce met beide handen gegrepen en is tegelijkertijd dichter bij de klant gekomen in een hyper geconnecteerde omgeving. In de auto-industrie is het internetgebeuren ondertussen ook niet meer weg te denken. Als de klant onze showroom binnenstapt, weet hij bij wijze van spreken net zoveel als onze verkopers (lacht). De concessies van morgen zullen niet meer die mastodonten zijn met onnoemelijk veel auto’s. We zullen echter nog altijd dicht bij de mensen moeten staan, onder meer dankzij een betrouwbare dienst na verkoop.

Het volledige interview met Olivier Jean kan u lezen in he volgende FLEET Magazine, beschikbaar vanaf 10 januari eerstkomende. U kan zich hier gratis abonneren om het magazine.

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!